recensie, aaa-list

Review: Sufjan Stevens - Carrie & Lowell

I forgive you mother, I can hear you. And I want to be near you, but every road leads to an end.” Op zijn eerste album in vijf jaar tijd laat Sufjan Stevens al in openingssong Death With Dignity weinig aan onze verbeelding over: zijn werkelijk wonderschone zevende album Carrie & Lowell is een intieme verwerking van de dood van zijn biologische moeder, die geregeld ook aanvoelt als een ontroerende, hyper-verfijnde muzikale ode aan deze vrouw. Dit overigens zonder dat Stevens haar gebreken onder het tapijt veegt, intussen volop herinneringen ophalend uit zijn jeugd, zelfs al kende hij haar niet eens heel goed. “What is that song you sing for the dead?

Wel vergeven, maar niet per se vergeten dus, zelfs al was Stevens pas een jaar oud toen Carrie Stevens haar in Michigan woonachtige gezin in de steek liet (“I’m sorry I left but it was for the best” horen we in Fourth Of July) en later een relatie kreeg en trouwde met de Lowell uit de albumtitel: Lowell Brams, tevens de medeoprichter van Stevens’ label Asthmatic Kitty. In zijn jongste jaren bracht Stevens nog enkele zomers door bij zijn moeder in Eugene, Oregon, aldus een persoonlijk vraaggesprek met Pitchfork, waarin hij tevens vertelt over haar alcoholmisbruik, depressies, schizofrenie en de kanker die haar uiteindelijk het leven kostte. Die laatste gebeurtenis wordt expliciet en openhartig bezongen in de indringende sleutelsong Fourth Of July, inclusief een somber ‘We’re all gonna die’ als terugkerende tekst.

Bij zo’n zware thematiek passen uiteraard geen hevig bombastische clashes tussen folk, duizelingwekkende elektronica en orkestrale stukken zoals op het even uitdagende als uitzinnige The Age Of Adz van vijf jaar geleden. De vooruitgesnelde voorproefjes No Shade In The Shadow Of The Cross en de titelsong lieten al doorschemeren dat Stevens op Carrie & Lowell is teruggekeerd naar zijn folkroots volgens zijn eigen recept. Als absolute tegenpool van The Age Of Adz komt Carrie & Lowell muzikaal nog het dichtst in de buurt van Seven Swans (2003) of het serieuzer werk van zijn eerste Kerstmis-EP’s. Rustiek tokkelende gitaarpartijen en Stevens’ zachte, niet eerder zo kwetsbaar klinkende zang vormen kortom de basis, prachtig en enkel waar nodig ondersteund door minimale, maar uiterst effectieve arrangementen met accenten piano, subtiele elektronica en de serene achtergrondkoortjes van zijn vaste begeleiders. Enkele liedjes worden bijzonder fraai uitgeluid met toegankelijke, ambient-achtige soundscapes.

Dat Sufjan Stevens prachtige diepgaande liedjes die gevoelige snaren raken kan schrijven, is op zich geen nieuws. Maar gevoed door dit arsenaal aan emoties en met meer levenservaring op zak overtreft hij zichzelf hier. Een tweede enorme verdienste is dat Carrie & Lowell ondanks het overkoepelende thema en alle bijbehorende gevoelens van verdriet, vertwijfeling en teleurstelling toch geen loodzware plaat is geworden. Niet alleen komen op precies de juiste momenten wat luchtiger aanvoelende liedjes voorbij (Eugene, Carrie & Lowell), de immens delicate en gedetailleerde instrumentatie zorgt er altijd voor dat de muziek een zekere toegankelijke lichtheid behoudt. Bovendien blijft kleffe sentimentaliteit te allen tijde buiten de deur. Zelden klonk een album over zo’n ingrijpend verlies naast opmerkelijk luchtig zo warm.

Soms maakt slechts een kleine overgang in toon een liedje al subliem, zoals Should Have Known Better, waarin elektronica bijna onmerkbaar het patroon van Stevens’ gitaar overneemt en waarin meerdere kleine en grotere jeugdherinneringen uit de zomers dat Stevens nog bij zijn moeder verbleef voorbij komen, luchtig opgediend (“When I was three, maybe four, she left us at the video store”).

Als de toon al zwaarder wordt, is dit halverwege met het magistrale combo van twee liedjes: Fourth Of July (diepe droefenis terugdenkend aan de nacht dat Carrie stierf) en The Only Thing. In die laatste komen alle verwarrende gevoelens over wat zijn moeder nu precies voor haar kinderen voelde samen (“I wonder, did you love me at all?”) en kunnen ze zomaar omslaan in een merkwaardige mengeling van suïcidale gedachten, gevoelens van diepe verbondenheid en de behoefte om ondanks alles nog eens dicht bij haar te kunnen zijn. Dat leidt tot de mooiste, meest aangrijpende zinnen van de plaat: “Should I tear my eyes out now? Everything I see returns to you somehow. Should I tear my heart out now? Everything I feel returns to you somehow.” Koele kikkers, zij die hier niet door geraakt worden. Nog een hoogtepunt is het minimaal aangeklede, thuis opgenomen John The Beloved, waarin Stevens zich voor emotionele hulp alsnog tot zijn geloof weet te wenden: “Jesus, I need you, be near, come shield me.

En zo is Carrie & Lowell op zowel muzikaal als emotioneel vlak van alles tegelijk: ongelooflijk rijk in al z’n bedrieglijke eenvoud en boven alles van begin tot eind oprecht aangrijpend. Een nieuw meesterwerk kortom waarmee Sufjan Stevens zijn vroegere werk op een indrukwekkende manier overtreft. Carrie & Lowell klinkt en voelt als zelftherapie in de vorm van een album en geeft je als luisteraar het gevoel heel dicht bij zijn familiegeschiedenis te staan: zoveel openhartigheid als hier hoorden we immers nog nergens eerder van Stevens.

Carrie & Lowell is verschenen via Asthmatic Kitty/Konkurrent en is in zijn geheel te streamen via Spotify. Begin september geeft Sufjan Stevens enkele optredens in Groot-Brittannië: we wachten nog met smart op een concertdatum dichter bij huis.

  • Joris op do. 2 april 2015, 10:00 uur


comments powered by Disqus