concertverslag, foto

Het grote Noorderslag-overzicht: alle ogen op Friesland in 2014

BlackBoxRed @ Noorderslag 2014. Foto: Hanneke Goldsteen

Nog altijd de plek om op een lange avond zoveel mogelijke Nederlandse acts van het moment te checken: Noorderslag in de Groningse Oosterpoort. Waar we het dit jaar zelfs drúk hadden. Zo druk dat er niet eens tijd was om bier te gooien naar Popprijs-winnaars The Opposites. Twee stevige avonden Eurosonic in de benen of niet, tijd voor een flinke ronde langs de grote en kleine zalen van de Oosterpoort, soms in sneller zappende modus, om te zien welke nieuwe talenten nu echt een stevig fundament leggen voor een goed nieuw jaar. En ook al is het ook weer niet uitsluitend prijsschieten deze lange avond, we hebben beslist wel eens wisselvalliger Noorderslag-avonden beleefd...

En dat is voor een groot deel te danken aan een enkele optredens van opkomende bands uit de buurprovincie van Groningen: Friesland. Op de furieuze alles-mot-kapot-garagetrash van BlackBoxRed komen we straks terug, eerst even uw aandacht voor het feit dat er (deels) vanuit de Leeuwarder Academie voor Popcultuur een nieuwe generatie muzikanten is opgestaan die daar nadrukkelijk worden gestimuleerd vanuit eigenwijze, avontuurlijke insteken muziek te maken. Dit én een zekere muzikale verbondenheid tussen Friesland met het Europese noorden zorgt er zo ongeveer voor dat bands als Sväva, Wonder en The Future's Dust ieder op hun manier dreampop-achtige muziek maken met naast nadrukkelijk eigentijdse invloeden een zeker Scandinavische feel erin. Een boeiende nieuwe scene die het verdient over het hele land en misschien nog wel verder uit te fladderen. Hier gebeurt iets.

Zo maakten de mooie sound en enkele naar meer smakende liedjes van Sväva op Eurosonic al indruk, in de kleine Patio-tent op Noorderslag laat het zeskoppige Wonder horen een aantal stappen verder te zijn, na optredens op onder meer Into The Great Wide Open en Welcome To The Village en de release van een EP afgelopen najaar. Vormgever van het geluid is gitarist Patrick Schaafstal (eerder Passengers) die met frontvrouw Marije de Vries de van strakke spanningsbogen voorziene, gelaagd opgebouwde Wonder-songs schrijft, beïnvloed door zowel Feist als Radiohead. 'Dromerige popmuziek' zeggen zij zelf ook, of denk aan een ingetogen versie van Efterklang, maar dan met zangeressen. De Vries zingt live knap beheerst, maar bewijst in de climax van slotnummer Great Expectations loepzuiver en krachtig uit te kunnen halen. Geheim wapen is de tweede, soms soulvolle stem van Masha Schenkel op links. Wat ook een verademing mag heten: het oprechte plezier dat de hele groep dit dikke half uurtje duidelijk uitstraalt. Een album zou medio 2014 moeten verschijnen; dat dit meer moois mag opleveren, voor ons en de band zelf.

Intussen wordt The Future's Dust steeds inniger omhelst door meer liefhebbers, met dit Noorderslag-optreden als voorlopig hoogtepunt waarin alles samenkomt. Want het vijftal is in het afgelopen jaar door veel te spelen niet slechts een béétje gegroeid. De band is intussen zichtbaar op zijn plek voor een volle zaal als deze Patio-tent, een heel verschil met het plaatje van de nog wat schuchtere groep van een jaartje geleden. Het is fantastisch om te merken dat een steeds groter publiek onder de indruk raakt van hun muziek, met nummers als Passage en The Fields van debuut-EP Marrakech, waarin de band zo goed gebruik maakt van spanning en opbouw, daarin ongehaast de tijd nemend. Waar je bij andere bands met zo’n aanpak vaak zit te wachten op uitbarstingen, zijn voor The Future’s Dust slechts enkele perfect getimede, iets harder aangezette stukken voldoende om te ontladen. Begon dit optreden nog in een rumoerige tent, het eindigt met de volste aandacht van het publiek en uitzinnig applaus. Hoe vaak je The Future’s Dust ook live ziet, ze blijven tot nog toe telkens opnieuw indruk maken. De zegetocht duurt voort, hopelijk nog een lange tijd. Hebben we alle vertrouwen in.

