Review: Tame Impala - Lonerism
Kevin Parker is een echte 'loner'. Daar heb je meteen de uitleg voor die op het eerste gezicht wat rare titel van het tweede album van zijn band Tame Impala: Lonerism. Niet voor niets nam hij zijn geweldige debuut Innerspeaker van twee jaar geleden ook al moederziel alleen op, (bijna) alles zelf inspelend in zijn eigen studio. Die ook nog eens in de relatief geïsoleerde Australische stad Perth staat. Parker leek tot nog toe niet veel moeite te hebben met dat einzelgängerschap, met deze isolatie als speling van het lot in plaats van vrijwillige keuze. Sollitude Is Bliss is niet voor niets de verheerlijkende titel van de doorbraaksingle die op Innerspeaker stond. Of rijzen daar toch twijfels op deze nieuwe plaat, met nummers als Why Won’t They Talk To Me en Keep On Lying?
Op muzikaal gebied gaat de Australiër op Lonerism in ieder geval zelfverzekerd en loeispannend verder met de verkenning van zijn zelf gebrouwen mengsel van gortdroog opgenomen jaren zestig psychedelische rock (denk hele vroege Syd Barrett-Pink Floyd) en herkenbare Beatle-esque (zang)melodieën. Wederom vrijwel alles zelf ingespeeld - op de podia is Tame Impala wel de viermansband -, zijn sonische grenzen intussen een flink stuk oprekkend en zonder ook maar een seconde gedateerd te klinken. De verschillen met Innerspeaker zijn vrij subtiel; op de eerste gehoren klinkt Lonerism vooral als een heel logisch vervolg op dat prijsdebuut.
Zo zouden we niet meer zonder die vettige, galmloze, vaak nét niet overstuurde drumsound willen, kenmerkend voor producer van dienst Dave Fridmann, die Parker al hielp met de productie van Innerspeaker (en in het verleden werkte met The Flaming Lips en MGMT). Die droge drums juist in combinatie met die in galm gedrenkte, breed uitwaaierende gitaren en zang van Parker, dat is nog steeds de kern van de hypnotiserende, immens verslavende Tame Impala-sound. Die keert in de meest vertrouwde vorm terug in Apocalypse Dreams, het best aansluitend op het werk van Innerspeaker en – vast niet toevallig – het eerste voorproefje dat we te horen kregen van Lonerism.
Maar let op; verschillen met het debuut openbaren zich steeds duidelijker per luisterbeurt. Het geheel blijkt na een luisterbeurt of vijf een stuk gevarieerder, dankzij enkele nieuwe invalshoeken en een veel grotere rol voor analoge synthesizers en andere elektronica. Die passen naadloos in de sound waarmee Parker enkele fraaie, melodieuze liedjes maakt (ondanks de tekst een toch optimistisch klinkend hoogtepunt als Feel Like We Only Go Backwards), maar ook weer flink psychedelische, instrumentale stukken (het minutenlang doordreinende einde met samples van pratende mensen in Keep On Lying). In beide categorieën houdt Parker hoe dan ook vast aan zijn gave voor mooie, scherpe melodieën.
Maar er zijn dus ook enkele nieuwe Tame Impala-experimenten. In die categorie is de merkwaardige pianoballade Sun's Coming Up (Lambingtons) er eentje, zoals die bijna krakende piano plots overgaat in vanuit de kelder gespeelde gitaarlicks die de plaat galmend afsluiten, met het geluid van de oceaan op de achtergrond. Die al net zo vreemde, zompig groovende single Elephant heeft geen refrein, maar zit wel vol spacende synthesizers en is binnen de hele plaat een opvallend buitenbeentje. Be Above It is de steeds weer verrassende opener van Lonerism. Ongekend gehaaste, bijna overstuurde Fridman-drums vormen de basis voor weids weerkaatsende synthtapijten en Parker die in de verte 'gotta be above it’ als een mantra herhaalt. Jawel, de trip kan beginnen. “And I know I gotta be above it now, and I know that I can’t let them bring me down.” Zo is dat.
Juist na zo'n vervreemdend begin – een absolute tegenpool van de rustige start op Innerspeaker –werkt een herkenbare, meteen barstensvol effecten zittende gitaarriff van popsong Endors Toi razendeffectief. Een Franstalige songtitel? Dat zou wel eens te maken kunnen met Parker's recente productiewerk voor Melody's Echo Chamber, de band van Parisienne Melody Prochet die tegenwoordig ook zijn vriendin is. Lucky bastard. Weg met de eenzaamheid als plezierige mentale staat dus; wandelende paradox als hij is twijfelt Parker hier toch al een enkele keer aan dat ‘sollitude is bliss’-motto, in Why Won’t They Talk To Me? Echte eenzaamheid spreekt nooit uit zijn semi-nonchalante manier van zingen, maar hier lijkt hij een keer oprecht in vertwijfeling. Het zal voor zijn ontmoeting met Prochet en zijn verhuizing naar Parijs – jawel – zijn geweest.
Dat is echter speculatie zonder de nu opduikende interviews te hebben gelezen. Wat wel zeker is: Parker’s grootste sprong voorwaarts is dat hij zijn muziek nog zo veel meer en beter heeft weten te detailleren, zoveel gebeurt er in alle hoeken van de afzonderlijke liedjes. Intussen durfde hij het aan om nog meer effecten en filters dan voorheen op zijn drum-, synth- en gitaarpartijen los te laten. Hoor zelf hoe het met de coolste riff van de plaat versierde Mind Mischief halverwege maar blijft doorgolven; genoeg andere muzikanten zouden het de verkrachting van een liedje vinden. Of hoe het met een onrustige drumroffel voortgedreven Nothing That Has Happened So Far Has Been Anything We Could Control in de jammende finale als het ware even twee seconden onder water duikt, om daarna vol uit je speakers te knallen. Hemels.
Dit alles klinkt ook nog eens zo soepeltjes gespeeld en gemixt, dat je een plaat lang zou zweren dat een voltallige band de nummers live ingespeeld moet hebben, waarna de muziek in de eindmix door de filter- en effectensaus is gehaald. Maar neen, het is nog steeds voornamelijk Parker alleen geweest, die Lonerism net een tand weirder, maar vooral nog veel rijker laat klinken dan zijn debuut. Een sleutelplaat voor 2012: retro klonk niet eerder zo fantastisch futuristisch.
Tame Impala geeft op maandag 29 oktober een concert in de Amsterdamse Paradiso. Lees meer recensies in de Triple AAA-list of als Short Kicks.



