Review: Menomena - Moms
Het nieuwe album Moms van de Portlandse indierockers Menomena blijkt er typisch een te zijn in de categorie 'beoordeel een plaat nooit op zijn hoes'. Dat moet je natuurlijk nooit doen, maar de nietszeggende tekening die de cover 'siert', maakte dat de plaat toch iets langer op de stapel bleef liggen. Zo kan dat werken: triggert het artwork wel? Maar wat blijkt als Moms eenmaal op staat: het blijkt instant een van de meest inventieve en speelse platen van de afgelopen tijd. Hadden we ook kunnen weten: Menomena leverde eerder al erg aanstekelijke platen af in de vorm van Friend and Foe (2007) en Mines (2010).
De verwondering slaat meteen toe bij opener Plumage, een caleidoscoop van handclaps, vrolijke blazers, speelse piano, uptempo drums, solerende gitaren en een alles dichtplamurende bassynth die elkaar in rap tempo opvolgen. Als tegen het einde van het nummer ook nog eens melancholische koortjes ruim baan krijgen. is deze compositie helemaal af en vraag je je af of ze deze knappe inventiviteit langer dan één nummer vol kunnen houden.Menomena krijgt het een plaat lang zonder enige zichtbare moeite voor elkaar. Moms is eigenlijk de ideale plaat voor iedereen die vindt dat dEUS de eigenzinnigheid en speelsheid de afgelopen jaren veel te veel uit het oog is verloren.
Tegelijkertijd zijn er ook connecties met bands als Future Islands, Wolf Parade en zelfs Blur; vooral in ontroerende rustiger nummers als Pique - een van de vele hoogtepunten van de plaat - en Heavy Is As Heavy Does, waarin zanger Danny Seim zijn beste croonerstem opzet, die doet denken aan Damon Albarn in Blur's Tender.
In Capsule worden dan weer stevig groovende en overstuurde gitaren gecombineerd met elektronische drums die stotterend worden vervormd door effecten, opnieuw verder aangevuld met blazers en iets dat klinkt als een (dwars)fluit. Volgt u het nog? Het mooiste: nergens klinkt de muziek op Moms pretentieus of bij elkaar gezocht. In Baton flikt Menomena ongeveer eenzelfde trucje, maar durft tegelijkertijd ook te laten horen dat het meer is dan een band die met een nieuwe plaat uit de oefenruimte komt zetten. Tussen alle speelse sympathie kan de band ook gróóts kan klinken, tegen stadionformaat aan zelfs.
Is er dan geen mindere song op het album te ontdekken? Jawel, Tantalus tegen het eind van de plaat is een wat anoniem liedje, zeker in contrast met de rest van de nummers. Maar dat is slechts een kleine smet op een verder ijzersterke plaat. Even daarna hervat de band zich dan ook met het tien minuten durende slotstuk One Horse, inclusief strijkers, een groots koor en de stem van Seim die op zijn meest breekbaar is. Een imposante manier om dit album af te sluiten: ook op de serieuze tour weet Menomena je in te pakken.
Menomena’s avontuurlijke instelling is bewonderenswaardig. Dit is een band die nergens voor terugdeinst, die durft uit te experimenteren met wat andere bands waarschijnlijk bij voorbaat als geen optie zien en tovert er ook meteen een gelukzalige glimlach mee op het gezicht van de luisteraar. Tegelijkertijd is Menomena absoluut niet de band die dit zelf van de daken schreeuwt, dus doen wij dat graag voor ze. Conclusie: een meer avontuurlijke plaat met zulke aanstekelijke liedjes kom je niet snel tegen. Als je Moms nog niet gehoord hebt, zorg dan alsjeblieft dat je dit heel snel doet.
Menomena geeft op woensdag 5 december een concert in de kleine zaal van Paradiso.