Daryll-Ann

We zien aan het begin van de avond ook oude rotten met hervonden jonge honden-plezier op het podium: het als 'special guest' aangekondigde Daryll-Ann is na negen jaar terug en na de eerste try-out shows achter de rug krijgt Noorderslag een 'miniset' van veertig minuten voorgeschoteld, met een tiental songs in volle vaart gespeeld, soms zelfs in stevige rockmodus. En ja, het is heerlijk om na al die tijd de stemmen van de gebroeders Jelle en Coen Paulusma weer als een te horen klinken, met Anne Soldaat tussen hen in. Aangevuld met zijn vocalen zijn de koortjes als vanouds om door een ringetje te halen – vooral in rustiger Happy Traum-liedjes Everybody’s Cool en Trip The Stairs –, terwijl Soldaat ook de ruimte krijgt om met venijnige solo’s te excelleren. Een verrassend energieke en levendige set dus waarin de band in bloedvorm er vol voor gaat, alsof er - net als voor veel jonge bands op Noorderslag - ook voor hen een hoop afhangt van dit optreden. Er is nog een haast venijnig bijtend Always Share van Weeps, er zijn de tijdloze liedjes als The Doctor & I en Stay als afsluiters, zodat deze set voelt als het na jaren weer tegenkomen van een oude geliefde waar je het direct weer hoog in de bol van krijgt. Veertig minuten zijn kort en doen vooral ontzettend uitkijken naar de volwaardige clubshows die zeker een uur of twee zullen duren.

De vaste Noorderslag-bezoeker weet: voor energieke, vuilere optredens moet je op Noorderslag in die bijpassend warme, lage kelder van de Oosterpoort zijn. Om eerst nog even door te gaan op die Friese zegetochten op het festival: ook duo BlackBoxRed uit Leeuwarden maakt hier veel indruk, en dan zeker niet met lieftallige dreampop. Wel met vuile, opgefokte, trashy garage afgewisseld met enkele verrassend dansbare momentjes. De tijd dat gitariste Eva van Netten en drummer Stefan Woudstra nog wat veel als Blood Red Shoes klonken is definitief voorbij. De twee bijten bovendien stukken harder dan dit wat in slaap gesukkelde Engelse koppel. Mini-tornado’s vol rake drumklappen en vuile riffs worden handig afgewisseld met een iets poppiër nummer als eerdere single Stripper - "Het is hier warm hè, trek maar wat uit" - en het ingehouden The Wild, dat een wat opmerkelijke, want toch iets minder pakkende singlekeuze is. Dat is maar een klein dipje in een verder overrompelende set die de deur open moet hebben gezet naar meer en grotere (festival)optredens dit jaar.

Meer donderende heftigheid is er van het Haagse Monomyth, met leden van 35007, The Polar Exploration Ship, Gomer Pyle en Incense. Die vullen een vol rook staande kelder met zompige psych-stoner me invloeden uit progrock, blues en de postrock van Tortoise, gegoten in - uiteraard - uitgesponnen nummers die op een naamloos debuut staan. Door al die rook is in het begin vooral het silhouet van een dubbelloops gitaar te ontwaren. Het geluid is solide als een granieten muur en de nummers leunen sterk op spannende, herhalende motieven, maar soms blijft de band daar net wat te lang in hangen. Ook al zijn de uitbarstingen in de muziek beslist heftig, op de langere duur klinkt Monomyth net te degelijk, ondanks die mooie CV’s van de bandleden.

De kelder is natuurlijk ook de enige logische plek voor het Amsterdamse Katadreuffe. Met geweldenaar van een plaat Malconfort op zak slaat de band iedereen om de horen met een razende mix van zo’n beetje alle hardere gitaargenres, zodat Katadreuffe eigenlijk nooit echt precies te plaatsen is. Zeker live valt plots goed op hoe virtuoos die priemende riffs van de band eigenlijk zijn. Hoe die gitaristen zo trefzeker zulke onmogelijke partijen spelen, dat dwingt meteen diep respect af. Soms lijkt het alsof alleen iemand met spastische handen die onnavolgbare gitaarlijnen kan reproduceren, terwijl de zanger tegelijkertijd ook nog eens koelbloedig zijn teksten voordraagt, zonder verder op zijn gitaar te kijken. Maniakale drums bulderen schuimbekkend voorbij, en met een van de bandleden in een shirt van Converge schiet te binnen dat Katadreuffe live inderdaad haast een indieversie is van die hardcoreband: razend, inventief en toch ook erg strak, zoals in het gekkenhuis dat The Do-Over heet. Zonde alleen dat het geluid zo rotslecht is: zang is nagenoeg niet te horen en gitaren zijn soms een brei waardoor het voor het publiek lastig is de exacte melodieën eruit te halen. Hier was dus nog meer te halen geweest voor Katadreuffe, maar let wel: een van de spannendste acts van de avond.

