concertverslag

Rewire, de zaterdag: de dwarse keuzes van Animal Collective worden beloond

Op het Haagse festival Rewire kun je je op diverse plekken laten verrassen door obscure, uitdagende elektronische en experimentele muziek. Maar publiekstrekkende wegbereiders krijgen er ook een plek, in deze context zelfs een verdiende headlinerspot. Animal Collective versmelt al jaren als geen ander uiterst creatief pure pop, folk, elektronica met de nodige gekte en past hierom uitstekend op Rewire. En mathrockers Battles spelen live nog altijd met een ijzige precisie, vooral dankzij meesterdrummer John Stanier.

Ook de klassiek geschoolde muzikante/componiste Anna Meredith uit het Schotse Edinburgh moet zich hier als een vis in het water voelen. Ze bracht onlangs haar even sterke als eigenzinnige album Varmints uit, een eclectische cocktail van nerveus pulserende elektronica, Britpop, flarden klassiek en uitspattingen van grof (gitaar)geweld, dit alles verpakt in vernuftige composities waarin je geregeld op het verkeerde been wordt gezet. Zo ook in de kleine zaal van het Paard van Troje, waar Meredith zich op links heeft opgesteld, omringd door synths, een sampler, drums en een hobo. En ja, dit alles gebruikt zij meerdere malen, de instrumenten moeiteloos afwisselend.

Vier andere muzikanten heeft ze bij zich, van wie naast een drummer, bassist en celliste de man met de enorme trombone onmiskenbaar in het oog springt. En in het oor: alleen al met zijn woeste tonen in pompende opener Nautilus laat hij de broekspijpen in de zaal fladderen, en dan hebben we nog geen beat gehoord. Hun livevertalingen van het werk op Varments zijn hoe dan ook knap en schieten onder leiding van Meredith alle kanten op. Of ze wisselen stiekem van maatsoort. Het zaalgeluid wordt wat brijig als de band op volle kracht speelt, zoals in de met gitaarsolo’s gevulde climax van single R-Type, maar dat maakt de bewondering om wat Meredith en haar band hier laten horen er niets minder om. Meredith moet beslist ook de grotere podia aankunnen.

Toegegeven: voor een plaat die een pietsie tegenviel, draait ondergetekende Painting With van Animal Collective best vaak. Dat album stelde dan ook hooguit een beetje teleur op de schaal van Animal Collective, maar is nog altijd beter dan het gros van alle releases. Nu vormen Avey Tare, Geologist en Panda Bear ook nog eens een wisselvallige liveband, maar dat houdt het altijd weer spannend, moet je maar denken. Ze kiezen nooit de makkelijkste weg en deinzen er niet voor terug hun publiek uit te dagen of het zichzelf onnodig moeilijk te maken. Dat ze daarmee in de loop der jaren soms ongenadig op hun bek gingen en het gewoonweg consequent verdommen om dat wereldconcert te geven dat ze echt in zich hebben: soit. De momenten dat Animal Collective live op stoom is, zijn namelijk nog altijd onbetaalbaar.

Dat is ook op Rewire weer het geval: Animal Collective is in deze setting maar mooi eens headliner van een Nederlands festival en trakteert het Paard van Troje op een solide, bij vlagen fantastische set, die niet zonder verrassingen is. Net als bij de vorige tournees is het decor natuurlijk weer om op te vreten zo krankzinnig en mooi: op een groot doek dat door Picasso en Kamagurka samen geschilderd had kunnen zijn, worden tafereeltjes in alle kleuren van de regenboog geprojecteerd, wat immers perfect past bij van diverse ideeën overlopende muziek.

De opening van de set is business as usual: het met een drummer versterkte trio komt ietwat stroef op stoom met enkele tragere nummers van de nieuwe plaat (Hocus Pocus, Vertical), totdat band én publiek loskomen dankzij de opbeurende stuiterbeats en koortjes van beste nieuwe liedjes Golden Gal en The Burglar. Is dat nieuwe album met veertig minuten heel puntig, live krijgt het nieuwe werk de gebruikelijke Animal Collective-behandeling en worden ze middels uitgesponnen soundscapes aan elkaar geregen. En dat werkt: Animal Collective-liedjes moeten de tijd krijgen om te ademen voor het beste effect. En dus tellen de eerste veertig minuten van deze set zes nummers.

