interview

Ryley Walker - Leven op het hazenpad

Foto: Tom Roelofs

Ryley Walker's kleurrijke folkplaat Primrose Green dooft de ruis en de drukte van thuisstad Chicago, vluchtend langs botanische tuinen, vervuilde rivieroevers en uitgestrekte maïsvelden. Tussen de oren is Walker echter onrustig, té onrustig om lang op dezelfde plek te zijn. Hij verzamelde een groep lokale jazzmuzikanten om zich heen om zijn doorwrochte gitaarmuziek naar een hoger plan te tillen. Met andere woorden: veel jammen en improviseren, geheel in lijn met de rijke jazztraditie in Chicago. "Bij elke show gooien we de boel compleet om. Het improviseren maakt van mijn muziek een soort momentopname."

De passant
Primrose Green is een rijkelijk gearrangeerd album, waarop Walker zoveel mogelijk zijn intuïtie volgt. Slechts twee dagen had hij met zijn jazzband nodig om Primrose Green op te nemen en af te mixen. Walkers roerige gitaarspel wakkert de songs aan met een ingrijpende, rauwe intensiteit, alles zoveel mogelijk overlatend aan de spontaniteit van het moment. "Ik was afgelopen jaar voor het grootste gedeelte op tournee. Expres boekte ik tussendoor een studio zonder nieuw materiaal op voorraad, afgezien van een paar schetsen dan. Op slag was ik wel tweeduizend dollar lichter; er ontstond plotsklaps een soort paniek in mijn hoofd. Nu moeten die liedjes er uit komen. Ik had mijn baan opgezegd, ik werd doodziek van het afwassen van borden. Mijn relatie liep stuk en intussen bleven de rekeningen thuis zich opstapelen."

Walker leeft voorlopig het liefst op het hazenpad. Door het avontuurlijke instrumentarium wekt Primrose Green ook het gevoel alsof je voortdurend onderweg bent, net als bij die bekende landkaart-segmenten uit de Indiana Jones-films. Neem bijvoorbeeld Love Can Be Cruel, een gejaagde jam die de illusie geeft van een vluchtig time-lapse segment waarin Walker zelf in zijn schulp blijft zitten. "Kijk, daar liggen al mijn bezittingen" schampert hij, wijzend naar de tas en de gitaar in de hoek van de ruimte. "Afgezien van mijn platencollectie dan."

Een platencollectie die grotendeels bestaat uit folkartiesten die al decennialang niets hebben uitgebracht. Walker strooit fervent met namen als Bert Jansch, Richard Thompson, Davey Graham en Anne Briggs. Hij vertelt zo aanstekelijk over zijn grote voorbeelden dat het haast lijkt alsof hij ze allemaal pas gisteren heeft ontdekt. Nog altijd voelt het voor Walker als het verkennen van nieuw en onbekend terrein, inclusief die typische fingerpicking-stijl die hij inmiddels eigen heeft gemaakt. "Het begon bij het nummer Go To California van Led Zeppelin. Toen pikte ik het voor het eerst op. Voorheen speelde ik slechts afgezaagde punkliedjes. Op een gegeven moment liet een oudere gast mij allerlei alternatieve gitaarstemmingen zien, precies zoals Bert Jansch deze toepast. Jansch' muziek leerde ik pas kennen nadat ik Led Zeppelins Black Mountain Side hoorde, dat is gebaseerd op een opname van hem."

Ruis
Ryley Walker woont tegenwoordig in het centrum van South Side Chicago, een van de meest verloederde stadswijken in de VS. Nou ja, wonen? Verblijven is misschien een betere omschrijving: een maat van hem houdt doorgaans een bank voor hem vrij. Verzwelgen in innercity blues is alleen niet aan de orde bij Walkers verkenningstocht. Hij groeide tenslotte op in een liefdevol gezin in Rockford, de op twee na grootste stad in Illinois. Daar werd Walker drie jaar geleden, na een avondje feesten met vrienden, op zijn fiets geschept door een auto. Acuut werd hij in het ziekenhuis opgenomen met ernstige hoofdverwondingen. Het voorval werd Walker bijna fataal. "Ik ben sindsdien compleet doof aan mijn linkeroor. In het begin was daar ik depressief om, maar uiteindelijk besefte ik, op aanmoediging van familie en vrienden, dat zoiets je leven niet mag beheersen. Na mijn ongeluk kreeg ik alleen maar meer motivatie om muziek te maken."

