Review: Cat Power - Sun
Cat Power's eerste album met nieuw, eigen werk in zes jaar tijd is er typisch eentje in de categorie 'die zagen we niet aankomen.' En dan hebben we het over de immens verrijkte sound én de kwaliteit van het songmateriaal. Want hoe vaak gebeurt het dat een zangeres op haar veertigste en met nota bene haar negende album nog zo'n muzikale ommezwaai maakt? Die bovendien zo geweldig goed en zelfverzekerd uitpakt? Er wil op het moment niet zo gauw een ander voorbeeld te binnen schieten.
Maar de Amerikaanse Chan Marshall presteert het kortom met haar negende album Sun, na de coverplaat Jukebox van vier jaar geleden en laatste album met eigen werk The Greatest uit 2006. Met enkele tussenpozen maakt Marshall als Cat Power inmiddels haar halve leven al muziek. Langzaam maar zeker transformeerden haar ruwe, sobere folk- en indierockliedjes tot de opvallende, lome soulsound op het melancholieke The Greatest van zes jaar terug. Het werk op Sun is hier kortom géén logisch vervolg op, maar een hevige transformatie. Gevoed door liedjes die soms al jaren op de plank lagen, maar die maar niet af kwamen. Totdat haar relatie met acteur Giovanni Ribisi op de klippen liep en zij alsnog bedacht: "En nu moet die verdraaide nieuwe plaat er maar eens komen!"
Wat precies het gevolg van die verbroken relatie is op Cat Power's muziek, daar gaan we geen huis-, tuin- en keukenpsychologie van de koude grond op los laten. Feit is wel dat we haar nooit eerder zo uitbundig en schandálig poppy gehoord hebben. Haar, ehm, gevorderde leeftijd weerhoudt Marshall er niet van om voor het eerst in haar carrière opzichtig te flirten met iets dat soms bedrieglijk veel wegheeft van hitparadepop. Zeker in de eerste helft van de plaat en vooral in 3 6 9, waarin ze autotune losliet op haar over diverse verslavingen zingende stem. Weg is de fluisterzang: Cherokee en Ruin zijn voor haar doen volvet klinkende en volbloed popsongs, zelf geproduceerd ook en met dik aangezette drums, gitaren en synths, plus meerdere overdubs van haar kenmerkende, wat hese zangstem.
Vergis je niet: Sun is ook weer geen gelikte, makkelijke popplaat geworden. Daarvoor blijven Marshall's liedjes toch echt te eigenzinnig en repetitief, is haar eigen productie net wat te rauw en gaat ze zelf te graag op avontuur, op dit album misschien juist wel meer dan ooit. Zo had de licht bluesy rocksong Silent Machinemet een beetje goede wil ook wel op El Camino van The Black Keys gepast. Na het kwartetje popsongs zijn bondiger liedjes Always On My Own en Real Life iets ingetogener, neigend naar oudere tijden, terwijl de zangeres in het krachtige Human Being meer dan ooit zelfbewustzijn en zelfontplooiïng lijkt te bezingen. Niet toevallig sleutelwoorden voor deze powerplaat in het Cat Power-oeuvre.
Haar lofzang op Manhattan zeldzaam mooi beeldend is: de inzet van ene galmende drumcomputer en repetitieve piano-akkoorden maken dat je acuut de duizenden lampjes van een New York bij nacht voor je ziet. Maar of we echt moeten geloven dat Marshall alleen maar op die hotelkamer in hartje Manhattan gebleven is? Een goed getroffen sfeer in elk geval, die ook te vinden is in het effectief tegen het einde van Sun geplaatste hoogtepunt van het album, Na de slimme poptunes en wat rustiger vormexperimenten stijgt Cat Power met de elf bezwerende minuten van Nothin' But Time flink boven zichzelf uit. En dat met een nachtballade die op zich enkel continu wisselt tussen slechts twee piano- en synthakkoorden. Maar meerdere stemlagen van Marshall houden je onverbiddelijk en heel knap bij de les. "It's nothing but time, and they've got nothing on you. You wanna live!" is de felle, levenslustige tekst die onmiddelijk blijft plakken. Zeker als na zes minuten plotseling de diepe stem van Iggy Pop invalt. Het verhaal gaat dat Marshall eigenlijk David Bowie had gewild voor deze bijdrage, maar die wilde in de luwte blijven. Wat zou het; ook Iggy Pop is in deze oneindig durende nachtelijke rit geweldig op zijn plaats.
Hebben we dan alle verrassingen gehad? Neen: niet eerder hoorden we Marshall iets doen wat verdacht veel lijkt op rappen in dwingende afsluiter Peace and Love, waarin ook even de vinnige gitaren van vroeger terugkeren, maar dan op een hiphopachtige groove. Wat een verrassing, wat een plaat, wat een comeback voor Cat Power. Hulde.



