concertverslag

Rauwdouwers Meatbodies en Protomartyr heersen op Motel Mozaïque

Protomartyr. Foto: Hanneke Goldsteen

Rotterdam is natuurlijk altijd al fijn, maar nog net wat fijner als festival Motel Mozaïque bezit neemt van de stad. Met dit jaar een nog verder verbreed muziekprogramma dan afgelopen jaren, vol enkele aanstormende talenten, op KtH reeds geliefde artiesten (Damien Jurado, Protomartyr, Meatbodies) en bijzondere projecten (Spinvis & Mauro Pawlowski, Maarten Vos & Gregory Frateur). Wie en wat zagen wij zoal, naast de ‘naakte man met de ballonnen’?

Ja, er werden vooraf wel enkele cruciale gaten in het programma geslagen. Het bleek een slechte tijd voor bandjes met een dubbele i(i) in de naam door het afzeggen van zowel DIIV als Efterklang-vervolg Liima. Blijft er genoeg moois over? Zeker wel, want wie de festivalroute vrijdagavond begint in Rotown, wacht een zinderende start dankzij het Antwerpse Flying Horseman, de band van gitarist Bert Dockx die een heel nieuwe lading geeft aan de afgekloven omschrijving ‘bezwerend.’

Ook op de vroege avond gaat deze duistere nachtmuziek verbluffend soepel samen met complexe, door Afrikaanse muziek beïnvloedde ritmes en grooves. Dockx en zijn vijf muzikanten zijn meesters in het opbouwen naar een intense climax, waarvoor zij in het laatste half uur ruim de tijd nemen in slechts twee stukken, waaronder een heerlijk tergend lang uitgesponnen titelnummer van jongste album Night Is Long. Ook als je Flying Horseman vaker hebt gezien, blijft deze band respect afdwingen met achteloos gespeelde complexe muziek, die nu en dan verzengend intens en spookachtig mooi is.

In de grote zaal van de Rotterdamse Schouwburg treffen we grootmeester Damien Jurado aan met een heuse begeleidingsband, inclusief twee achtergrondzangeressen (waarvan er eentje ook gitaar speelt). Met Visions Of Us On The Land als schitterend slotstuk van zijn Maraqopa-trilogie liggen de verwachten voor zijn optreden kortom hoog, want gaan we dan eindelijk de mede door producer Richard Swift uitgedachte arrangementen in hun volle glorie horen?

Toch niet, blijkt al snel, want Jurado en zijn bandleden klinken op diverse fronten nog wat onwennig en rommelig; het is dan ook pas hun tweede concert deze tour na de opening in Nijmegen. Maar erger is dat een overdaad aan galm en enkele lelijke keyboardpartijen het totaalgeluid flink weten te verminken. An sich prachtige liedjes als Silver Timothy, Exit 353 en Qachina verzuipen in de reverb en verzanden daardoor voor velen in achtergrondmuziek, waardoor een flink deel van het publiek al gauw weer aan het babbelen is. De geluidsmix trekt even later aardig bij, maar Jurado heeft een geestige anekdote over stoïcijnse Seattle-bewoners bij concerten nodig om het ijs echt te breken: dat doen zijn stuk voor stuk prachtige liedjes gek genoeg niet voor hem vanavond.

Na deze toch lichte teleurstelling is er gelukkig nog de terugkeer van het Britse The Go! Team op Nederlandse bodem. Het zestal dompelt Rotown onder in een bak positieve energie met behulp van hypervrolijke, trashy, lekker chaotische bubblegum powerpop, inclusief flarden hiphop en de rake klappen van twee drummers. Bandleider Ian Parton kan mooie liedjes schrijven als de beste, al komen de hooks er niet altijd even goed uit door bakken feedback, rommelig spel of aandoenlijk valse zang van de zangeres. Maar dit hoort nu eenmaal bij het aanstekelijke plezier van The Go! Team: dát maakt hun concerten grotendeels zo leuk.


Cameron AG

Tussen de nieuw te ontdekken acts treffen we jonge Engelse songwriter Cameron AG aan in de altijd fraaie Paradijskerk, waar hij met twee begeleiders gevoelige, mooi ingekleurde liedjes speelt. Echt indruk maakt hij echter pas als hij solo Lost Direction speelt, een kwetsbaar liedje waarmee hij aan Perfume Genius doet denken en waarmee hij zichzelf acuut in de kijker speelde. De rest van zijn werk ontbeert zulke diepgang echter nog. Voor diepgang hoef je bij Engelse rockband VANT ook niet aan te komen: de (bas)gitaren hangen op de knieën, de liedjes rocken allemaal wel lekker weg in een Rotown om half twaalf ’s avonds, maar alleen in prima single Fly-By Alien weet VANT zich even echt enkele minuten aan de grauwe middelmaat te onttrekken.

