nieuws, concertverslag

St. Pauli, hear me scream: het grote verslag van het Reeperbahn Festival 2012

Joris, Maandag 24 09 2012, 19:55

St. Pauli, hear me scream: het grote verslag van het Reeperbahn Festival 2012

Bombay Show Pig in de Molotow Bar.

Oh, oh, Reeperbahn... Jij verderfelijke, beroemde rosse buurt van Duitsland. Over een kleine kilometer uitgestrekt in de levendige wijk St. Pauli, beroemd geworden door de gelijknamige voetbalclub. Gelegen ten westen van het stadscentrum van Hamburg, belangrijke havenstad en met 1,7 miljoen inwoners tweede stad van het land bovendien. Ooit waren de in vele liederen bezongen Reeperbahn en omliggende straten het ruige terrein van zeelui op zoek naar verzetjes in de vorm van veel drank en meisjes.

Tegenwoordig is het uit de kluiten gewassen uitgaansgebied een van dé toeristische attracties van de stad, waar toevallig ook nog eens de hipste muziekclub te vinden zijn, gelegen tussen de in alle kleuren felverlichte casino’s, sekshuizen en gay kinos. Toll! Sinds 2006 is de Reeperbahn ook het aan alle kante flikkerende en lawaaiïge, eerder komisch-ranzige dan erotische decor voor het Reeperbahn Festival. Komisch? “Meine Bar heiBt Susis, da fühl ich mich wohl!” lacht een kapitein je toe vanaf een tientallen jaren oude affiche op een enorme showbar. Dat dus. Vinden wij Hollanders leuk natuurlijk, zo’n campy sausje dat dik hier en daar over deze festivallocatie gegoten is.

Maar de straat is natuurlijk slechts een onderdeel van St. Pauli zelf, een letterlijk kleurrijke Hamburgse wijk – niet te tellen zoveel soorten bouwstijlen en panden – waarin je struikelt over de kunstgaleries, alternatieve winkeltjes, platenzaken en vegetarische eethuizen. Punk is er mede dankzij de voetbalclub nog niet helemaal dood, al kun je die bedelaars met hanenkammen die hun bekertje voor je neus houden natuurlijk geen echte punkers noemen. Maar denk die lui weg en je houdt een mooie, bruisende wijk over waarin het makkelijk is jezelf thuis te voelen.

Enfin, in dit alles treffen we dus een breed opgezet muziekfestival aan volgens de formule van het Groningse Eurosonic/Noorderslag, waarmee het Reeperbahn Festival qua grootte en opzet het best te vergelijken is. Ook dankzij een uitgebreid conferentieprogramma voor muziekprofessionals in de middaguren. ‘Eurosonic op de Wallen’ dus? Zo zou je het kunnen zeggen, maar die omschrijving voor dit festival is véél te kort door de bocht. Ook al kun je op weg naar een van de optredens zomaar ferm aan je jasje getrokken worden door één van de dames in de buurt van het politiebureau.

Deze beslist ambitieuze Duitse variant is zodoende alleen dankzij de levendige omgeving en de bijbehorende Reeperbahn-sfeer totaal verschillend. Sterker nog: hiermee vergeleken is Eurosonic in de Groningse binnenstad zelfs bijna saai – sorry, Groningers -. Aan de andere kant ademt het complete Groningse centrum in dat tweede weekend van januari Eurosonic, terwijl je in Hamburg niets van het festival hoeft te merken als je uit de buurt van de Reeperbahn en de levendige wijk St. Pauli blijft.

Een ander belangrijk verschil: op het Reeperbahn Festival spannen diverse galeries samen om een behoorlijk uitgebreide beeldende kunstroute uit te stippelen. Ook in het Arts-programma: de Flatstock-markt, waar je (zeef)afdrukken van het werk van concertposterartiesten kunt bekijken en kopen. Verder beperkt dit festival zich op muzikaal vlak niet tot Europa.  Er is ook een hele reeks ervaren of aankomende Amerikaanse en Canadese bands te zien. Bekendere Noord-Amerikaanse namen als Best Coast, Japandroids, Sleepy Sun, Omar Rodriguez Lopez, Dan Deacon of The Jon Spencer Blues Explosion geven die enorme Reeperbahn-affiche toch nog iets meer kleur, naast de vele Duitse acts waar je nooit eerder van hoorde of een enkele oude rot als The Undertones, nog altijd goed voor teenage kicks.

