Review: Dirty Projectors - Swing Lo Magellan
Het is Dirty Projectors gelukt. De New Yorkse band heeft een zowaar een echte liédjesplaat gemaakt om smoor- en smoorverliefd op te worden. Bejubelde voorganger Bitte Orca van drie jaar terug was al een schitterende, spannende overgangsplaat, waarop de dwarsere experimenten van vorig werk voor het eerst hand in hand ging met knap uitgedachte liedjes en toen hippe Afrikaanse invloeden. En zelfs wat r&b van de beste soort, op culthitje Stilness Is The Move.
Voor het in een jaar geschreven en opgenomen Swing Lo Magellan waagde bandbrein David Longstreth zich aan een voor hem nieuw experiment: bij het schrijven bijna uitsluitend focussen op puntige, mooie liedjes en de leidende melodieën zelf, en minder tot nauwelijks op arrangementen, vreemde overgangen of ontregelende klanken die uit andere studio’s lijken te komen. Een experiment dat de veruit toegankelijkste en móóiste Dirty Projector-plaat ooit oplevert. Met enkele van de meest hartverwarmende liedjes van dit jaar bovendien. Muziek ook die enkel nog te vergelijken is met de grilliger experimentelen op oudere albums als Rise Above of The Getty Adress als het gaat om de zang van Longstreth en de engelenstemmen van Amber Coffmann en Haley Dekle.
Ook dat waren zeker interessante, maar niet altijd even beklijvende platen omdat vorm en geluid nog wel eens te geforceerd voor de liedjes gingen. In dat opzicht is Swing Lo Magellan de omgekeerde wereld. Opener Offspring Are Blank start nog even waar Bitte Orca ophield, in een loom tempo, een zanglijn die door het nummer heen nog de weg lijkt te zoeken en enkele onverwacht felle gitaaruithalen.
Een overrompelende opening, maar dit is ook meteen het stevigste liedje op de plaat. Zelfs al is de thematiek van volgende nummers About To Die en Gun Has No Trigger vrij donker; de sfeer in deze spaarzaam en met grote precisie aangeklede liedjes (hoor hoe subtiel er in About To Die na de weirde percussie van het intro enkele strijkers invallen) is opvallend opgewekt, licht en ontspannen. Laat hiervoor Coffman en Dekle maar About To Die jubelen (je zou er bijna About Today in verstaan) of het serene koortje zingen in het wat grilliger Gun Has No Trigger, slechts drijvend op een groove, een baslijn en de leadzang van Longstreth, verrassend krachtig maar nog altijd wel met dat trillerige, zenuwachtige randje dat sommige mensen zou kunnen afschrikken.
Juist die paar puntige, sobere liedjes die volledig vrij zijn van bokkensprongen of sonische fratsen raken evengoed gevoelige snaren. We noemen het titelnummer (slechts drums, een akoestische gitaar en een stem) en zeker Impregnable Question, het eerlijkste liefdesliedje dat Longstreth ooit schreef, geleid door enkele rustige piano-akkoorden. Hoe cheesy de zinnen in het refrein ook mogen overkomen ("I need you and you're always on my mind, you're my love and I want you in my life"), ze klinken goudeerlijk en totaal ontwapenend, zeker als de dames invallen. Niet vreemd als je bedenkt dat Longstrath ze ook eigenlijk zingt voor zijn vriendin, bandlid Amber Coffmann.

Net wat diepergaande bespiegelingen tref je in een mooi tweeluik halverwege (Just From Chevron en Dance For You) waarin de Afrikaanse grooves en gitaarmotiefjes uit Bitte Orca even mogen terugkeren, doch in een lossere vorm. “I boogied down gargoyle streets, searching in every face for something I could believe”, zingt Longstreth in een losse bui in een van de hoogtepunten, het losjes op handclaps en een kale beat swingende Dance For You, vastbesloten door te dansen tot hij de antwoorden op zijn levensvragen gevonden heeft.
Als er dit keer al opzettelijke stoorzenders zijn om toch nog wat verwarring te zaaien, kunnen ze de aandacht van het liedje zelf nooit helemaal afleiden. She What She Seeing zit boordevol nerveuze percussie op de voorgrond, maar toch leidt het je niet af van de euforische climax met wederom van subtiel invallende strijkers. Enkel Maybe That Was It herinnert aan vroegere tijden, met een slepend dwars ritme en een gitaar die continu gestemd lijkt te worden...
Ieder liedje zit hoe dan ook verdraaid ingenieus in elkaar – met gitaarpartijen, drums en stemmen heel nauwkeurig op links, rechts en het midden gemixt – en toch hangt er paradoxaal genoeg ook een zeer prettig los sfeertje op Swing Lo Magellan. Niet alleen door de speelse toon van sommige liedjes, maar bijvoorbeeld ook door foutjes juist intact te laten. Een kuchje van Longstrath in het openingsnummer werd behouden, net als zangeressen Amber en Haley die elkaar middenin Unto Ceasar hardop vragen wanneer ze eigenlijk weer moeten invallen met hun harmonieën. (‘that doesn’t make any sense!’)
Net zo heerlijk en vederlicht: het plagerige door Amber Coffman heerlijk gezongen The Socialites, een schijnbaar wat spottend liedje over die sociale mensen die zich overal zo keurig gedragen en zich om het geringste verontschuldigen. De muzikale omlijsting: een hiphopachtige beat, minimaal gitaargetokkel en wat geluidseffecten: meer is er voor de band tegenwoordig niet nodig om in een klein gehouden, speels liedje volop te laten schitteren. Het is echter die nog altijd licht nerveuze stem van Longstrath die mag afsluiten met een barbershop-achtige Irresponsible Tune vol reverb op de zang zoals die tenminste zes decennia geleden op de Amerikaanse radio klonk.
Dit alles maakt Swing Lo Magellan tot een creatieve, vernuftige, prachtige en buitengewoon verslavende liedjesplaat met een heerlijke overall vibe. Om smoor- en smoorverliefd op te worden. Of had ik dat al gezegd?
Dirty Projectors is in oktober in Nederland voor twee clubconcerten, in Amsterdam en Nijmegen.