Als de nagenoeg volle zaal iets voor de helft dan echt op stoom is, had de band ervoor kunnen kiezen om de voorzet in te koppen met bijvoorbeeld een Brother Sport, My Girls of Peacebone. Maar nee, e drie slaan acuut linksaf met enkele experimenteler parels uit het rijke verleden: het stuwende Daily Routine van Merriweather Post Pavilion dus, en in de tweede helft ook nog eens twee mooie stukken van meesterwerk Feels (2006): een prachtig uitgebouwde versie van het meditatief gezongen Loch Raven en verderop Bees, waarbij uiteraard tientallen bijtjes op het doek achter de band zwermen. Een afsluitend feestje krijgen we alsnog met de toegankelijke nieuwe stuiterliedjes Summing The Wretch en de hyperblije Painting With-opener FloriDada. En dan is nog niet eens gezegd dat we Avey Tare en Panda Bear wel eens veel minder zuiver hebben horen zingen.

Om dit alles blijven we immens veel van Animal Collective houden: meer bands mogen een voorbeeld nemen aan de dwarse keuzes die deze groep op het podium durft te maken, zodat een anderhalf uur klokkende set altijd op zijn minst boeiend is. Even een kwartiertje Animal Collective meepakken heeft dan ook eigenlijk totaal geen zin: het ondergaan van de hele trip, waarin hoogtepunten worden versterkt door momenten die nergens heen lijken te gaan, dat is nog altijd het devies.

Ombouwen kunnen ze in Den Haag razendsnel: binnen een kwartiertje zijn alle decorstukken van Animal Collective verdwenen en zien we de belachelijk hoog gepositioneerde crashbekken van de Battles-drumkit al staan. Het bij Warp getekende trio krijgt een uurtje om ons te bestoken met grotendeels instrumentaal werk van jongste album La Di Da Di en onderschatte voorganger Gloss Drop, en jawel: culthitje Atlas van debuut Mirrored staat tegenwoordig ook weer op de setlist, tot vreugde van het meedeinende publiek.

Dat is echter niet eens het nummer waarin drummer John Stanier echt kan laten zien wat hij kan: het blijft indrukwekkend om te zien en oren hoe ontzettend snel, precies en strak hij zijn ritmes en breaks aan elkaar slaat, als fundering voor de nerveuze gitaar- en syuthmotiefjes van bandgenoten Ian Williams en Dave Konopka. Het is hooguit een beetje gek om zang uit een doosje te horen bij vrolijke stuiterrocksong Ice Cream, maar de energie en brute kracht van het trio doen je dit snel vergeten. Het beste is voor het laatste bewaard: een dampend intense uitvoering van La Di Da Di-opener The Yabba, die iedereen hongerig naar meer achterlaat.

Even later kunnen we horen en zien wat er (muzikaal) over is gebleven van een uitgekleed Factory Floor, nu het trio een duo is geworden en er geen sprake meer is van een bandbezetting met (retestrakke) livedrums en gitaareffecten. Niet veel, helaas. In de nieuwe tracks die Factory Floor afvuurt in de grote zaal van het Paard is de basis weliswaar gebleven: minimale dansmuziek met dwingende, steeds subtiel veranderende baslijnen, industrial-trekjes en elektronische percussie. Maar dan wel veel monotoner cq. saaier, en met nog niet half de intensiteit van de beste tracks op de bijna drie jaar oude debuutplaat. Tel daarbij op dat de twee aan hun knoppen draaien met een blik alsof ze eigenlijk al in bed hadden willen liggen op dit tijdstip, en je moet ervoor vrezen dat we het beste van Factory Floor alweer hebben gehad.

Nee, dan de set van Not Waving even hiervoor, die eigenlijk leek te zijn bedoeld als opwarmer voor Factory Floor. Not Waving is het alter ego van de in Londen wonende Italiaan Alessio Natalizia, die eerder dit jaar het album Animals uitbracht, muzikaal enigszins in de minimale lijn met Factory Floor, maar live nog stukken uitbundiger en steviger. Zeker in de climax van zijn set laat Natalizia het toestromende nachtpubliek alle hoeken van het Paard zien met mokerbeats en no wave-invloeden, terwijl hij ook duidelijk zichzelf opzweept.

Laten we dat dan maar als het ware einde beschouwen van een voor ons geslaagde Rewire-avond.

  • Joris op zo. 3 april 2016, 14:25 uur


comments powered by Disqus