Nieuw festival Let's Get Lost lijkt een blijvertje
Al een tijdje organiseert online muziekplatform Let's Get Lost vanuit Zwolle al geregeld concertavonden, vooral in de eigen stad. Maar zoiets als een eigen stadsfestival met meerdere soorten muziek op verschillende locaties in de provinciehoofdstad van Overijssel? Dat was er nog niet.
Tot afgelopen zaterdag den 27ste oktober dus: de eerste editie van het Let's Get Lost-festival gaf 650 bezoekers de keus uit grofweg twintig optredens in onder meer de zalen Hedon en Popfront. Met ’s middags als opwarmer al enkele sessies in Plato en het Langhuis, ‘s avonds laat ook verrassingsoptredens van onder meer Anne Soldaat en The Me In You in café In De Buurt. Tijd voor een verslag van een lange avond bands kijken in Zwolle dus. Wandel gerust de route mee, van een Vlaams podiumbeest met de blues tot dromerige shoegazepop uit Engeland.
De avond begint bijtijds - tegen 18.00 uur - in het al vroeg goed gevulde Zwolse poppodium Hedon met Charlie Jones' Big Band, de viermansband rond gretige frontman en kunstenaar Jan 'Charlie Jones' Verstraeten. Niet alleen zitten hun ietwat dwarse, bluesy nummers van jongste album Until I Get Bald goed in elkaar - het poppy The Elephant Man krijgt een goed onthaal -, Verstraeten blijkt een charismatisch podiumdier en met zijn drie bandleden zorgt hij er bovendien voor dat er genoeg te beleven valt op het podium. Zo'n onderbreking van een nummer om met z'n vieren even goed los te gaan op trommels en drums werkt altijd aanstekelijk, evenals een klein liedje genaamd Wordless Fear dat eigelijk alleen wordt voortgedreven door een speeldoos en handclaps van alle bandleden. Het publiek kijkt aandachtig en houdt zich nog verdacht rustig. "Wat zijn jullie stil", zegt den Jones. "Ja, sorry, maar dat zijn wij niet gewend van Nederlanders." Charlie Jones' Big Band moet op deze manier ook grotere, nog vollere zalen makkelijk aankunnen.
Rampspoed vroeg op de avond? Jacco Gardner en zijn band hebben er last van in het kleine zaaltje Popfront. De start van het optreden loopt al ruim een uur uit door diverse problemen bij de soundcheck. Als de set dan eindelijk twee mooie sixtiespopliedjes met aanstekelijke synthpartijen en een wat prettig vreemde ondertoon onderweg is, begint het geluid van de bassdrum afschuwelijk te kraken en is het weer tijdelijk gedaan, tot zichtbare en begrijpelijke frustratie van Gardner en zijn muzikanten. Met een debuutalbum op komst zien we Gardner graag nog eens onder betere omstandigheden. Voor veel publiek - en ook ondergetekende - is het tijd om meer te gaan ontdekken.
De Vlamingen van Oscar and the Wolf bijvoorbeeld, makers van die typische, galmende nachtmuziek met knipogen naar Editors en bezitters van een radiohitje genaamd Orange Sky. Best mooi, maar toch klinken deze en andere liedjes nog wat vlak. En van de stem van frontman-op-toetsen Max Colombie moet je houden: zijn wat klagerige zang is vrij beperkt en kan daardoor op de zenuwen gaan werken.
Hoe beperkt Oscar and the Wolf eigenlijk nog is, hoor je direct erna pas goed in theaterkerk The Young Ones, bij het optreden van land- en muzikale soortgenoten The Me In You. Eveneens makers van rustige, melancholische muziek op ambachtelijke wijze, maar dan met duidelijk sterkere liedjes die bovendien een stuk fantasievoller zijn ingevuld, met soms drie langs elkaar klaterende gitaarlijnen en toetsenpartijen. Warme muziek van een hecht spelend vijftal dat wél een enkele gevoelige snaar raakt, zelfs met een zich eigen gemaakte cover van Ph. D.'s I Won't Let You Down. Heel degelijk en mooi, zonder echter ook weer uitzonderlijk te zijn.