Als die ruis dan toch al door het hoofd zoemt, kan de drukte van buitenaf er nog wel bij. Leven in Chicago is voor Walker eerder een toevlucht dan een bewuste keuze. "Na Rockford en Chicago zijn er verder geen grote steden in Illinois. Het is niet zo makkelijk als hier in Nederland, waar je met een directe treinverbinding van Amsterdam naar Rotterdam kunt reizen. Als je in Illinois ergens langs de maïsvelden een gezin wil stichten, prima. Maar als je op zoek bent naar iets anders, verhuis je vroeg of laat toch naar Chicago. Zo simpel is het", betoogt hij, licht chargerend. Walker geeft het zelf ook eerlijk toe: hij heet moeite met het conformeren aan de maatschappij. Als impulsieve tiener jatte hij EVOL van Sonic Youth uit een platenzaak, puur omdat hij de hoes zo prachtig vond. Baantjes kon hij ook moeilijk vasthouden. Walker combineerde als medewerker in een restaurantketen zijn werkuren door in de koelcel gitaarpartijen te oefenen. Toen de baas hem daarop betrapte, werd Walker op staande voet ontslagen.

"Ik ben nog steeds compleet platzak", lacht hij enigszins spottend. Walker lijkt zich daar nauwelijks om te bekommeren: "Muziek is alles wat mij momenteel op de been houdt. Mijn ouders moeten jarenlang sparen om een keer in hun leven door Amsterdam te kunnen wandelen. Ik ben hier nu voor de zoveelste keer. Daarom koester ik dit soort dagen ook. Ik wil daarom ook continu bezig blijven. Zodra ik stil kom te zitten raak ik binnen te kortste keren van slag. Touren is mijn therapie. Ik heb vaak ook moeite met nee zeggen. Het is mij namelijk een deugd of zo'n show wel of niet goed geld verdient. Als iemand mij voor een optreden vraagt, waar dan ook, pak ik mijn spullen. Desnoods verkoop ik een gitaar om mijn reiskosten te dekken. Het altijd onderweg zijn maakt mij een gelukkig mens. Als ik thuiskom heb ik altijd veel te veel tijd voor mezelf. Dan ga ik vanzelf ook te veel nadenken."

Botanische tuinen en vervuilde rivierbanken
De hoes van Primrose Green vertoont Walker in een uitgestrekte weide, met een bos bloemen in zijn rechterhand. Zeker geen willekeurig beeld: het nummer Griffith Buck's Blues is bijvoorbeeld vernoemd naar een excentrieke botanist uit Walkers geboortestad Rockford. Buck kweekte zijn leven lang de meest exotische bloemen: een van deze bloemen doopte hij zelfs om tot The Folk Singer. Dit gegeven raakt een gevoelige snaar bij Walker. "In films zijn bloemen vaak een typisch romantisch geschenk, maar er bestaan hele intense, stijlvolle soorten; bloemen die op bepaalde plekken bijna onmogelijk te kweken en te verzorgen zijn. Griffith probeerde veel van dat soort bloemen in stand te houden, maar zelf stierf hij uiteindelijk in eenzaamheid."

Een leven lang mooie dingen najagen en noodlottig sterven, dat overkwam ook een aantal van Walker's muzikale helden. Tim Buckley stierf aan een overdosis heroïne na een concert, Nick Drake bezweek aan de antidepressiva. Je kunt dan beter gelukkig proberen te zijn temidden het verstikkende, verloederde verval om je heen. "Er bestaan bepaalde plekken in mijn hoofd, open, omvangrijke gebieden waar ik vrij kan ademen", bekent hij.

Soms bestaan die plekken ook echt. Zo zingt Walker op On The Banks Of The Old Kishwaukee over het moment dat hij éventjes stopte om een christelijke doop in de rivierbank gade te slaan. "Die rivier is vernoemd naar een Indiaanse stam, maar nu worden er regelmatig christenen gedoopt. Het water is echter behoorlijk vervuild, vol met bierblikjes, peuken, plastic en kapotte fietsen. Het is bizar om God te vinden op zo'n smerige, desolate plek. Tegelijkertijd is het juist mooi dat mensen daar zo dolgelukkig van kunnen worden. Zulke wilskracht is best inspirerend, toch?"

Primrose Green is verschenen bij Secretly Canadian/Konkurrent. Ryley Walker geeft dinsdagavond 14 april een concert in Patronaat, Haarlem. Op zaterdag 2 mei staat hij in Paradiso, Amsterdam en op zondag 3 mei speelt Walker op het Down By The River-festival in Venlo.

  • op ma. 13 april 2015, 12:30 uur


comments powered by Disqus