interview

Destroyer: 'Kaputt had iets schunnigs, Poison Season is ronduit pervers'

"Oh shit, here comes the sun!", roept Dan Bejar op Dream Lover, de eerste single van de nieuwe Destroyer-plaat Poison Season. Zo overvallen moet Bejar zich ook gevoeld hebben toen hij vier jaar geleden onverwachts doorbrak met de grandioze, met blazers en synths doorspekte softpopplaat Kaputt. Met opvolger Poison Season opereert Bejar meer dan ooit op het speelveld van traditionele pop. Toch blijft zijn werkwijze na tien studioalbums eigenaardig en onberekenbaar. Net zo goed voor de man zelf, en dat is volgens Bejar ook precies het punt van Destroyer.

De nu bijna 43-jarige Bejar heeft niet het voorkomen van een doorsnee muzikant. Eerder een soort verstrooide professor, met zijn hoog opgezette Einsteinhaar en oversized bruine blazer met elleboogstukken. Misschien kun je Destroyer ook zo zien: een soort grillig experiment waarbij Bejar zijn eigen verknipte versie van popmuziek schept. Bij zijn andere band The New Pornographers is hij minder creatief betrokken: per plaat drie of vier goede liedjes uit de losse pols schudden doet 'ie wel, maar zijn muzikale ambities liggen voornamelijk bij Destroyer.

Zelfs de meest opgetogen Destroyer-nummers hebben vaak een sinister randje. "Ik waan mij vaak als klein specifiek figuur op een groot canvas", stelt Bejar zelf. "Het 'snapshot' is hoofdzakelijk de vorm die ik toepas bij het schrijven van liedjes. Ik weet alleen nooit zo goed hoe ik het zelf moet verwoorden. Mensen noemen het abstracte fragmenten, maar ik vind zelf dat ik heel specifieke beelden willekeurig over de tafel strooi. Daar kan de luisteraar zelf weer dingen uit plukken. De muziek vertelt vaak het verhaal, niet per se wat ik zelf zing. Vaak is dat het omgekeerde: de zanger vertelt het verhaal en de muziek is daarbij dienend."

Bejar is een enigmatische man om te ontmoeten. Hij oogt als een eloquente, levenswijze cultuurveelvraat, terwijl zijn liedjes toch vaak een beetje onbeholpen voelen. Onbeholpen in de meest positieve zin van het woord. Een opvallend kenmerk zijn die typische rijmschema's waarbij Bejar in korte tijd woorden met dezelfde klank aan elkaar plakt. Op Midnight Meets The Rain: "I travel light towards the light/I suffered a terrible fright last night". Bejar ontkent zelf ook dat hij exact weet waar hij bij Destroyer mee bezig is. "Een liedje schrijven voelt vaak eerder alsof iemand een emmer water in mijn gezicht gooit. Het is niet iets wat ik zelf per se bedenk. Het overkomt me eerder."

Broadway op de stoep
Het tiende Destroyer-album Poison Season klinkt op het eerste gehoor als een levenslustig album bomvol grootse bandarrangementen. Bejar's krakerige tenor - je houdt ervan of niet - wordt rijkelijk omringd door blazers, fluiten, percussie en strijkers. Denk bijvoorbeeld aan Joni Mitchell's Mingus, Van Morrison's Astral Weeks, Lou Reed's Coney Island Baby en Miles Davis' Porgy and Bess. Vier platen waarbij de artiest verder uit zijn eigen comfort zone stapte. "Artist and repertoire/hand in hand", zoals Bejar ook zingt op drieluik Times Square. Lekker meta, en zo kennen we Destroyer onderhand wel.

Zo opgetogen als de muziek op Poison Season klinkt, zo ongelooflijk cynisch en miserabel zijn de songteksten van Bejar. "It's hell down here/it's hell!", foetert hij continu op de easy listening schmaltzpop van Hell, terwijl de blazers en fluiten samenzweren tot een euforisch crescendo. Dit soort scherpe contrasten lijken altijd wel ergens aanwezig bij Destroyer.

Bejar noemt nummers als Forces From Above en Dream Lover 'peptalk voor gekwelde zielen'. "Typisch Destroyer: een soort viering van hoe ziek alles wel niet is. Ik dacht om de een of andere reden veel aan ziekte en dood toen ik Dream Lover schreef. Het is in een soort trance ontstaan, binnen drie minuten stond het op papier." Hij zingt een stukje a-capella: You’re sick in bed. You’re sick in the head/You’d love a dog to play dead/You’d love a dog to play dead. "Het is best wel een oudelullensong. Als ik deze liedjes hoor, denk ik aan spionage en hele louche zaakjes. Kaputt had ook wel iets schunnigs, maar Poison Season is wat dat betreft ronduit pervers."