Het drukste moment van de avond in Hedon? Die eer gaat naar de lokale helden van rootsy rockband The Horse Company, die op Let's Get Lost hun wel erg mooi geworden nieuwe album Calypso presenteren. Naar eigen zeggen wilden ze meer ingewikkelde dingen dan ooit doen in hun muziek, dus is er op het podium versterking van producer Matthijs Herder op gitaar en toetsen. Zijn bijdragen blijken zeer welkom om die subtielere, gelaagder nieuwe nummers goed in te vullen; vergeleken met ouder werk is de nieuwe muziek van The Horse Company ook een stukje verfijnder en gedetailleerder. Gedurfde afsluiter van de set is het titelnummer van de plaat, dat negen minuten laveert tussen een grote rockstukken en lieflijker passages, bijna op zijn Wilco's. Het valt op dat The Horse Company nu nog iets onwennig, misschien zelfs onzeker op het podium staat. Mag bij deze duidelijk zijn dat dit nergens voor nodig is? Hoog tijd voor meer vaderlandse erkenning; Calypso gaat die inluiden.
Ondertussen bewijst Anne Soldaat op een volle en knusse Verhalenboot dat hij inderdaad 'Born To Perform' is. Soldaat speelt een prachtige selectie uit zijn vroegere werk met Daryll-Ann en als Do The Undo (van die naam heeft hij nog steeds spijt, zegt hij), aangevuld met liedjes van zijn laatste album. Het gedoe met een blijkbaar moeilijk te stemmen gitaar biedt tussen de liedjes in aanknopingspunten voor wat droogkomische commentaren. Absolute muzikale hoogtepunten van zijn set is een prachtige uitvoering van Money Or Love, afkomstig van Daryll-Ann album Happy Traum en het ontroerende If, van zijn nieuwe album.
Mogen we in Nederland op het moment Daily Bread tot het beste van de vaderlandse elektropop rekenen, onze Zuiderburen schuiven het trio met de onmogelijk te googlen naam SX naar voren, dat dit weekend debuutplaat Arche heeft uitgebracht. De twee heren en dame klinken afwisselend een beetje als de late Moloko dan wel Roisin Murphy solo, of als hedendaagse voorbeelden als Austra, met in de hoofdrol de wat mager ogende zangeres op blote voeten. Haar op zich aantrekkelijke, soulvolle zang doet een recente naam als Cold Specks te binnen schieten en het drietal zet een imposant grote sound neer, geholpen door drummer die speelt op stadionsterkte. Maar iets cruciaals ontbreekt: echt goede, spannende liedjes, laat staan zo'n echte catchy kneiter die een aardig optreden naar een hoger plan kan tillen. Maar dat heeft SX zo te horen nog niet op het repertoire.
Het slot van de avond biedt enkele hippere, aanstormende bandjes die wat met shoegaze, dreampop of iets daar tussenin te maken hebben. In de helaas veel te rustige theaterkerk The Young Ones is het drie kwartier genieten van muziek als een soundtrack bij een ijzige film noir. Zo is het Brits-Amerikaanse Still Corners (fotootje rechts) steeds meer gaan klinken, na een jaar van touren beter dan ooit bovendien. Sound en setting zijn bewust kil en afstandelijk; de mysterieuze uitstraling mist zijn effect op het publiek niet, terwijl enkele dames voorzichtig een dansje wagen. Galmende drums en orgelklanken in de verte vormen de basis voor spannende, hoge strapatsen op gitaar door Greg Hughes, terwijl zangeres Tessa Murray vooraan staat met haar blonde lokken en een glitterjasje, bewegingloos en zwoel-monotoon haar teksten zingend. Nieuwe single Fireflies laat halverwege nog eens horen hoe Still Corners gegroeid is. Ook een statisch optreden kan kortom toch heel spannend en mooi zijn.