Ook het Groningse Wolvon kampt met een behoorlijk slecht geluid en er gaan wat dingen mis op het podium. Maar zelfs al hebben we de band wel eens strakker gehoord, toch maakt deze chaotische show weer indruk en onderstreept Wolvon dat de beste opgejaagde noiserock van het land nog altijd uit Groningen komt. Het trio zelf lijkt zich gelukkig niet af te vragen of alles wel volgens plan verloopt en baant zich ziedend een weg door een set met verpulverende nieuwe nummers, enkel even rust nemend voor vragen als ‘is het eigenlijk wel warm genoeg hier?’ en om nog even iets met ‘Wolvon’, ‘dankjewel’ en ‘dansen’ te mompelen in de microfoon. En ja, dat nieuwe werk is inderdaad op een vreemde, maar heel goede manier inderdaad wat dansbaarder, swingender zelfs, hoewel de schurende gitaareffecten je om de oren blijven vliegen.

Een beetje joligheid na al dit topzware werk? De dj's cq. amokmakers van het Cairo Liberation Front mogen zich melden in de Noorderslag-kelder met een voorsmaakje van een nieuwe 'show' annex dj-set waarmee ze door het land horen te trekken. Een beetje doorgeschoten zijn de jongens wel: trokken ze afgelopen jaar op onder meer Best Kept Secret vooral de aandacht met scherp gemixte Egyptische electro chaabi-muziek (overstuurde beats, ratelende Arabische melodieën), nu moet het vooral een feestje zijn met een lompere songkeuze, extra theedoeken in het publiek, een buikdanseres en... shoarma vanaf het podium. Een an sich boeiende, voor ons nauwelijks bekende muziekcultuur krijgt nu een te schijtlollig carnavalssfeertje aangemeten ('hebben we zin om te dansuh!?'). Dat kun je nog moeilijk als een eerbetoon aan deze muzieksubcultuur zien, terwijl het Cairo Liberation Front dit in den beginne wel bracht. 

Afterpartees

Tijd voor melodieuzer gitaren: als de jochies van Afterpartees uit Horst het podium van de Marathon-zaal opstappen, lijkt het er even op dat vele spelen dit weekend de vijf ervan gaat weerhouden om op het moment suprême de ultieme show te geven. Eerlijk is eerlijk: al die optredens hebben de band duidelijk wat gedaan: de stem van zanger Niek Nellen is behoorlijk hees en de band ziet er wat brakjes uit. Maar dat is nu eenmaal rock ‘n’roll en gelukkig laten ze zich niet inpakken door een beetje vermoeidheid: nog één keer alles geven is het devies. En dat doen ze goed, met meerdere hitjes om de setlist te vullen, First/Last uiteraard voorop. En daar smult het publiek zichtbaar van. Nellen heeft zich definitief ontpopt tot rasperformer die het lukt om het publiek flink op te zwepen en tussendoor quasi-nonchalante, droge opmerkingen te maken: “Nu die fotografen weg zijn - dankjewel hè, jongens - kunnen jullie allemaal wat meer naar voren komen. Maar pas op: er heeft hier iemand een cracker laten vallen” Die brakheid? Die werkt opeens in het voordeel van de band de elke kans aangrijpt en alsnog een opruiende en energieke show geeft. “Come on, stelletje hufters!”

Wat we eerder schreven over ‘het is niet altijd prijsschieten’: het optreden van The Vagary in de bovenzaal lijkt eerst nog een aangename verrassing. De band maakt gelikte, maar toch zeker goede pop die doet denken aan een iets minder puntige versie van The Strokes, compleet met grootse gitaarlijnen en aanstekelijke refreintjes. Zonde is alleen dat na twee nummers het tempo inzakt en enkele gezapige fillers voorbijkomen, ook nog eens met infantiele toetsenpartijen die de boel wat dansbaarder moeten laten lijken. Zo blijft de band de helft van de tijd steken in uitgekauwde dertien in een dozijn-pop waarbij het beste moment nog een cover van Rod Stewarts’ Young Turks is. Yikes. Misschien is The Vagary nog net iets té eager.