Ook liefhebbers van muziek geknipt voor de charts komen op de Reeperbahn aan hun, eh, trekken. Zo spelen acts als FUN., Charli XCX en Icona Pop in de grotere zalen van het festival, en ondergetekende belandt totaal nietsvermoedend en per ongeluk bij de Duitse, voormalige Songfestival-zangeres Lena in het Schmidt-theater. Het kwartje valt pas als ze songfestivalliedje Satellite met haar band zingt – ‘ooohh, is zíj dat!’ –, in een gewijzigde versie maar nog altijd behoorlijk vals. Lena wil graag met een nieuwe platenmaatschappij het alternatieve circuit in, fluisteren enkele Duitse journalisten, maar dat gaat haar volgens hen niet lukken op deze manier.

Spielbudenplatz + Reeperbahn. Foto: Stefan Malzkom.

Zeiden we daar zojuist ‘enorme affiche’? Nou en of, ruim 300 optredens van bijna evenveel muziekacts zijn er over drie avonden te zien, in grofweg 30 tot 40 clubs, theaters en enkele andere bijzondere locaties per avond (een voormalige bunker uit de Tweede Wereldoorlog, anyone?). Dat betekent dus scherpe keuzes maken en flink heen en weer lopen, al is het totale festivalgebied uiteindelijk nog verrassend compact. De meeste clubs en bars zijn vrij klein, op enkele zalen voor meer dan duizend man na (Grosse Freiheit 36, Gruenspann, Docks), maar er blijkt over het algemeen genoeg plek voor iedereen. Het aantal gespotte rijen voor een volle tent is over drie dagen op één hand te tellen. Kom daar als bezoeker zonder professionals-badge maar eens om op het drukker aanvoelende Eurosonic. Drukker als het om de deelnemende zalen gaat dan: over de hele Reeperbahn is het ieder weekend sowieso vol met alle types uitgaanspubliek, dat in dit weekeinde echter zonder problemen mengt met de festivalbezoekers. 

Maar waar te beginnen op donderdagavond, als je aankomende Britse ster Jake Bugg net aan moet missen? De Zweedse Blondie-ripoff The Cat Killers in café Planet Pauli blijkt niet zo’n sterke start, al doet de zangeres overtuigend de bandnaam eer aan. Want zo klinkt ze precies. Toch maar even bij Blur-gitarist Graham Coxon dan, die in discotheek Docks aan de Spielbudenplatz, het plein langs de Reeperbahn waar je ook clubs als Molotow en Angie’s Nightclub vindt. De zaal is zo’n typische discotheek met kitcherige kroonluchters bevestigd aan plafonds die helemaal onder de graffiti zitten. Coxon trekt er aardig wat volk binnen, maar jaagt ook genoeg mensen weg met zijn noisy, lekker dreinerig doorstampende solonummers, met een repertoire van alweer acht albums.

Erg verheffend is het echter niet, daarvoor moeten we ons in de kleine, kelder-achtige zaal van Molotow proppen om het Engelse TOY te zien (fotootje rechts). Bij het horen van hun nog wat dunnetjes klinkende debuut schiet onvermijdelijk de naam The Horrors te binnen, maar live breekt dit kwartet veel meer potten. De postpunkerige nummers met flarden shoegaze en monotone praatzang krijgen in de Molotow veel meer energie en drive mee, waardoor alleen al de langharige (bas)gitaristen op links en rechts onophoudelijk headbangen. Het repeterende, uitgesponnen slotstuk Kopte slaat live in als een bom, met een gitaarenergiebom die door dat lage plafond en de volle zaal niet eens kan ontsnappen. Hiermee mag TOY wel eens snel naar Nederland komen, want voorbeeld The Horrors bijvoorbeeld hebben we eerlijk gezegd nooit zo intens zien en horen optreden.

Een uit hetzelfde vaatje tappende band uit IJsland genaamd Dead Skeletons zorgt voor het hoogtepunt van een avond later. Als het in de muziek van TOY al goed schemert, is de nog psychdelischer wave van deze IJslanders aardedonker. De bandleden die statisch in het duister staan weten hoe ze een tien minuten-stuk op te bouwen naar een verzengende noiseclimax, terwijl de zanger met indianentooi op het hoofd bezeten zijn teksten spuwt en de geur van wierook het café vult. Café Indra om precies te zijn, de plek waar in 1960 een piepjong bandje uit Liverpool voor het eerst optrad als The Beatles, 48 avonden achter elkaar zelfs. Ook daar is Hamburg de afgelopen jaren weer trotser op geworden: dat John, Paul, George &... Pete Best zich als muzikanten ontwikkelden in de Indra, Top Ten Club en de Star Club in St. Pauli. Loop langs een woonhuis in de buurt met een bambi op de garagedeur en je weet vanaf nu: dat was vroeger de kinderbioscoop Bambi Kino, waar de Beatles een hele tijd in twee kleine kamertjes woonden en zich moesten wassen in de plee.