Dat wordt des te duidelijker als even later Amerikaanse garageband Meatbodies onder leiding van Ty Segall- en Mikal Cronin-kompaan Chad Ubovich vanaf de eerste seconde genadeloos gas geeft met Mountain, en dat eigenlijk nog dik vijf minuten voor de officiële begintijd. Met een stroom aan idioot strak gespeelde, perfect tussen Ty Segall en Thee Oh Sees inhangende garagerocksongs streven Ubovich en band het gemiddelde Ty Segall-concert intussen ruim voorbij. Thee Oh Sees nog net niet, maar dat lijkt een kwestie van tijd: Meatbodies gáát en ráást een uur lang maar door, zonder te vervelen. Yep, zo moet garagerock ‘n’ roll op speed klinken: de poseurtjes van VANT worden jankend om hun moeders naar huis gespeeld. Meatbodies is murder.

Meatbodies

En op het podium van Annabel...
In een recent alle kanten op vliegend debat op Facebook werd het gebrek aan vrouwen op de festivalpodia aangekaart, maar Motel Mozaique geeft een reeks aanstormende zangeressen ruim baan, vooral op het podium van nieuwe Rotterdamse zaal Annabel. Daar is bijvoorbeeld Shura te zien, die twee jaar terug debuteerde met het aanstekelijke popliedje Touch. Hoewel de zangeres uit Londen sindsdien een handvol goede singles uitbracht, verschijnt pas dit voorjaar haar debuutalbum. Met de vorig jaar gelanceerde website hasshurafinishedheralbumyet.com bewijst de artieste over een gezonde portie zelfspot te beschikken. Maar jammer genoeg is daar weinig van te merken tijdens een toch wat lauw optreden in Annabel. Shura maakt een ongemakkelijke indruk en kan dat met haar fragiele stemgeluid niet compenseren. Tekenend is dat de instrumentale stukken van de set, zoals bijvoorbeeld in het aardige White Light, het meest vlammen.

Andra Day schept met haar podiumpresentatie meteen hoge verwachtingen. Gekleed in een rode, zijden pyjama en een klein bondjasje klimt Day op een barkruk en begint ze in een oude microfoon te zingen. Haar rauwe stemgeluid beklijft meteen. Het is meteen duidelijk waarom de zangeres uit Californië vaak vergeleken wordt met Amy Winehouse. Andra Day trakteert ons op een set met veel opzwepende soul, helaas wel afgewisseld met enkele zouteloze ballades. Hoogtepunt is een geslaagde cover van Kendrick Lamar’s No Make-Up. Dat is overigens niet de enige cover van de show; later speelt ze ook eigen versies van Michael Jackson en Queen. Hoewel dat niet verkeerd uitpakt, zien we Day in het vervolg toch liever scoren met eigen werk.

Laat op de zaterdagavond speelt de charismatische NAO in een slechts half gevulde Annabel. Dat maakt de goedlachse Britse artieste blijkbaar geen bal uit. Ze geeft een energiek optreden waarin ze moeiteloos funk, elektronica en R&B vermengt. Groovende baslijntjes en stuwende ritmes zorgen ervoor dat het publiek binnen de kortste keren aan het dansen is. Wat NAO onderscheidt van collega’s uit het genre, is dat er onder de eigentijdse productie van haar muziek daadwerkelijk knappe popliedjes schuilen. Bovendien beschikt de zangeres over indrukwekkend stemgeluid. Tijdens het optreden speelt NAO naast eerdere singles als So Good en Zillionaire ook veelbelovend nieuw werk van haar later dit jaar te verschijnen debuutalbum. In de zomer is de 25-jarige zangeres te zien op Lowlands; zeg niet dat we je niet gewaarschuwd hebben.