Het valt deze avond ook niet mee om onder de indruk te raken van twee vertegenwoordigers uit de huidige stroom Nederlandse dames die vrij eigenzinnige, wat kleinkunst-achtige teksten in hun moedertaal. Nieuwe tot de verbeelding klinkende naam Rita Zipora combineert haar romantisch aangelegde teksten op haar album met aardig wat muzikaal avontuur en elektronica. Live smeert vooral een nogal prominent aanwezige ritmesectie de liedjes te veel dicht en klinken de nummers van Zipora op slag minder opvallend, gewoontjes zelfs, in een optreden dat nog wat stijfjes aandoet. Pakkend liedje dat eruit springt: Katerdag. Wat we van de set van Eefje de Visser meekrijgen is ook niet om heel enthousiast van te raken. De zangeres en haar bandleden - allen in het wit gestoken - lijken te kampen met wat technische issues, de bas staat veel te hard afgesteld en haar teksten zijn nauwelijks verstaanbaar, met of zonder oordopjes in. Los van die issues maakt dat vollere bandgeluid héle korte metten met de subtiliteit die haar tweede album Het Is juist zo fraai maakte.

Nu we toch aan het mopperen zijn: zo'n spontane plaat hebben en dan toch vrij saaie optredens geven: we hebben het folkrockband Town Of Saints de afgelopen tijd een paar keer zien doen. Ook bij een thuiswedstrijd in de eigen stad Groningen heeft het publiek weinig reden om op te veren, hoe zichtbaar hard de band ook werkt. Vooruit, de foyer van de Oosterpoort is geen perfecte locatie voor een opzwepende set en het doffe geluid helpt niet mee - dat viel bij eerdere optredens ook al op -, maar zijn dit de enige redenen dat de euforische energie in een liedje als Trapped Under The Ice er live maar niet uit wil komen? De emoties van de plaat Something To Fight With slaan bij Town Of Saints live compleet dood; de liedjes sprankelen domweg geen moment. Dan hoor je achteraf dat een gastrol van Broken Brass Ensemble voor wat vuurwerk zorgde, maar dat wachtte ondergetekende niet af.

Town Of Saints

Terwijl hier en daar de gitaarmuziek wordt doodverklaard, staan er op Noorderslag toch een boel andere gitaar- en steviger rockbands die het heel behoorlijk tot zeer goed doen. We constateren tijdens een ronde zappen langs de zalen dat Birth of Joy zoals bekend juist nog harder rockt met duizelingwekkende orgel cq. keyboardpartijen dan met gitaarriffs. Het trio laat horen wat een jaar lang veel spelen in het buitenland oplevert: een geöliede livemachine die weet hoe je een publiek opjut met vettige groovende jamrocksongs. Soms bijna Deep Purple-achtig en tóch amusant. Hardrockclichés worden weer een beetje fris bij het zeer zelfverzekerd spelende Nijmeegse Black Bottle Riot.

En de macho macho men van De Staat bewijst in de grootste zaal van het huis met twee vingers in de neus een zeer solide festivalset in huis te hebben met vooral materiaal van de platen Machinery en I_CON. Hadden we een tijd niet gehoord eigenlijk, stampers als Ah I See (toet-toet!) en Sweatshop, maar nog steeds missen ze hun opjuttende effect niet. De vijfkoppige machine groovet op z'n dwingendst in Devil's Blood en even strak als soepel gespeeld hitje van het debuut The Fantastic Journey Of The Underground Man blijft een publieksfavoriet. Net als het maffe Witch Doctor van de laatste plaat trouwens, met een soort gitaargedreven gabberclimax waarop de grote zaal van de Oosterpoort loos gaat. Status van ‘sublieme liveband’ ruimschoots geconsolideerd.  

Liever wat sixtiespop à la Rolling Stones of The Byrds? Een beetje ouderwets klinkend, maar wel lekker, deze nieuwe, strak in pak gestoken band Sky Pilots rond Matthijs van Duijvenbode, in het verleden bandlid van Tim Knol. Tussen de powerpop past ook een bluesy liedje, tegen het slot horen we deze piloten zelfverzekerd “we’re cruising on control” zingen. Daar lijkt het inderdaad op, richting een vast prettig debuutalbum komende lente.