Onder heel wat betere omstandigheden ook naar Hamburg gekomen met de hoop en ambitie meer te bereiken in het buitenland: een boel Nederlandse acts, onder wie The Kyteman Orchestra, Alamo Race Track en Blaudzun. Voor laatstgenoemde is Reeperbahn zelfs al een stop middenin een Duitse tour, waardoor Johannes Sigmond niet eens persoonlijk zijn verdiende 3VOOR12-Award voor Heavy Flowers in ontvangst kon nemen. Vanuit Den Haag is een hele bus gekomen onder de noemer The Hague Music City, met hierin WOOT, Organisms, Bombay Show Pig en Di-Rect plus aanhang. Die bands weten aardig wat buitenlandse boekers naar de kleine, al gauw stampvolle bar van Molotow te lokken voor hun showcase-optredens.

In zo’n kleine ruimte is duo Bombay Show Pig ook een stuk beter op zijn plek dan op een van de grote open lucht-podia die op de Spielbudenplatz staan. Daar bereik je in theorie weliswaar veel mensen en toevallige passanten, maar het geluid mag er van de stad niet harder klinken dan 85 db. Dodelijk voor de steviger Bombay Show Pig-liedjes of de vuige Beck-cover Nausea kortom, maar het dynamische geluid van de twee komt in Molotow wel goed tot z’n recht, voor een boel buitenlandse bezoekers bovendien. Ook Amsterdamse band met Zuid-Afrikaans bloed Skip&Die overtuigt hier met die opzwepende mix van elektro, hiphop en net zo goed Caribische als Afrikaanse invloeden die de internationale delegaties laat zweten.

The Kyteman Orchestra @ Fliegende Bauten. Foto: Nina Zimmerman

The Kyteman Orchestra geeft een eerste grote Duitse show op het Reeperbahn Festival en heeft een mooie plek gekregen: de vol met tafeltjes en stoeltjes gezette theatertent Fliegende Bauten. Het past allemaal net op het podium, de bandleden, strijkers, blazers, koorzangers en rappers. En die krijgen schijnbaar moeiteloos het juichende publiek aan de voeten met de veelal über-bombastische stukken van het afgelopen voorjaar verschenen album, die live echter zoveel beter werken dan op plaat. Hiermee moet de deur naar meer optredens in Duitsland (en daarbuiten?) wel wagenwijd open zijn getrapt, zelfs al zou een tour met zoveel muzikanten een kostbare onderneming zijn. Wie biedt?

Met de Amsterdammers van Alamo Race Track (foto links) gaat het later op de avond in de met veel blauw en goud versierde Angie’s Nightclub helaas minder goed. Moeilijk te omschrijven wat er nu precies mis is gaat bij dit cruciale optreden (want goede kans om indruk te maken op belangrijke buitenlandse lieden), maar frontman en songschrijver Ralph Mulder oogt verkrampt. Het is duidelijk te zien hoe hij ieder oogcontact met zijn publiek en bandleden mijdt, terwijl hij mompelender zingt dan anders. Ook vers binnenlopend publiek voelt die grote afstand: genoeg bezoekers besluiten al gauw ergens anders te gaan kijken. Zonde, want op muzikaal vlak valt er zeker nog genoeg te genieten, met het vrolijk marcherende The Moon Rides High en de Black Cat John Brown-liedjes The Killing en The Northern Territory die met de huidige vijfmansband compleet zijn verbouwd. Volgende keer beter?

Alamo Race Track is op een groot festival als dit uiteraard ook niet de enige band met problemen: het kan immers niet altijd raak zijn. Zo zeurderig als die nieuwste Best Coast-plaat The Only Place is, zo zeldzaam futloos, ongeïnspireerd en eentonig is ook het optreden van Bethany Cosentino en haar drie begeleiders in de Gruenspann. Het is een zaal die qua uiterlijk wel iets weg heeft van Paradiso, met pilaren en de balkons links en rechts. Best Coast gaat er ongelooflijk hard op de smoel: zelden ook zo’n mak applausje tussen de liedjes door gehoord, en dat is dodelijk. Dieptepunt van het weekend.