Ook te zien op Lowlands, bassiste Jenny Lee Lindberg, maar dan gelukkig wel weer met haar band Warpaint. Onder haar eigen (voor)naam jennylee bakt ze er in Annabel bar weinig van. Dat lag wel een beetje in de lijn der verwachtingen: haar soloplaat Right On! klinkt als een reeks afgekeurde Warpaint-demo’s, en live klinkt het niet veel anders. Wie verwacht dat jennylee zelf de bas bespeelt, komt bedrogen uit: haar drie mannelijke begeleiders persen hoekig en met onnodige krachtpatserij het laatste beetje seks uit het optreden, hoeveel Lindberg zelf ook met haar heupen draait. Achteraf lees je dan dat ze de set besloot met enkele Warpaint-liedjes (en met haar basgitaar in handen), maar op dat moment waren uw verslaggever al gevlucht. En velen met hem.

Jennylee

Dan pakten de serene liedjes van de Zweedse Amanda Bergman stukken bevredigender uit: de ex-echtgenote van The Tallest Man On Earth staat in de Paradijskerk zelfverzekerd op haar – overigens bijzonder beweeglijke – benen en zingt er met hulp van vier begeleiders liedjes van haar pas verschenen album Docks. Hoewel niet elk liedje zó betoverend is als slotstuk (en plaatopener) Falcons, heeft Bergman de meeste toehoorders van begin tot eind aan haar lippen hangen dankzij haar heerlijk warme, uitnodigende stemgeluid, dat meer dan eens aan Stevie Nicks van Fleetwood Mac doet denken. De Miike Snow-cover halverwege heeft zij eigenlijk niet nodig; haar eigen liedjes zijn over het algemeen een stuk beter.

…en de zaterdaghoogtepunten
Net als een jaar eerder is cellist Maarten Vos in de Paradijskerk te bewonderen, dit keer voor een speciaal project met Dez Mona-zanger Gregory Frateur. Samen componeerden zij speciaal nieuwe muziek voor het festival, op gezag van Grensgeluid. Zoals Vos zijn sombere cellopartijen mixt met postrock-achtige elektronicaklanken blijft bijzonder om naar te luisteren – qua sfeer kun je aan de intro’s van Godspeed You! Black Emperor denken –, terwijl bij enkele basdreunen de kroonluchters in de kerk meetrillen. Wel moet je ervan houden dat Frateur met zijn intense zangpartijen volop het drama opzoekt, dat had een tandje minder gemogen.

Aan het begin van de tweede avond valt een stampvol Rotown volledig in katzwijm voor Nieuw-Zeelands Americana-talent Marlon Williams. In de eerste helft komen enkele met zijn begeleidingsband gespeelde songs op het snijvlak van country, folk en blues nog wat gewoontjes, zelfs wat saai over. Het ijs breekt pas echt als Williams in zijn eentje vocaal alles uit de kast trekt voor zijn indringende versie van Nina Simone’s When I Was A Young Girl. Alleen al hiermee is hij vanaf dit moment voor velen het hoogtepunt van het hele festival, maar zijn eigen werk en enkele vlottere countrystampers in de tweede helft (Hello Miss Lonesome) kunnen nog niet aan dat imponerende moment tippen. Toch is het mooi om te zien hoe Williams zelf zichtbaar geniet van de uitbundige respons; hij zal snel genoeg in veel grotere zalen staan.

Zou de ogenschijnlijk onverschillige Protomartyr-zanger Joe Casey ook genieten van volle zaal voor zijn neus? Je ziet het niet aan hem af, nurks op dat podium met een biertje in de ene en de microfoonstandaard in de andere hand. Maar halverwege een zinderende set merkt hij tevreden op dat het veel drukker is dan bij het Protomartyr-concert op dezelfde plek een half jaar eerder. Dat kan zomaar reden zijn voor het kwartet uit Detroit om als een van de laatste Motel Mozaïque-acts het beste van zichzelf te geven: de ijzig koele postpunk vol onderhuids broeiend gevaar klinkt messcherp en waanzinnig strak. Een optreden van Protomartyr is wat je noemt een spervuur: in een moordend tempo volgen de knallers van de platen The Agent Intellect en Under Color Of Official Right elkaar op. Het contrast tussen de bijtend kille muziek en de nauwelijks bewegende, stoïcijnse snauwende frontman Joe Casey, blijft boeiend om naar te kijken en te luisteren, terwijl je voelt: elke monotone snauw is gemeend.

Een feestelijk uiteinde van deze zestiende Motel Mozaïque? Dat niet, maar wel een hoogtepunt als slot: zo hebben we onze festivals nog altijd het liefst.

Foto's: Hanneke Goldsteen. Met dank aan Jort Bastiaansen voor verslag van Shura, Andra Day en NAO.



comments powered by Disqus