concertverslag

Deafheaven blast metal nieuw leven in met bezeten liveshow

Grenzen overschrijdende black metal cq. black gaze-band Deafheaven zette woensdagavond in Paradiso iets uitzonderlijks neer: het vijftal uit San Francisco onder leiding van flamboyante frontman George Clarke doet exact nul concessies en beheerst het complexe materiaal van albums New Bermuda en Sunbather intussen nog beter dan op plaat.

Vorig jaar oktober bracht Deafheaven zijn derde langspeler New Bermuda uit. In de twee jaren daarvoor was de band doorgebroken met het geweldige genre-overschrijdende album Sunbather. Hierop vervlocht de band op majestueuze wijze elementen uit postrock, dreampop, screamo en black metal, en wel op zo'n knappe wijze dat KtH het album verkoos tot dé plaat van 2013. New Bermuda is ondanks dat het met dezelfde gitaar-, drums en basingrediënten werd gemaakt in elk opzicht een andere plaat geworden, waarop Deafheaven subtiel is opgeschoven naar een ‘puurder’ (lees: traditioneler) metalgeluid.

Sunbather klonk, zoals de titel al aangeeft, opvallend warm voor een band die veel ontleent aan het nihilistische en prat op kilheid gaande black metal genre. Dat is precies waarom Deafheaven in de toch al oerconservatieve (lees: oersaaie) metalscene zoveel verdeeldheid zaait. Postrock- en shoegaze-invloeden horen immers thuis in de wereld van volumineuze hipsterbaarden en goed gecoiffeerde kapsels, aldus de deathmetalboer. Het is daarom opvallend dat Deafheaven zich op New Bermuda nadrukkelijker bedient van diezelfde stijlelementen die ‘toebehoort’ aan de traditionelere metalbands. Volgens sommige insiders is New Bermuda dan ook een ironische metalplaat met de middelvinger omhoog.

Als dat al zo zou zijn, dan zou dat Deafheaven juist tot de meest metal band ter wereld maken. Metal was namelijk een grote fuck you naar de muziekindustrie toen het begon. Het creëerde zijn eigen regels met zijn eigen scene. En toen metal mainstream werd met Metallica, was black metal daar weer de reactie op. En toen black metal eind jaren negentig mainstream werd, met de mediagekte rondom de kerkverbrandingen in Noorwegen en de theatrale capriolen van een Cradle of Filth, en de muziek steeds verder uitgehold raakte door allerlei toevoegingen van opera tot auto tune en techno synthesizers, toen leek het einde nabij.

Het is daarom eigenlijk onbegrijpelijk dat de metalscene zo verdeeld is over een band die met de meeste traditionele bezetting voor een metalband – twee gitaristen, een bassist, een drummer en een zanger die alleen maar schreeuwt en nooit zingt – zulke niet-traditionele metal maakt. Of het moet zijn dat ze zoveel haat oogsten omdat geen van de bandleden lang haar heeft en schreeuwer George Clarke zich strak in het modieuze zwart kleedt en met z’n knappe kop zo in een Givenchy modeshow mee zou kunnen lopen. Of wellicht omdat de band zich op het podium eerder presenteert als een metalcoreband dan een metalband. Oftewel: iets meer sexy, iets meer lol en iets minder stoerdoenerij. Maar goed, om met Kanye West te spreken – nog zo’n modieuze verdeeldheidszaaier –: If they don’t hate then it won’t be right. Juist daarom is de metal van Deafheaven een prestatie van formaat die het genre eigenhandig nieuw leven in blast.

Ook al is New Bermuda een strakker afgebakende black metalplaat geworden, de muziek heeft ontzettend veel te bieden, terwijl het lijkt alsof de band de metal-stijlmiddelen voor het eerst pas écht durven omarmen. Daarin zijn ze zelfverzekerd genoeg om schijt aan alle kritiek te hebben en geen concessies te doen. De drums en gitaarmuren staan centraal en zanger cq. schreeuwer Clarke klinkt door het gebruik van galm en wat phaser op zijn stem soms heel ver weg en vervreemdend. Alsof hij voortdurend in gevecht is met het kabaal van zijn band. IJsklaar is ook de productie, waarin alles nét niet in focus komt en waarin ondanks de harde onderlinge contrasten alles toch als één geheel voelt.

Maar goed, dit zou een liverecensie moeten zijn over het fenomenale concert van Deafheaven in Paradiso van afgelopen woensdag. Gelukkig staat nu hierboven al precies beschreven hoe Deafheaven live klinkt. De mooiere, instrumentale postrock en shoegaze-passages zijn kortom ommuurd met messcherpe thrash riffs die regelrecht uit het Slayer-canon komen. En ze worden gedragen door minutenlange blast beats à la Burzum, die dik voorin zijn gemixt om je duidelijk te maken dat je niet moet fucken met Deafheaven.

Intussen is het zaalgeluid helemaal goed: vanaf de eerste noten klinkt de band geweldig en zijn alle elementen perfect op elkaar afgestemd. Deafheaven ontpopt zich al gauw tot zo’n zeldzaam goede liveband die zijn materiaal tot in de puntjes beheerst. Niet zo gek: New Bermuda is in essentie al een soort liveplaat: de nummers werden grotendeels door de hele band op de meeste traditionele manier met zijn allen tegelijk ingespeeld.

Maar in Paradiso bewijst Deafheaven dat materiaal intussen live nóg beter te beheersen dan op plaat. De keuze om New Bermuda integraal te spelen is een verrassende: er zit niks van Sunbather in de reguliere set. Die dan ook na drie kwartier afgelopen is. Maar als forse toegift zijn daar dan de twee mooiste nummers van het vorige album, Sunbather en Dream House. Aan de ene kant had Deafheaven zo nog een uur door mogen gaan, aan de andere kant is deze setlengte eigenlijk perfect. Als een band de lat zelf zo hoog heeft liggen, wil je niet dat het minder zou kunnen worden.

Ook opvallend: Clarke, die op plaat toch redelijk in de geluidsmuur verstopt zit, klinkt in deze setting veel meer op de voorgrond. Hij commandeert band en publiek op het podium als een bezeten dirigent. En eerlijk gezegd: zonder Clarke zou Deafheaven, op drummer Daniel Tracy na, niet zo’n bijster interessante band zijn om naar te kijken. De gitaristen doen hun effectieve ding, maar zij laten toch vooral de riffs spreken. Ze zien er wel sympathiek en ontspannen uit, zijn vooral bezig met hun spel en hebben zo hun eigen manier om spelplezier te tonen. Alsof de muziek die ze maken veel te groot voor ze is om te kunnen kanaliseren. Toch executeren ze die muziek met een, voor metalbegrippen, ongelooflijke souplesse.

En met een beest als Tracy op drums, die pas enige stoom lijkt te verliezen bij het laatste nummer, als de blast beats net iets vermoeider beginnen te klinken, is er al genoeg energie voor drie bands de zaal in gestroomd. Door zijn onvermoeibare spel en ongelooflijke timing staat Deafheaven als een bezeten spookhuis overeind. Clarke is de katalysator. Door zijn maniakale urgentie krijgt iedereen in de zaal een heftige dosis bezetenheid toegediend.

Dat alles maakt Deafheaven live al net zo baanbrekend als op de albums, met een Triple AAA-uitvoering van een geweldig nieuw album, en met twee oudere favorieten als klap op de vuurpijl aan het slot.

  • op vr. 11 maart 2016, 12:20 uur


comments powered by Disqus