Genadeloos Wovenhand domineert de Effenaar
David Eugene Edwards (Wovenhand). Foto: Dena Flows (CC)
Wovenhand begon in 2001 als solo- annex zijproject voor diepgelovige zanger en songschrijver David Eugene Edwards, omdat zijn toenmalige band 16 Horsepower even stillag. Inmiddels heeft Wovenhand uit Denver, Colorado die band ruimschoots overleefd, al bleef soortgelijk groot succes als voor 16 Horsepower altijd uit. Edwards’ huidige band bestaat nu officieel langer dan 16 Horsepower er ooit was en keerde deze maand terug met het nieuwe album The Laughing Stalk, twee jaar na The Threshing Floor.
ie voorganger was tot dan toe nog een typische Wovenhand-plaat in geluid en sfeer; sterk als altijd, maar toch ook met die intussen overbekende sombere en donkere folksferen waarin Edwards al die jaren al werkte. Dan is The Laughing Stalk ineens heel andere koek: Wovenhand klinkt er stukken harder en getergder op dan ooit tevoren. Op weg naar Eindhoven daalt er eerst nog heel bijpassend een genadeloze regenbui neer. Je kunt niet anders dan het gevoel hebben dat dit een voorbode van op het doemdenkersgeweld dat Wovenhand even later over het publiek uitstort. Anno 2012 beuken Edwards en zijn band zich ongenadig hard en intens door hun set heen. Zo had je de band van David Eugene Edwards altijd al eens willen horen.
Maar eerst doet het Nederlandse Herrek met hun optreden een gooi naar de titel van Nederlandse The Antlers, compleet met falsetzang en ingehouden spanning die slechts sporadisch écht mag ontladen. Hoewel die omschrijving de band tegelijkertijd ook tekort doet. Er valt namelijk veel meer te ontdekken in de muziek: de drummer trekt je verder mee de diepte in met tegendraadse ritmes vol droge toms en tikkende roffels, waar slechts een enkele keer bekkens aan te pas komen. Daarnaast klinkt de zang van zanger/gitarist Gerrit van der Scheer altijd heerlijk warm en vol, en is hij al even overtuigend in de stukken die hij alleen zingt, zonder verdere begeleiding.
Herrek is op zijn best in de nummers die flink de tijd nemen om op te bouwen, liefst met meerstemmige zang en dromerige, herhalende gitaarlijnen die meditatief inwerken op het publiek. Op dit soort momenten vergeet je even dat je naar een voorprogramma staat te kijken. Overigens komt Herrek ook uit de Samling-stal; het Nederlandse label dat eerder ook al betrokken was bij releases van I am Oak, LUIK en Eklin. Inderdaad: een veelbelovende groep zo bij elkaar.
Dat de zaal helaas soms erg rumoerig is, lijkt Herrek niet erg te deren. De band speelt gedreven, waarin soms alleen even een effect of gitaar extra hard wordt opengetrokken om het publiek wakker te laten schrikken. Het mist zijn effect niet. In het laatste nummer klinkt Herrek zelfs dansbaar: springerige Afrikaanse ritmes worden gecombineerd met precieuze bas en melodieuze koortjes. Het nummer had gerust nog even langer mogen duren en met een duidelijke uitbarsting mogen afsluiten. Maar goed: ondanks dat het publiek meer aandacht voor elkaar heeft dan voor de band op het podium, maakt Herrek nieuwsgierig genoeg naar meer.
Zelfs bij Herrek is het geluid vanaf het begin kraakhelder, met bassen die door de grote zaal van de Effenaar dreunen. Na een intro met tribale ritmes en mysterieus gezang is het dan de beurt aan waarvoor de flink gevulde zaal voor is gekomen: David Eugene Edwards, doemdenker in hart en nieren en zijn Wovenhand. Edwards en zijn clan maken meteen duidelijk wat ons deze avond te wachten staat; het gaat er geheel in stijl van die laatste plaat soms verschrikkelijk hard aan toe.
De vier bandleden lijken zo uit een woestijn in Mexico te zijn gekomen, alsof ze daar in eenzame afzondering deze muziek hebben geschapen. Edwards predikt zijn teksten in een gewaad en de bassist gaat gehuld in een cowboyblouse en bandana op het voorhoofd. Het geluid is scherp, soms wat lomp, maar het optreden kent ook genoeg dynamiek en definitie. Nummers van laatste album The Laughing Stalk volgen elkaar snel op, met Long Horn, King O King en het titelnummer als verschroeiende hoogtepunten. Stuk voor stuk krijgen ze live nog een flinke extra schop onder hun kont: Wovenhand tuigt zijn eigen muziek meedogenloos af.
Vooral in de eerste helft zijn veel van de sterke nieuwe nummers te horen. In de tweede helft komt ook ouder werk voorbij, maar in dat gedeelte schuilt dan weer het echte venijn en doet de band een aanval in geluid op het publiek. Soms doet Wovenhand daarmee denken aan de reïncarnatie van Swans: het gewelddadige maar net zo hechte spel, de militante manier van voordracht en de tribale drums die het geheel voort blijven stuwen zorgt dat er altijd een zekere onrust vanaf het podium op het publiek wordt overgebracht.
En dat terwijl Edwards als altijd stoïcijns achter de microfoon zijn teksten voordraagt – we gaan nog altijd met z’n allen naar de hel –; een schril contrast met die drummer die zo fel op zijn drums hakt, dat je elk moment verwacht dat hij zijn drumstel in tweeën hakt. De omschrijving folk(rock) is veel te krap voor Wovenhand anno nu: invloeden uit industrial en wave komen net zo goed voorbij. En die uitwerking is gruwelijk overtuigend, met een hechte, genadeloze band als deze. Wovenhand domineert de grote zaal van de Effenaar met gemak. Na een toegift met daarin onder andere As Wool, het felste nummer op The Laughing Stalk als ultiem hoogtepunt is duidelijk: dit is de wedergeboorte van een band die altijd al levendig klonk, maar nu feller voor de dag komt dan ooit.
Wovenhand speelt dinsdagavond 25 september nog in Paradiso te Amsterdam.



