Review: DIIV - Oshin
Beach Fossils en Smith Westerns. Dat zijn beide bereleuke, Amerikaanse indierockbandjes van het springeriger, luchtige soort. Maar enkele (ex)leden van die bands - Beach Fossils-gitarist Cole Smith en voormalig Smith Westerns-drummer Colby Hewitt - smeedden samen ambitieuzere plannen en richtten niet al te lang geleden de nieuwe band Dive op. Met al enkele singles uit en een platendeal bij het opmerkelijke Captured Tracks-label, veranderde de bandnaam echter al gauw in het mysterieuzer ogende DIIV (wel uit te spreken als 'dive'). Vergeten om Wikipedia te checken op bands die al Dive (of Slowdive) heten, jongens?
Hoe het ook zij: als het in het oog springende DIIV is er geen verwarring meer mogelijk. Dat is maar goed ook, want de ster van DIIV gaat vast verder rijzen dankzij dit ook al wat raadselachtig getitelde, maar pardoes in het oor dúikende debuut Oshin. Een zeer sterk en zelfverzekerd debuutalbum waarop je een band hoort die veel meer indruk maakt dan de (vorige) moederbands en die hoorbaar beter dan vele andere debutanten dondersgoed weet waar het mee bezig is.
In dit geval: ongelooflijk weids galmende, up tempo gitaarliedjes met dreampop- en shoegaze-accenten maken, die precies op het snijvlak liggen van bijvoorbeeld Lotus Plaza, een niet-nonchalante Real Estate of een vriendelijker A Place To Bury Strangers dat niet zo ontzettend veel lawaai maakt. Zelf houden Hewitt en Smith het op krautrockbands Can en Faust als belangrijkste invloeden, maar wat je soms ook goed en op een aangename manier herkent in hun muziek: sporen van Joy Division en vervolgband New Order. Dit dankzij de melodieuze, hogere baslijnen die soms fraai tegen de klaterende gitaarpartijen ingaan. Dat hoor je goed in Human – dat in deze albumversie ongelooflijk veel beter en krachtiger klinkt dan een eerder opgedoken demo – of Follow.
Een enkele keer durft DIIV het aan de spanning niet helemaal te laten ontladen (met succes) in enkele wat tragere, langer uitgesponnen nummers als Air Conditioning of het bezwerende, vol ijle zang zittende titelnummer. Dan weer mogen de gitaren iets harder en noisiër ronken in hoogtepunt Wait, met naast New Order enkele Joy Division-echo's. Maar los van deze ‘uitstapjes’ zijn Smith, Hewitt en hun bandleden bijzonder behendig in het vasthouden en vooral erg mooi uitwerken van dit niet te alledaagse geluid.
Zelfs als er iets van eentonigheid in de tweede helft op de loer ligt, blijft die combinatie van in de verte echoënde zang en twinkelende gitaarlijnen een verslavende werking houden. Dan neem je op de koop toe dat je in de tweede helft bij twee opeenvolgende liedjes (het genoemde Follow en Sometime) bij die tweede even denkt dat hetzelfde liedje opnieuw start. Dat is een beetje muggenziften, maar het doet je wel afvragen hoe de andere vijftig (!) liedjes precies klinken die naar verluidt tijdens dezelfde Oshin-sessies zijn opgenomen.
Met dit debuut bouwt DIIV zijn geluid meteen tot grote hoogten uit, om bij het vergeleken met de rest lieflijke slotliedje Home inderdaad even thuis te komen, in rustiger vaarwater. Benieuwd waar naartoe de band op komende platen op verkenning gaat. Want Oshin lijkt in dit genre naast een prachtige plaat ook een vertrekpunt naar meer, ander moois.
DIIV geeft op 26 augustus een optreden in de Amsterdamse OCCII.
DIIV in sessie (drie nummers):

