Concertverslag: De kristallen liedjes van DIIV krijgen live veel meer energie
DIIV in OCCII. Foto: Remco Brinkhuis
In onze beleving is Oshin van het New Yorkse DIIV al máánden uit en bovendien de helderst sprankelende gitaarplaat van het jaar tot nu toe. Maar opvallend genoeg stond de Nederlandse release van dit debuutalbum pas in dit weekeinde gepland. Wisten wij veel.
Maar zo is de timing van het eerste Nederlandse optreden van DIIV in Amsterdam alsnog scherp, op een nattige zondagavond in cultureel centrum OCCII, gelegen achter het Vondelpark en een van de vaste stekken van platform/boeker Subbacultcha! Groot genoeg, deze zaal voor grofweg 250 man? Ja hoor, met betalende bezoekers aan de deur en Subbacultcha!-pashouders is het optreden voor aanvang alsnog vol en beslist uitverkocht. Als support keken we uit naar Parakeet, nieuwe band van Yuck-bassiste Mariko Doi, maar om duistere redenen is dat bandje er last minute niet bij. Dus is het aan Amsterdams kwartet The Happy Demons om het publiek in het zaaltje op te warmen.
En dat lukt ze heel aardig met hun zelfbenoemde ‘futuristic swamp rock’. Ofwel: eigenwijze, dwarse gitaarnummers, met hier en daar gekke ideetjes, abrupte noisy onderbrekingen en een enkele felle garagepunk-uithaal. Een hoekige jam over een man die om zich heen begint te schieten in een bioscoop klinkt onplezierig, maar dat is vast ook de bedoeling. Als maniakale Liars-variant is het echter niet gemeen genoeg. Veel van de (nieuwe) liedjes lijken onaf, maar het zit al behoorlijk goed met een rauw geluid, de losse ideetjes en een zanger met opmerkelijke maniertjes op het podium. Om in de gaten te houden in de Amsterdamse scene, deze Happy Demons.

Al een dik kwartier hierna op het podium: de vier van DIIV, met ex-Smith Westerns-drummer Colby Hewitt dus en aangevoerd door de kleine zanger/gitarist Cole Smith (ook Beach Fossils). Hij valt op met twee T-shirts van vijf maten te groot en een opvallend blond motorhelmkapsel, dat tijdens de eerste nummers nog verstopt zit onder een mutsje. DIIV lijkt haast te hebben: in hoog tempo begint het kwartet met het spelen van de eerste nummers van hun plaat (Druun, Past Lives), in de juiste volgorde bovendien. Voorspelbaar, zegt u? Absoluut niet.
Want als het geluid na ongeveer anderhalf nummer helemaal op orde is, hoor je dat DIIV er ook live in zo’n kleine zaal glansrijk in slaagt om dat kristalheldere gitaargeluid van die plaat te reproduceren. Geen geringe prestatie: al die fonkelende gitaarlijnen die in de DIIV-liedjes om elkaar heen of tegen elkaar in druisen, zouden in een mix kunnen verzuipen maar zijn kraakhelder te horen. Net als de galmende zang als extra instrument van Smith. Zo staat de band je toe ook live helemaal in dit geluid te duiken, zeker in het tragere, jam-achtge Air Conditioning, waarin de gitaarmelodieën net wat anders dan op plaat maar prachtig om elkaar heen blijven cirkelen. Je hoort er intussen niet perse aan af dat Smith fan is van Nirvana, maar zijn band is niet voor niets naar een Nirvana-song genoemd (Dive) en jawel, daar is ook een met het DIIV-geluid omgebouwde Nirvana-cover van het obscure Bambi Slaughter.
Dus klinkt de band hier verder precies als op plaat? Toch niet, de drums galmen hier niet zo weids en bovendien trapt DIIV halverwege het gaspedaal stevig in om de beste liedjes van Oshin in de hoogste versnelling te spelen. Dit nadat een gebrek aan de weigerende gitaar van Andrew Balley is opgelost, een smetje dat bijna serieus roet in het eten gooit. En zo krijgt de DIIV-sound op het podium verrassend een forse energie-injectie, terwijl je ziet hoe ook de gitaristen zelf steeds feller meer bewegen en volledig opgaan in hun nummers, terwijl de langbare bassist op links stoïcijnser over zijn instrument blijft hangen. Follow en Sometime transformeren van midtempo liedjes voortrazende geluidsstormen, uitmondend in onverwacht hard toeslaande shoegaze van Oshin-hoogtepunt Wait. Een moshpit bij DIIV? Zagen we van tevoren zeker niet aankomen.
Een nadeeltje van die haast: inclusief korte toegift is deze eerste Nederlandse DIIV-show na amper 40 minuten voorbij. Wel 40 héél goede minuten, technisch probleem of niet. Liever dat dan ruim een uur met inkakmomenten, niet waar? The Happy Demons speelden eigenlijk langer, maar het voordeel is dat je na deze sterke set op je honger blijft zitten en DIIV later dit najaar graag weer terugziet. Ze komen in november terug voor twee nog bekend te maken shows.