Hetgene dat zich meester maakt van de meeste toeschouwers die in Hedon naar heel jonge Zweedse noisepopband met Nederlandse naam Westkust staan te kijken: vertedering. Jawel: met Touch, Care en Alan Life van debuut-EP Junk hebben deze Zweden al een paar heerlijk schurende, onweerstaanbare lofi-popliedjes in huis. Maar optreden cq. live spelen kunnen ze nog voor geen meter en het is schijnbaar nog doodeng. De gitaristen die enkel naar hun instrumenten kijken, da’s geen ‘shoegazen’ naar de effectenpedalen, maar voorkomen dat ze misgrijpen. De zangeres kijkt veel omhoog en naar achterin de zaal, maar niet richting haar publiek. Zelden een drummer en bassist zo langs elkaar heen horen spelen. En tóch hè... zo charmant als de pest. Of hangt dat toch samen het gevoel dat je naar het schoolbandje van je neefje staat te kijken? De liedjes zijn er, tegen het einde mag de boel een keer ontsporen en krijgen de instrumenten het zwaar, maar Westkust moet echt nog vééél oefenen. Zou het straks op Hit The City in Eindhoven beter zijn?
Over ‘buitenlandse bands met iets opmerkelijks Nederlands erin’ gesproken: zangeres Linda Jarvis van het Londense kwartet Echo Lake blijkt half Nederlandse te zijn (geboren in Amersfoort uit een Nederlandse moeder, jawel) en spreekt ons tijdens het optreden in Popfront dan ook met een licht accent in het Hollands toe. Verrassing! Ook best verrassend: de nummers van het afgelopen zomer verschenen debuut Wild Peace staan op het podium al als een huis en Jarvis blijkt een goede livezangeres. In eerste instantie benadrukt Echo Lake zijn luchtiger dreampopkant – Beach House meets Slow Dive - met onder meer een losjes gespeelde, onbezorgde single Another Day. Ondanks het wat zachte geluid in Popfront pakt Echo Lake tegen het einde alsnog uit met een minuten aanhoudende gitaarnoisemuur in Even The Blind. Lang niet gek voor een eerste optreden in Nederland: dat er nog meer mogen volgen. Een nieuwe release om dat album en Echo Lake nog beter onder jullie aller aandacht te brengen, is naar verluidt onderweg...
Lang niet alle Let's Get Lost-bezoekers gaan tot het gaatje: Hedon is niet meer zo goed gevuld als de Belgische rockband Creature With The Atom Brain even na half twee het podium betreedt om Let’s Get Lost af te sluiten. En dat terwijl de nacht een uur extra biedt... Hoe dan ook: het dessert van dit festival biedt strak gespeelde psychedelische rock met een flinke krautrocksaus. Heerlijk om mee af te sluiten dus. Zoals de coolste bassist van dit festival met zijn enorme baard moeiteloos een viernotige krautgroove van 10 minuten volhoudt, is waanzinnig knap. Een explosieve band is CWTAB niet, maar wel weet dit kwartet hoe je de spanning hevig kan laten oplopen.
Of is het hierna toch nog niet afgelopen? In knus café In De Buurt treffen we nog de Rotterdammers van Rats On Rafts. Die spelen zo goed en met zoveel venijn en dynamiek intense versies van cover The Moneyman en Jazz, dat je niet anders kunt concluderen dat Rats On Rafts in een jaar tijd een van de beste Nederlandse livebands is geworden. En dan te bedenken dat ze eerder die avond, toen het festival al begonnen was, nog vanuit Engeland door Frankrijk reden in de hoop op tijd in Zwolle te zijn. Hulde.
Alsnog een écht opruiend einde van een bovendien geslaagd eerste festival met behoorlijk gevulde zalen en en gevarieerd programma. Dat niet ieder optreden even sterk is, blijft onvermijdelijk, maar belangrijker is dan ook het kennismaken met zoveel mogelijk nieuwe namen. Hooguit mag er op toekomstige edities nog eens een extremere, uit de band springende naam bij, die bezoekers uitdaagt en desnoods écht laat verdwalen. Goed voor de spanning. De makers hebben de ambitie om in de komende jaren verder te groeien, met in ieder geval meer bands en locaties, zodat Let's Get Lost misschien ook nog wat meer de Zwolse binnenstad in wordt getrokken en het in het centrum nog meer gaat leven. De voedingsbodem hiervoor lijkt zaterdag met succes te zijn gelegd.
Foto's: Gerard Rouw en Bjorn Koebrugge

