recensie, aaa-list

Deerhunter - Fading Frontier

Deerhunter - Fading Frontier

Was een nieuwe Deerhunter-plaat ooit zo'n directe reactie op zowel z'n voorganger als op een nieuwe ingrijpende gebeurtenis in het leven van frontman Bradford Cox - een ernstige aanrijding door een auto? Niet dat we zeker weten, maar het zesde Deerhunter-album Fading Frontier is hoe dan ook de totale tegenpool geworden van het ruwe Monomania uit mei 2013. Niks 'it's all the same', zoals Cox sneert in de weliswaar vertrouwd gedreven opener All The Same. Hier geen lofi-rocksongs met een baggervuil randje, maar melodieuzer, prachtig afgeronde liedjes met meer synthesizers, minder gitaren, meermaals een optimistischer toon en een kraakheldere, volle sound. Negen stuks in totaal, op een prettig puntig album.

All The Same is dan nog een vrij vertrouwde start van Fading Frontier, wel mooier opgenomen dan ooit met Halcyon Digest-producer Ben Allen, voortgedreven door een licht onheilspellende gitaarlijn en enkele fellere uitbarstingen. Cox, die ook nog eens het Marfan Syndroom met zich meedraagt, toont zich hier nog strijdbaar: "You should take your handicaps, channel them and beat them back, 'till they become your strength." Niet dat Cox zijn fysieke gebrek hier uitbuit, maar je voelt precies wat hij bedoelt na zo'n tien jaar Deerhunter, dat zich onder zijn leiding en ondanks zijn ziekte tot een van de spannendste en beste Amerikaanse bands van de laatste jaren ontwikkelde.

Het is bij de synths en elektronische beats van Living My Life en Breaker dat naast het gewijzigde geluid de luchtiger, berustender toon opvalt. In die eerste zijn bepaalde angsten overwonnen, is het huiselijker leven plezieriger geworden dankzij zijn nieuwe hond en is Cox gestopt met het steeds maar najagen van die steeds vager wordende grens, terwijl hij in die tweede mijmert over nachtelijke autoritten en wat er was overgebleven mocht hij bij dat ongeluk gestorven zijn aan zijn verwondingen. "i'm still alive, and that's something," verzucht hij. Dat heet inderdaad berusting: "I lost that manic urge that I used as fuel with Monomania," vertelt hij in een Pitchfork-interview. In Breaker zingt Cox voor het eerst in het bestaan van Deerhunter samen met gitarist Lockett Pundt, die zijn bandleider vooral bemoedigend lijkt toe te zingen in dit prachtige popliedje. Het ongeval heeft Cox begrijpelijkerwijs een mentale optater gegeven. Niet dat hij zelf achter het stuur zat, maar toch: "I drove my car over the edge," fluistert hij in het uitgesponnen, medidatieve rustpunt Leather and Wood, vol nerveuze bijgeluidjes. "I believe we can die, I believe we can live again."

In de opvallend funky eerste single Snakeskin sneert Cox er dan weer even als vanouds op los over zijn tekortkomingen ('I was born already nailed to the cross'). Het nummer is qua toon eigenlijk een buitenbeentje op Fading Frontier, al is de toon ook hier opnieuw vrij luchtig, op het zomerse af zelf. Als Australische popband INXS al echt een invloed is geweest voor deze toegankelijker Deerhunter-plaat - zoals door Cox en Pundt geclaimd in een interview - dan is spacy walsje Take Care misschien de 'Never Tear Us Apart' van de band geworden. Maar dan met prachtige zoete galmkoortjes in plaats van melodramatische uithalen.

Niet dat we Cox als songschrijver nu tekort willen doen - hij bewijst zichzelf hier immers weer ruimschoots met enkele van zijn mooiste liedjes ooit - maar het is wel alweer Lockett Pundt die net als op de vorige Deerhunter-platen met een van de beste, zo niet hét mooiste nummer aan komt zetten. Dat waren op de albums Halcyon Digest en Monomania respectievelijk Desire Lines en The Missing, voor Fading Frontier levert hij Ad Astra, een midtempo synthpopstuk van vijf minuten gebouwd op slechts twee akkoorden, een ongekend weidse sound en een van de mooiste melodieën die dit jaar heeft voortgebracht. Meer dan ooit mag het hier als zijn eigen project Lotus Plaza klinken, en een in outer space wegzwevende bluegrass-sample maakt het af, als overgang naar Cox' zalvende afsluiting met een woordspeling als titel: Carrion. Zo dicht in de buurt van meeslepende gospel kwam hij nog nooit.

Een Bradford Cox die door een nare gebeurtenis toch min of meer met zichzelf in het reine is gekomen en een opgepoetst geluid leveren hier dus alles behalve een saai album op. Integendeel zelfs: door schoonheid voorrang te geven op een grillige drive, is het puntige Fading Frontier de mooist afgewerkte bundel Deerhunter-liedjes ooit geworden. Minder rafelrandjes, meer muzikaliteit op een verslavende popplaat.

Fading Frontier verschijnt 16 oktober via 4AD Beggars. Volgende maand is Deerhunter te zien op Utrechts festival Le Guess Who?

Lees een uitgebreid interview met Bradford Cox op Pitchfork.

  • Joris op do. 15 oktober 2015, 14:20 uur


comments powered by Disqus