De Staat

Komt in maart ook met een debuut waar liefst vijf jaar aan gewerkt is: de oorspronkelijk uit Leeuwarden afkomstige Thomas Azier, die enkele jaren terug zijn thuisstad verruilde voor Berlijn, waar hij werd gegrepen door de elektronische scene aldaar. Als we de promomachine moeten geloven, wordt 2014 dan eindelijk zijn doorbraakjaar, maar wij weten dat zo net nog niet. Productioneel is er op de spatheldere, wat kitscherige synthpop met donker Depeche Mode-randje (of toch Hurts?) weinig aan te merken, of het moet zijn dat de sound weinig origineel is. Maar volvet klinkt het in de kleine zaal van de Oosterpoort zeker en ja, Ghostcity van afgelopen najaar is een erg goede single die al vroeg voorbijkomt. Op het podium werkt Azier al een tijdje met een begeleider die de meeste apparatuur bedient en elektronische percussie live bespeelt, zodat Azier zich volledig kan richten op zijn performance, gesteund door een gelikte licht- en donkershow. Tot zover is er eigenlijk bar weinig verschil met de set die we hem zestien maanden terug al eens op het Reeperbahn-festival in Hamburg zagen geven.

Een performance van een popster in spe dus, zo wil Azier met strak kapsel en in leren jack zich ook duidelijk profileren, in een show waarin zelfs elk wijzend handgebaar richting toeschouwers – ‘oeh, hij wees naar me!’ – zorgvuldig lijkt ingestudeerd en getimed. Zelfs de momenten dat hij zijn handen door het haar haalt, zo lijkt het. Voor spontaniteit in deze klinische show is kortom nul komma nul ruimte. Kort na de start is er nog geen doorkomen aan in de 3FM-zaal, maar de theatrale aanstelleritus en hoge, soms wiebelige uithalen van Azier zijn duidelijk niet aan iedereen besteed. Poppetje gezien, kastje dicht, een paar honderd man vertrekt en binnen een half uur zijn vloer en tribunes flink leeggelopen. Als achteloze bezoekers op Noorderslag nietmassaal om gaan, is een doorbraak voor Azier allicht verder weg dan gedacht, ook al gaan de voorste rijen aan het slot alsnog los op een euforisch ‘waiting for the sun’-refrein. Zurig einde van de avond? Toch niet; al twijfelend zijn we vooral benieuwd hoe dit verhaal dit jaar verder gaat.

En dat geldt ook voor de verhalen van The Future's Dust, Wonder, BlackBoxRed en Afterpartees: dat we vanaf dit jaar nog een boel moois van deze bands te horen mogen krijgen.

+++++

Toegift:

Met slechts één nummer dat we onlangs mochten horen van nieuwkomers Ode to the Quiet uit Utrecht en Arnhem, zien we op de zaterdagmiddag in galerie With Tsjalling om de band live aan het werk te horen. We Have a Map (Rêverie) is namelijk een bijzonder mooi gearrangeerd kamerpopliedje. De band laat horen dat die song daar niet alleen in staat. Ode To The Quiet blijkt te grossieren in uitgemeten, doordachte popcomposities met filmische kwaliteiten en academische arrangementen, inclusief inventief, dynamisch drumwerk en klassiek pianospel. Zo is het heerlijk rondwaren in de wonderlijke muzikale wereld van Ode to the Quiet, waarbij enkel de echte op sfeer gebouwde, rustiger stukken zonder zang soms een tikje langdradig zijn. Maar de locatie en het geluid helpen de band daarbij ook niet; de start van de show kampt met technische problemen en de geluidsbalans is verre van optimaal, met drums te hard en te droog en de zang juist te zacht. Aan alles is echter te horen dat deze band veel in zich heeft. Hoe goed moet dit wel niet zijn onder betere omstandigheden? Kunnen we de eerste naam voor Noorderslag 2015 bij deze noteren. Vast tot volgend jaar.

Verslag: Joris Rietbroek / Barry Spooren. Foto's: Hanneke Goldsteen. Lees ook de verslagen van Eurosonic: de donderdag en de vrijdag.



comments powered by Disqus