Volgens Bejar zijn de personages in Destroyer-liedjes over het algemeen gierig, gepassioneerd en onbetrouwbaar. Poison Season lijkt daar bijna een soort karikatuur van te maken. Op Bangkok schetst Bejar een portret van een oude schurk genaamd Sunny die met diep sentiment terugblikt op zijn roerige bestaan. Bejar: "Het is een soort perverse jazzballad uit de goot...of een Broadway-voorstelling dat zich afspeelt op de stoep. Als ik Poison Season een richting in kon sturen, zou het zoiets als dit moeten voorstellen. Maar Destroyer doet uiteindelijk wat het zelf wil...ik ben niet zijn meester."

Zonnesteek
Bejar heeft zichzelf sinds Kaputt leren aanvaarden als zanger. Frank Sinatra is hij niet bepaald, maar dat hoeft ook niet. Juist die 'amateuristische' uitvoering van stijlfiguren uit de popmuziek geeft de muziek van Destroyer zijn ongrijpbare charme. "Ik heb genoeg artiesten oudere platen horen coveren om te beseffen dat die werkwijze ook bij Destroyer doorsijpelt", geeft Bejar toe. "Voordat ik aan Kaputt ging werken, luisterde ik veel jazzmuziek. Ik dacht altijd bij mezelf: Als ik iets van Amerikaanse muziekcultuur af durf te snoepen, is het wel als een jazzzanger die toevallig zijn eigen liedjes schrijft. Maar ik ga natuurlijk niet letterlijk zeggen dat ik een jazzzanger bén, want dan mept iemand mij in het gezicht!"

Midnight Meets The Rain begint met opzwepende seventiesfunk, terwijl Bangkok halverwege met heerlijk pathetische trompetsolo uitpakt. Allebei herkenbare momenten waarvan je denkt: 'Ik weet zeker dat ik dat eerder heb gehoord.' Hetzelfde geldt voor het apocalyptische Sun In The Sky, dat sterke overeenkomsten toont met Bob Dylan's versie van That Lucky Old Sun op diens Sinatra-coverplaat Shadows In The Night.

Beide liedjes schetsen de zon - het symbool voor optimisme en geluk - in een verbitterd daglicht. Bejar: "We waren over het algemeen niet zo bezig met liedjes instuderen. Ik wist van tevoren dat de drums compleet los zouden gaan in dat couplet. Maar we deden dat bij elke take een klein beetje anders, een stuk of drie keer in totaal. Het is een erg verhalend nummer geworden met een eenvoudige structuur." Verhalend? Horen dat echt uit de mond van Dan Bejar?

"Ik weet het, ik weet het...ik heb in lange tijd geen liedje als dit geschreven!" lacht hij. "Dat gebeurt eens in de zoveel jaar. Sun In The Sky is voor mijn gevoel een onzettend rechttoe-rechtaan en helder verwoord nummer, bijna autobiografisch zelfs. Het nummer is eigenlijk heel somber en persoonlijk. Als je me écht zou kennen, zou je kunnen concluderen dat Sun In The Sky het meest persoonlijke Destroyer-liedje is van de laatste twintig jaar. Je kunt er zelfs zinnen uit plukken die direct te traceren zijn naar mijn persoonlijke leven. Dat overkomt me eigenlijk nooit. Ik noem zelfs de naam van mijn dochter (Gloria). Het laatste nummer dat zo persoonlijk voelde, schreef ik vijftien jaar geleden: Farrar, Strauss & Giroux, afkomstig van het album Streethawk: A Seduction. Zoiets is voor mijn doen op het grensvlak van psychotisch. Maar...het voelde op dat moment als een opluchting."

Geen Kaputt part deux
Ondanks het gegeven dat hij zichzelf bij elke Destroyer-plaat opnieuw uitvindt, is Bejar frequent het speelse mikpunt van popcritici. Er is zelfs een drankspelletje gemaakt waarbij al Bejar's muzikale en tekstuele tendensen vakkundig ontleed worden. Destroyer was wellicht 'meta' voordat 'meta' een dominant mechanisme binnen onze interactie met kunst werd. In grote Hollywood-blockbusters worden leven-of-doodsituaties steeds vaker ontkracht door een goed geplaatste grap om de absurditeit van de situatie aan te geven. Iconische tv-personages en stripfiguren doorbreken de vierde muur.

We zijn het door zulke films intussen zo gewend aan zulke meta-humor, dat we dergelijke easter eggs ook sneller signaleren. Misschien wordt Destroyer daardoor vanzelf een makkelijker doelwit, omdat Bejar weigert zijn muziek af te doen als leuke kitsch. Hij profileert zichzelf als kritische, serieuze artiest. Refereren naar jezelf is overigens helemaal niets nieuws in de popmuziek. The Beatles en Bob Dylan deden dat zelfs continu.

