Lowlands, de zondagmiddag: Light Asylum trekt zich he-le-maal niets aan van de hitte
Watergevechten, politici op het podium in verkiezingstijd, mooie meisjes in bikini, véél mooie meisjes in bikini: dat is natuurlijk allemaal leuk en aardig, maar uiteindelijk biedt ook de warmste dag die Lowlands ooit heeft meegemaakt (33 graden) meer dan genoeg optredens om de hele dag mee door te komen. Met als geraspte kaas op de hartige taart een volledige set van Wilco als afsluiting. Waar wachten we nog op?
Met een heus mannenkoor van bevriende muzikanten en maar liefst twee extra percussionisten, start Moss de zondag in de Alpha. Die lijkt misschien een maatje te groot gezien het aantal mensen dat in de tent staat, maar de muziek blijft in al zijn grootsheid prima overeind, daarbij geholpen door het uitstekende geluid. Iets dat in deze grote, hoge tent geen vanzelfsprekendheid is. Als tweede nummer in de set komt meteen de hitsong What You Want van laatste album Ornaments voorbij, waarin nog eens duidelijk wordt hoe hecht de band klinkt na de jaren ervaring die inmiddels is opgedaan.
Dat het publiek wat afwachtend voor zich uit staart, heeft vooral te maken met de aan het begin van de middag al onhoudbare temperatuur. Dat betekent overigens niet dat de band tussen de nummers door geen enthousiast onthaal krijgt, integendeel zelfs. In I Apologise en daarna I Am Human keert het koor terug, waardoor die eerste zelfs een gospelachtige feel krijgt. I Am Human doet live met de elektronica en handclaps op zijn beurt denken aan Radiohead, maar dan wel de variant waarin Thom Yorke een dosis uppers heeft gekregen. Al met al zagen we dit weekend drie bands uit de Excelsior-stal (ook Spinvis en Triggerfinger) en is de algemene bevinding dat die alledrie niets tekort komen aan overtuigingskracht. En dat is zelfs een understatement.

Van Australiërs zou je verwachten dat ze wel tegen een beetje hitte kunnen, maar ook de jongens van zachtaardige folkpopband Boy and Bear vertellen het publiek in de India dat ze dit ook niet gewend zijn. Hoewel we hier zeker niet met een totale openbaring te maken hebben, is deze band als opener van een derde festivaldag – waarop iedereen met of zonder zulke hitte al moe is – prima op zijn plek. In de opening horen we enkele uptempo, warm gearrangeerde liedjes, maar vooral halverwege draait de set om downtempo, wel wat keurige folkpop met grote emoties, zoals te horen op debuutplaat Moonfire.
Rauwe randjes ontbreken, maar op dit tijdstip en in deze warmte is dat eigenlijk wel prima en heel passend. En laat de koortjes op z’n Mumford Foxes live dik in orde zijn, het best samenkomend in de door het puffende publiek juichend ontvangen radiohit Feeding Line. De mooie Crowded House-cover Fall At Your Feet krijgt nog eens een flard van Neil Young’s Heart Of Gold mee. Een sympathieke, degelijke band kortom, die de grote voorbeelden lang niet overstijgt, maar geholpen door de omstandigheden een ruime voldoende scoort op deze Lowlands.
Intussen is een van de Engelse mini-hypes van dit jaar, Zulu Winter, op het Charlie-podium bezig met een opvallend funky vertolking van We Should Be Swimming (groot gelijk trouwens). De band wil heel graag, maar toch komt het optreden maar niet op gang. De bandleden ogen vermoeid, en de nummers komen niet uit de verf zoals we ze eerder live wel gebracht zagen (Eurosonic, London Calling). Uitzondering hierop is het bezeten Never Leave, met hardnekkig jagende drums, synths en gitaren van stadionproporties. In de uitgesponnen brug naar het volgende nummer wordt daarna de distortion dreigend open gedraaid, in combinatie met flinke effectenvervormingen op de stem van zanger Will Daunt. Op plaat heeft de band soms de neiging om nogal gladjes over te komen, maar het is in dit soort stukken tijdens het optreden dat Zulu Winter de meeste indruk maakt.