Valt ook niet mee, maar dat zou meer aan de smaak van ondergetekende kunnen liggen: de Omar Rodriguez Lopez Group. Zijn optreden vindt wel plaats op een fantastische locatie: de in een voormalige WOII-bunker gebouwde club met de naam Uebel & Gefährlich (Dan Deacon op dezelfde plek moesten we helaas missen). Rodriguez Lopez laat in deze bezetting zijn zo fabelachtige gitaarspel uit The Mars Volta goeddeels achterwege ten nadele van tegen gothrock aanschurende nummers met de hoofdrol voor een wat lomp klinkende zangeres in beige slobbertrui. Zelfs als de Mars Volta-gitarist een keer fabuleus mag soleren, is het van korte duur. Technisch niks op aan te merken, maar toch een wat bloedeloos geheel.  

Dan doen andere ervaren rotten als The Wedding Present en de Jon Spencer Blues Explosion (foto rechts) het toch beter in de vermaarde zaal Grosse Freiheit 36, met veel hout in het interieur. Eerstgenoemde geeft een ontspannen startend optreden met liedjes uit de hele catalogus uit 1984, al mag er aan het einde van nieuwe liedjes te vinden op jongste plaat Valentina wat feller gespeeld worden. “Now we’re rocking”, merkt bandleider David Gedge droogjes op voordat hij een van de meest geliefde Wedding Present-liedjes inzet: Seamonsters. Op hetzelfde podium blijkt de Jon Spencer Blues Explosion even later in bloedvorm. Eerste nieuwe album in acht jaar Meat and Bone is de aanleiding om weer ouderwets strak en giftig de bluestrash naar het grote publiekte brengen, met nummers uit de hele carrière in een moordend tempo gespeeld. In al die jaren amper veranderd, nog altijd goed. En op die manier ook verfrissend, tussen alle nieuwe bands die vechten om je aandacht toch iets vertrouwds goeds bekijken.

Maar lukraak op ontdekkingstocht langs de Reeperbahn is net zo leuk, bijvoorbeeld langs Café Keese, waar de Deense folkrock van The Rumour Said Fire hitgevoelig genoeg blijkt te zijn om in meerdere landen te kunnen scoren. In eigen land stonden ze al op het hoofdpodium van het Roskilde-festival; meer succes alhier moet ook mogelijk zijn. Wellicht met een opvolger van het alweer twee jaar oude album The Arrogant. Dankzij een boel goeie liedjes en veel inzet heel wat meer dan de zoveelste Amerikaanse garageband: King Tuff, te zien in café-met-hutje-in-het-bos-gevoel Grünner Jäger, iets verder weg van de Reeperbahn. Opmerkelijk ook: je dicht die langharige baardmans met petje helemaal niet zo'n cartooneske zangstem toe.

Het Britse synthpoptrio No Ceremony/// (fotootje links) staat in de Prinzenbar, een café met gothische, stenen gewelven als plafond die de bassen van de band driedubbel uitversterken. De bloedjemooie zangeres in glittertop doet je acuut vergeten dat er van een podiumpresentatie verder geen sprake is, maar enkele van de zwoele elektropopliedjes die de band laat horen zijn nauwelijks minder verleidelijk. Zo’n natuurlijk schoonheid zit bij Al Spx a.k.a. Cold Specks ingebakken in haar prachtige, ietwat hese stem. Meer heeft ze niet nodig om alle inzittenden van het Imperial Theater – waar normaal krimi-stukken worden gespeeld – eenvoudig om de vingers dan wel meest imponerende stembanden van het festival te winden. Wat ook helpt: een heel vaardig, geheel in dienst van haar liedjes spelende vijfmansband, die wat mistroostige liedjes als Holland en Blank Maps toch heel behaaglijk laten klinken. Alleen die a-capella cover van ‘Yo Home to Bel Air’ kennen we inmiddels wel.

Enfin, zoveel muziek gespot en zalen aan en om de Reeperbahn gezien, en dan nog 300 optredens gemist, plus talloze borrels en onderdelen van de conferentie. Niet te lang over nadenken: over het hele festival kom je al geregeld groepjes Nederlanders tegen – de boekers of managers van NL bands op het festival niet meegerekend –. Het van zaal-naar-zaal-zap-concept à la Eurosonic in combinatie met deze stad en de vele toffe clubs moet meer Nederlandse festivalfanatici aanspreken. En aansporen om dit reisje volgend jaar eens te maken, voor de achtste editie 26, 27 en 28 september. Wanneer als het goed is een gloednieuw, hypermodern concertgebouw klaar is, gelegen aan de Elbe, dat ook als festivallocatie moet gaan dienen: Wie zien we daar?

, , , , , ,

Momentje, de reacties worden opgehaald...

Reageer
Je reageert op ..
Van




Inhoud