Toen Bejar Dylan twee jaar geleden live zag, vond hij zijn show 'het grootste stuk performancekunst ooit'."De fans wilden zo graag meezingen met de man, maar hij maakt het ze voor honderd procent onmogelijk. Dylan's band was trouwens waanzinnig, bijna een machine. Het voelde bijna alsof iemand specifiek aangewezen was om naar Dylan's pianovingers te kijken en de boel als een soort tolk door te vertalen naar de band toe. Want als je Dylan direct probeerde te volgen, raakte je zoek. Het was gewoon een hele vreemde happening."

Bejar zou het hier net zo goed over zichzelf kunnen hebben: een artiest die elke plaat telkens weer het canvas leeg maakt om zich van zijn luisteraars te vervreemden. Geen pleaser dus: een tweede Kaputt was dus zo goed als uitgesloten. Dat maakte hij duidelijk in een nogal nors gesprek met Pitchfork. Hij legt in dit artikel onder andere uit hoe hij de (volgens hem) twee meest toegankelijke liedjes schrapte. Nou ja: single Dream Lover is anders behoorlijk pakkend, maar dat nummer zet hij doodleuk weg als slechts een incidentele liveopname. Hij zet zichzelf gedurende het hele interview neer als een soort oude lul die alleen van oude lullenmuziek houdt en geen flauw benul heeft van wat nu hip is.

De meeste muzikanten van begin veertig zouden zo'n doorbraak als bij Kaputt zien als een soort rechtvaardiging van al het harde werken, maar Bejar behoudt resoluut zijn scepsis. Terwijl hij pragmatisch blijft onder het succes van Kaputt, is hij echter dolblij met de ontwikkeling die hij persoonlijk heeft gemaakt bij het maken van de plaat.

"Bij Kaputt stopte ik veel tendensen weg die ik voorheen aanhield. Het was voor het eerst dat ik mijn ogen kon sluiten en mij in een melodie kon verplaatsen", beargumenteert Bejar. "Voorheen maakte ik voornamelijk dissonante platen. Die oude tendensen komen enigszins terug op Poison Season, maar heel veel muziek op deze plaat is op soortgelijke manier ontstaan. In het begin was Destroyer een project waarbij ik taal uit bronnen haalde die niets te maken hadden met muziek. Uit boeken en films bijvoorbeeld. Dat vond ik toen een goede strekking voor liedjes schrijven, maar nu heb ik daar geen interesse meer in."

Veilige bubbel
Voor Bejar gaat het dus alleen om de muziek, en alles daaromheen vind hij gewoon niet zo belangrijk. Degenen die de shows rondom Kaputt bijwoonden, weten dat de Canadees sowieso niet bepaald van de poses is. Bejar oogt eerder alsof iemand hem per abuis op het podium heeft geschopt bij een dronken karaokeavond. Niet bepaald Bryan Ferry van Roxy Music, de slicke verleider in het perfecte maatpak. Noch is hij Damo Suzuki van Can, een outsider die puur wartaal uitkraamt maar wel een bijzondere mystiek vanuit gaat.

Het lijkt bijna alsof Bejar uit gêne zijn rol als zanger en bandleider mijdt, maar dat is volgens hem totaal niet zo. Intégendeel zelfs. "Ik probeer nu vooral meer betekenis te vinden in het zingen zelf, niet zozeer in de woorden die ik uitkraam. Ik beschouw mezelf nu eindelijk een muzikaal schepsel, niet iemand die daarboven of onder opereert. Het doel is altijd om boven mezelf als mens uit te stijgen. En muziek blijft voor mij de sleutel om dat te kunnen doen."

Terwijl de kunstwereld zichzelf kritisch blijft ontleden om puntjes te scoren, doet Bejar dat het liefst binnen zijn eigen veilige bubbel, onder zijn eigen voorwaarden. Wellicht is het om die reden dat zijn 'oudelullenmuziek' na twintig jaar steeds zo urgent - voor zover dat woord nog betekenis heeft - blijft klinken. "Ze noemen Shakespeare net zo goed ouderwets omdat zijn werk moeilijk te ontleden is. Maar zijn werk is juist moeilijk te ontleden omdat hij gewoon hele bizarre dingen zegt. Dat is de reden waarom hij nog steeds zo relevant is vandaag de dag. Dat is ook terecht."

Als vervreemding de werkelijke functie van zo'n Destroyer is, lijkt het plots logisch dat Bejar zo verheugend over de apocalyps zingt. Wie schept, moet tenslotte eerst vernietigen. "Ik vind het inderdaad een bijna religieus iets, dat spelen met de universele aspecten van muziek. De mythische eigenschappen van het liedje ontrafelen is voor mij de ultieme droom. En die droom vind ik het nastreven waard. Als je daar niet naartoe durft te werken, then what the fuck are you doing?"

Poison Season verschijnt 28 augustus bij Merge Records/Konkurrent. In november is Destroyer te bewonderen op Le Guess Who? Daar zijn nog kaarten voor beschikbaar.

  • op wo. 26 augustus 2015, 17:07 uur


comments powered by Disqus