Review: Swans - The Seer
Die Swans-comebackplaat My Father Will Guide Me Up A Rope To The Sky van twee jaar terug was dus echt nog maar het begin van een nieuw leven voor de vermaarde noise- en doomband van Michael Gira. Dat al niet laffe album kunnen we vanaf nu toch reduceren tot een soort opwarmertje voor het zinderende meesterstuk dat ‘na dertig jaar werk’ het levenslicht heeft gezien: The Seer (De Ziener), het twaalfde album van de oorspronkelijk New Yorkse band sinds 1983, met moeilijk te spotten gastrollen voor onder anderen Low en Akron/Family.
Dit twee uur durende, zalige delirium is werkelijk een soort symbiose van alles wat bandleider Michael Gira in de afgelopen dertig jaar gemaakt heeft. En dat staat hier niet geschreven omdat de man zelf dit al maanden voor de release verkondigde over zijn nieuwe werk. Slechts één keer de intensiteit van The Seer van begin tot eind ondergaan – het woord ‘luisteren’ voldoet hier niet – is voldoende om te horen dat hij niet overdreven heeft. Om helemaal kopje onder in The Seer te kunnen duiken, hoef je het complete oudere oeuvre van Swans 1.0 niet van haver tot gort te kennen. The Seer staat op zichzelf als ziedend meesterstuk en als Gira’s levenswerk.
Jawel, elf stukken bij vlagen topzware muziek in twee uur tijd - variërend in lengte van anderhalve minuut tot ruim een half uur – is een hele zit. Maar voor de gewillige luisteraar met genoeg geduld is deze verschroeiend intense tour de force van begin tot einde loeispannend en vooral adembenemend mooi. Alleen al de van seconde één onheilspellende opening is overdonderend, zoals Gira met zijn muzikanten in deze nieuwe bezetting als koor onophoudelijk ‘Lunacy, lunacy, lunacy’ in je hoofd dramt, ondersteund door dreunde drums en continu aanzwellende, spanning opbouwende gitaren.
Dat is nog maar het begin: het panische ritme van Mother of the World ramt zich genadeloos je hersenpan in. Pas na vijf minuten lijkt er iets te ontstaan dat in de verte wat wegheeft van de song zelf. Waarna Swans het tempo alsnog iets omlaag schroeft en het verrassend over een akoestischer boeg gooit. Vooral hierin zijn Gira en zijn Swans meesters op dit album: eindeloos de tijd nemen om de luisteraar in een bepaalde staat te brengen – bepaal alstublieft vooral zelf welke staat. Om daarna pas bevrijding of houvast te bieden met behulp van een ritme, stukken zang met naar gitzwarte poëzie neigende teksten of steeds herhalende mantra’s, of toch een brok verschroeiend harde noise.
Iets dat Swans formidabel uitvoert in het ruim een half uur durende titelnummer. Pas na vier minuten dissonantie van gitaren, synths en een doedelzak, mag er een galmend ritme vanuit een of andere tochtige kelder invallen, waarop de band naar een hevig crescendo bouwt en Gira enkel “I see it all” gromt. Op elf minuten breekt de hel los en slingert The Seer je nog eens zo lang heen en weer tussen slechts twee akkoorden, steeds van elkaar gescheiden door een doffe dreun. Bijna à la Sun O))), tien gruwelijke minuten lang. Pas in de laatste minuten biedt een dwars ritme verlossing, waarover gitaren en viool oneindig door mogen blijven janken terwijl Gira iets onverstaanbaars uitspuugt. Een luisterervaring zoals je maar zelden krijgt, nog eens uitgeluid door een opvallend groovend The Seer Returns, met hulp van Akron/Family. In het wereldbeeld van Gira komen aardkloot en mensheid er nog altijd niet heel goed vanaf: “All the mountains are crumbling, all the canyons are thundering, all the people are fucking. They're just a pile of writhing selfish bless.”
De tweede helft begint na dit geweld met een adempauze in de vorm van het zoveel rustiger The Daughter Brings The Water. De stem van Yeah Yeah Yeahs-zangeres Karen O. duikt op als lichtpunt in het akoestische Song For A Warrior. Een politiek nummer zowaar dat weinig aan de verbeelding overlaat: het moet wel een soort protestsong zijn met de bedoeling Amerikaanse soldaten in het Midden-Oosten naar huis te krijgen (“send them home!”). Het toegankelijkste deel van het album heb je dan gehad, voordat kerkklokken het continu blaffende, maar pas in de laatste minuut echt doorbíjtende Avatar inleiden. Als passende finale mag tot slot het hardste deel van de plaat losbarsten: de 23 doldrieste minuten van noise-opera Apostate laten je alle hoeken van je kamer zien. “We’re on a ladder to God”, is hier de mantra, die alles behalve hoopgevend klinkt.
Na die ademstokkende afsluiter is er maar één conclusie: The Seer is niets minder dan de ultieme hel en verdoemenis-rit van dit jaar, die gek genoeg soms juist fel verlicht is. Want volgens Gira: “Despite what you might have heard or presumed, my quest is to spread ligh and joy through the world.” Geloof hem nu maar. The Seer is in al zijn compromisloosheid geen muziekstuk dat je dagelijks opzet, maar wel een album om op gezette tijden vrijwillig in te verdwalen, van de eerste tot de laatste seconde.
Swans in november naar Nederland voor twee concerten in Doornroosje te Nijmegen (di. 20/11) en in het Haarlemse Patronaat (woe. 21/11)

