recensie, aaa-list

Review: Ulrika Spacek - The Album Paranoia

Vanuit Londen komt het vijftal Ulrika Spacek, dat op debuutplaat The Album Paranoia een wel heel sterk brouwsel heeft gecreëerd met invloeden van Deerhunter, de latere Sonic Youth en Television. Invloeden die in tien vrij uiteenlopende, sterke liedjes prachtig en met een wonderlijke vanzelfsprekend zijn samengesmolten, extra afgekruid met enkele psych- en krautinvloeden à la Wooden Shjips of Hookworms.

Zo nu en dan zijn ze er nog: indrukwekkende debuutplaten die zonder enige noemenswaardige waarschuwing vooraf tot je komen. Aan het einde van 2015 althans, toen we vooruitblikten naar het nieuwe jaar, stond de naam Ulrika Spacek nog niet op de radar en moest lekker dwingende single Beta Male nog uitkomen.

Toen waren kernleden Rhys Edwards en Rhys Williams echter al twee jaar bezig met het uitwerken van de nummers op de plaat. Zoals wel vaker kenden de twee elkaar van school, maar richtten ze hun band pas op tijdens een periode die ze samen in Berlijn doorbrachten. Kort na thuiskomst, sinds de zomer van 2014, namen de twee met de overige gerekruteerde bandleden The Album Paranoia op, in hun in een voormalige kunstgalerij gevestigde woning.

Meer dan opener I Don’t Know, tevens het eerste liedje dat Ulrika Spacek ooit schreef, heeft de band niet nodig om liefhebbers van de hierboven genoemde voorbeelden meteen in te pakken. De simpele maar effectieve fuzzy gitaarriff, twee dromerige akkoorden van de twee andere gitaristen en lijzige zang achterin een weidse sound zijn genoeg om je in deze deels uit paranoïde gevoelens geboren plaat te trekken.

Ja, de genoemde invloeden liggen er soms heel dik bovenop, maar Ulrika Spacek doet er meestal iets eigens mee. Hooguit Strawberry Glue doet met z’n ritmische gitaren en dubbele drumtikken na iedere maat verdacht veel denken aan een direct Deerhunter-eerbetoon, maar het liedje zelf is te goed om je daaraan te storen.

Geregeld klinkt Ulrika Spacek echter als een band waarin de gitaristen binnen Deerhunter samen spelen met de soepele ritmesectie van Sonic Youth, zoals in Paranoia of het intense There’s A Little Passing Cloud In You. Daar komt een vlaag postpunk à la Television bij in de gevaarlijker klinkende single Beta Male, met een niet aflatend stuwend ritme en drie gitaarpatronen die constant met elkaar in gevecht zijn. Typisch iets waar liefhebbers van Viet Cong ook wel mee uit de voeten moeten kunnen.

Halverwege de plaat vormt Beta Male het zwaartepunt van The Album Paranoia, samen met het uitgesponnen NK. Dit is een buitenbeentje tussen de rest, maar daarom niet minder goed: hier waagt Ulrika Spacek aan een log slepend stuk gebouwd op een hard grommende en toch hypnotiserende gitaarriff. Dromeriger rustpunten zijn er ook, zij het van het puntige soort: zo vormen de Mogwai-achtige gitaren in Circa 1954 een rustpunt, evenals verrassend klein gehouden afsluiter Airportism.

Een meer dan goed en overtuigend debuut dus, en dat deze vijf muzikanten het werk op de plaat ook live al prima beheersen, bewees de band afgelopen week in de Amsterdamse OT301. Nu nog wat werken aan de wat autistische – want totaal in zichzelf gekeerde – podiumhouding, en we hebben er met Ulrika Spacek beslist een nieuwe lieveling bij. Eentje die in de toekomst allicht tot nog betere en intensere dingen in staat is, afhankelijk van de kant die de band zal opgaan.

The Album Paranoia is uit via Tough Love Records/Konkurrent en is te streamen via Spotify. Kom meer te weten over de band via een interview met The Quietus.

  • Joris op zo. 7 februari 2016, 13:10 uur


comments powered by Disqus