De niets-aan-de-hand popliedjes van The Maccabees zijn vervolgens zoals verwacht flink in trek bij het Lowlandspubliek. Het gros van de nummers klinkt alleen alsof je het al ooit eerder hebt gehoord; als een combi van een minder gedurfde Vampire Weekend, Britpop en het megalomane van (de vroege) Muse. Een wandelingetje door de tent toont aan dat de muziek toch vooral dient doet als achtergrondmuziek voor wat kletsen of bakken in de zon, zelfs met de hardere stukken die de band ten gehore brengt. Niet vreemd: het grootste deel van de nummers ben je weer vergeten zodra ze gespeeld zijn.
Met deze reden verruilen we de Alpha dan ook liever voor Light Asylum in de X-Ray. Al voor dit optreden staat het beeld van Sharon Funchess, frontvrouw van Light Asylum, ons meteen weer voor de ogen. Gewoonlijk zweet de stevige dame zich bij een clubshow al een ongeluk, dus hoe zou het haar nu vergaan? Eigenlijk weten we het antwoord natuurlijk al: ze trekt zich he-le-maal niets aan van de hitte in deze hangar-achtige tent, los van een kort ‘it's hot as hell!’ tussen de nummers door. Vanaf het derde nummer IPC lijkt de zangeres met het uiterlijk van een drill sergeant haar best te doen om zich vol de uitputting in te dansen, terwijl de lompe, hoekige beats door de X-Ray beuken.
We voelen de bassen diep doordringen in de maag, terwijl Funchess onder invloed lijkt van een overdosis steroïden en haar pasjes en bewegingen brengt als een bezetene. De muziek lijkt soms iets te donker en onheilspellend voor een deel van het publiek, maar het kan niet altijd gezellig zijn, toch? Wie het wel trekt, krijgt een indrukwekkende show voor de kiezen. Vooral nummers van het laatste, zelfgetitelde album worden op het publiek afgevuurd, en dat werkt prima op dit tijdstip: Light Asylum is zo opzwepend, dat de aandacht geen seconde verslapt.
De hele warme middag zijn de verschillende tenten vaak slechts half gevuld. Rusten mensen elders uit of zijn er al bezoekers naar huis? Lastig te zeggen. Maar bij Sleigh Bells in de India kom je wel heel makkelijk pal vooraan te staan. Was het niet de verwachting dat doldrieste hitparadepop-metalband Sleigh Bells op een festival als Lowlands populairder zou zijn? Al is het maar om de looks, wilde capriolen en die razendcatchy zangmelodietjes van wilde frontvrouw Alexis Krauss. Om de een of andere reden hebben de wilde furie en haar bandpartner Derek Miller er tegenwoordig nog een anonieme, tweede gitarist bij die de ruige metalriffs van de band goed verstaat.
Maar is hij wel nodig? Eigenlijk horen we geen verschil met de originele duobezetting en van extra podiumdynamiek is ook geen sprake. Sleigh Bells klinkt door de toevoeging niet harder, vetter of overstuurder dan voorheen. Wel nog steeds loeihard, moddervet trommelvlies beschadigend dus, die grote metalriffs over die beukende beats en wat samples van tape, tegen de achtergrond van twee maal zes Marshall-versterkers. Maar mede door het lome publiek slaat Sleigh Bells toch amper een deuk in een zacht pakje boter. Andere problemen: Krauss’ zang is vaak slecht te horen en de nummers van het gladdere Reign Of Terror van dit jaar zijn niet het sterkst. Jawel én goede genade: oudere tracks Infinty Guitars en Crown On The Ground blijven onverwoestbare vuistslagen in je gezicht, maar verder lijkt de truc van deze one trick pony toch echt te doorzichtig. Neen, Sharon Funchess en haar Light Asylum winnen deze opruiende cat fight overtuigend.

