Review: Ty Segall - Twins
Het is Ty Segall gelukt wat nog geen andere muzikant ooit heeft geflikt in de compléte muziekgeschiedenis. Hij heeft voor de tweede keer in een half jaar de eregalerij der ultieme aanraders gehaald. De Triple AAA-list van Kicking the Habit. Wat zal hij daar zelf ook vergúld mee zijn! Alle gekheid op een stokje: een enorme productiviteit alleen is niet perse indrukwekkend: daarvoor moet die stortvloed aan liedjes natuurlijk wel van begin tot eind deugen. Zorgen hierover verdwijnen acuut terwijl deze derde Ty Segall-plaat van 2012 je trommelvliezen verpulvert: tussen de twaalf nummers in de 35 minuten van Twins zitten geen stinkers.
Het ene na het andere sterke liedje dat je bloed sneller doet stromen komt voorbij, terwijl Segall en zijn begeleiders vertrouwd vuil en energiek spelen, maar ook nog eens gevarieerder dan ooit. Alles wat de Californiër de afgelopen jaren heeft opgepikt aan songschrijverschap en gradaties van agressieve garagerock 'n' roll, komt op Twins briljant samen. De eerste Segall-plaat dit jaar was de samenwerking met White Fence op Hair. Die was ook tof, maar had toch iets meer weg van een (weliswaar goed) tussendoortje. Vooruit, het als de Ty Segall Band uitgebrachte Slaughterhouse van afgelopen zomer wordt met Twins nét niet getipt, maar het scheelt weinig en dat was bovendien een behoorlijk andere (band)plaat. Een soort agressieve, bij vlagen maniakale stijloefening in de niets ontziende punk van Iggy & The Stooges, met als gemene deler wel die geweldige liedjes die Segall maar uit z'n mouw lijkt te schudden.
Ook op Twins weer, gezien de naamgeving 'Ty Segall' op de hoes de eigenlijke opvolger van Goodbye Bread van vorig jaar. Koos hij op die plaat voor een aanpak met tragere songs en meer onderhuidse dreiging dan voor snelle songs met rauwe energie, op Twins pakt hij de draad van zijn eerdere singles en Melted weer op. Vergeleken met Slaugherhouse en Hair is Twins dan de échte popplaat geworden die Segall altijd al in zich had.
Hij mengt zijn nog altijd overstuurde gitaren en de vettige lofi-sound van zijn band met de meest poppy en verslavende liedjes die hij ooit maakte, terwijl zijn zang soms meer dan ooit aan een zekere meneer Lennon doet denken. Hoor daarvoor alleen al de opener-met-killer-hook Thank God For Sinners waarin de gitaarriff eigenwijs achter het ritme aan huppelt, eerdere single met opvallende dameszang The Hill of het zowaar akoestische, zelfs lieve Gold On The Shore. Segall die zingt over rozen en zeebriesjes door het haar... wie had dat ooit gedacht.
Dat is een uitzondering, want no way Segall nu voor de lichtvoetige aanpak kiest: tragere brokken fuzzrock met feedbackende solo's als in het logge Ghost, Handglams of afsluiter There Is No Tomorrow doen weer meer denken aan Goodbye Bread, een flink destructieve track in al z'n rauwheid, maar wel weer met poppy dubbele zanglijnen die direct blijven hangen. De compromisloze stamper They Told Me Too sluit het gemeenst en dus beste aan op Slaughterhouse, weer zo'n nummer waarin Segall zich afvraagt hoe het eigenlijk met zijn geestelijke gesteldheid is. Zie daarvoor ook zo'n snelle, even boze als aantstekelijke punksong genaamd You're The Doctor.
'Koopt u jaarlijks slechts één garageplaat, laat het dan déze zijn', luidde enkele maanden terug het advies over Slaughterhouse. Koop er dan dit jaar maar twee, de fans van de huidige koning van de smerige garage zullen 'm intussen allang in huis hebben.
Ty Segall live:
Woe. 28/11: Vera, Groningen
Zo. 2/12: Tivoli Oudegracht, Utrecht (Le Guess Who?/Fuzzbox)
Ty Segall - The Hill
Ty Segall live bij Conan O'Brien: Thank God For Sinners