Trekt in de volle zon toch nog onverwacht veel publiek op het strandje voor het Charlie-podium: de Engelse rauwdouwers van Pulled Apart By Horses. Die spelen sinds tweede album Tough Love van begin dit jaar meer rechttoe, rechtaan hardcorepunk, zonder de ingewikkelder breaks en tempowisselingen van het debuut. Maar hard, strak en effectief is deze not your average harde band nog steeds. Fijn ook dat de schreeuwzanger zichzelf en de band niet waanzinnig serieus neemt – zulke dodelijke ernst is bij veel bands in het genre al zo vermoeiend. We horen enkele goedgeluimde grappen voorbijkomen. Wat hij ook kan: kotsen op het podium na afloop van het optreden. Dat vinden we in dit weer vooral zielig voor de schoonmakers.
Jeugdsentiment op Lowlands, het festival waar we het liefst nieuwe, *kuch* relevante *kuch* bands van nu zien? Nou vooruit, voor goed half uur dan. Want ooit brulde ondergetekende ook nog wel eens mee met de Heideroosjes in het lokale poppodium, en deze Lowlands is eigenlijk de allerlaatste kans om de Limburgse punkrockveteranen nog eens te zien voordat ze na wat Melkwegshows in september definitief met pensioen gaan. Heeft de wat simplistische punk nog enige aantrekkingskracht op uw KtH-scribent? Al járen niet meer. Is het toch leuk om nog één keer Ik Wil Niks, het aan Pussy Riot opgedragen Break The Public Peace of I'm Not Deaf I''m Just Ignoring You te horen? Dat zeker wel, ondanks de dikke soep van een geluidsmix. En het is mooi om te zien hoe een zachtaardige frontman Marco Roelofs zichtbaar geraakt is door deze laatste grote show op Lowlands. Zelfs al heeft hij wel eens een veel vollere Alpha-tent voor zich gehad. Dat dan ook weer wel. Hoe dan ook, het gaat jullie goed, Heideroosjes. De tent verlaten tijdens Sjonnie en Anita bleek een goed moment. Broem, broem, broem...
Het lijkt vervolgens een wat gewaagde zet: de duistere elektronische geluidstapijten van Holy Other tegen het eind van de middag in de X-Ray programmeren. Vooral omdat deze muziek langere tijd voort kan bewegen zonder een duidelijke beat waarop in te haken valt. Net zo makkelijk creëert Holy Other tegen ambient leunende muziek om jezelf in te verliezen, zeker in combinatie met de visuals die hij zelf mee heeft genomen: mysterieuze beelden van personen verscholen onder doeken, rollende wolkendekken en iets dat lijkt op verwrongen handen. Creepy indeed.
Volgens een aankondiging is dit de laatste keer dat de muzikant anoniem met een stoffen kap over zijn hoofd optreedt. Wellicht heeft het er iets mee te maken dat binnenkort zijn langverwachte debuut op het hippe label Triangle uitkomt, dat hij nu eindelijk uit de anonimiteit treedt. Zoals verwacht komt veel nieuw werk voorbij, dat nog net een stukje abstracter is dan de tracks van eerste EP With U. De bassen staan bij Holy Other soms zo hard, dat de hele structuur van de X-Ray mee resoneert. Zeker als Touch en een nieuw nummer op maximale sterkte als afsluiters voorbijkomen. Of het publiek danst? Nee, zeker niet. Ze deinen eerder rustig op en weer als zombies - al dan niet met de ogen gesloten. Zoals het hoort.
Vind alle andere verslagen op de Lowlands 2012-pagina.
Verslag: Joris Rietbroek (Boy and Bear, Sleigh Bells, Pulled Apart By Horses, de Heideroosjes) en Barry Spooren (Moss, Zulu Winter, The Maccabees, Light Asylum en Holy Other). Foto's: Hanneke Goldsteen


