Skyline verslaat: Roskilde Festival, de Fredag met een Jack White op scherp en meer
Nieuw: Kicking the Habit en het Belgische Skyline Reviews vormen een bescheiden alliantie, vooral met het doel om nog meer lezers op de hoogte te houden van wat er gebeurt tijdens de boeiendste concerten en festivals in binnen- en buitenland. Skyline is op het Deense Roskilde Festival (zie ook het donderdag-verslag) en zag vrijdag onder meer Jack White van Deense muzikanten.
Na een mooie eerste dag troffen we de festivalsite vrijdagmorgen doornat aan. De camping werd tot een modderpoel herschapen en de weide lag er zwaar geteisterd bij. Uiteraard is niets van dit alles te veel om onze redactie te doen terugschrikken. Laarzen aan, regenjas aan, en gewoon opnieuw dat geliefde terrein op. Ondanks de op dag twee eerder ongekende affiche, was er met Jack White toch weer een headliner van formaat te noteren.
Op de middag vijf kwartier noiserock voorschotelen en een reeds volle Pavilion-tent even de zijwaartse regen laten vergeten? Een job voor The Megaphonic Thrift (3,5/5) uit Noorwegen. Luid, ranzig, maar wel met degelijke songs grasduint deze band doorheen My Bloody Valentine, Sonic Youth en het recentere The Pains of Being Pure at Heart. Een dagopener kan niet veel beter uitvallen.
Hoewel vrijdag op papier veruit de zwakste dag leek, konden we enkele unieke namen op de affiche terugvinden. Zo vormde de Copenhagen Collaboration drie uur lang een unieke samenwerking in de Arena. Deense artiesten die hun muziek delen en de hele muzikale output van het land naar een hoger niveau tillen: misschien wel een recept tegen de vele navelstaarderij in onze contreien.
Hiphop met een grote H was gereserveerd voor een andere drie uur durende sessie in de prachtige Cosmopol tent (met urinoirs aan de zijkanten!). Grieves & Budo (2,5/5) en Macklemore (2,0/5) brachten na een veelbelovende start echter niks anders dan platte hipster-varianten van het genre. Feestrecepten om even de massa aan het springen te krijgen, dus. Evidence (3,0/5), bekend van Dilated Peoples, kon een klein beetje beterschap brengen met een scherpe show, die evenwel sterke beats mankeerde. Dan maar aan Sage Francis (3,0/5) om de dag te redden? Niet echt. Francis is een ware freak binnen de hip hopwereld, maar z’n onvoorspelbare en trashy optreden bezoedelden z’n briljante rhymes. Ook het feit dat hij niet eens een DJ meenam, hielp niet om z’n politieke en social getinte nummers uit de verf te laten komen.
Rond de vroege namiddag voerde zin in een flinke portie gitaargeweld ons richting de Odeon, een tent die net als de Apollo even buiten het festivalterrein zelf ligt: met name Baroness (2,5/5) mocht aldaar zijn kunnen tonen. Een intrigerende psychedelische intro en vergelijkingen met Mastodon en Kylesa deden het beste vermoeden, maar al snel werden die hoopvolle verwachtingen de kop in gedrukt: ongeïnspireerde riffs gaven een voorliefde voor Lynyrd Skynyrd en Metallica te kennen, maar dan wel op een erg platvloerse manier. Reken daar nog eens een zanger bij die beter bij een poprockbandje dan bij een (zelfverklaarde) heavy metal act paste, en je weet dat dit Baroness geen hoogvlieger is.
Gossip (1,0/5) is Beth Ditto en Beth Ditto is Gossip. Zo kan je na dit weekeinde wel weer duidelijk stellen. De felle frontvrouw bracht op de Orange Stage wat we van haar verwachtten. Half krijsend worstelde Ditto zich door songs als ‘Standing In The Way Of Control’. De beats klonken plat, en soms leek de gitarist niet helemaal te beseffen dat de soundcheck wel degelijk afgelopen was. De afgrijselijke soundmix deed de rest. Hier zullen Beth en co niet te veel extra zieltjes mee hebben gewonnen. Hitje ‘Heavy Cross’ kon sommigen misschien nog met een voldaan gevoel laten weggaan, maar voor ons was het kwaad reeds geschied.
Veel beterschap volgde niet meteen, want tussen The Cult en AMSTERDANCE was het toch even zoeken naar relevantie op deze vrijdag. Zoals wel vaker dezer dagen, konden we deze vinden bij een oude knar als Lee Ranaldo (zesenvijftig ondertussen!) (4,0/5). Wat Lee deed, was niet minder dan het perfecte optreden brengen in de Odeon tent. Veel materiaal heeft hij niet, dus een uur rond met onder meer een Talking Heads-cover bleek genoeg om het alweer leuke publiek zoet te houden. Maar bovenal liet dit optreden blijken hoe sterk z’n albumdebuut onderschat werd.
Tegelijkertijd met Gossip stond Danyel Waro, een dichter uit Madagascar, geprogrammeerd in de wondermooie Gloria. De prachtige visuals en dito aankleding van de zaal (want een tent is het niet echt) waren de ideale steunbeer voor een sterk concert van de man. Met een aan waanzin grenzend enthousiasme danste de man zich doorheen een heerlijk ritmische set. Vraag ons niet om titels, of om de diepere moraal in de teksten, het gaat ‘em bij Waro meer om de ervaring en het besef dat er naast de Westerse traditie ook nog andere muzikale wortels bestaan.
De Fransman Rover (3,5/5) mocht in de vroege avond met zijn warme barokpop de Gloria inpakken.Timothée Régnier, zoals het op ‘s mans paspoort staat, wist meteen te overtuigen met geweldige, lyrische songs (en een dito stem) die meanderen tussen Bowie en Antony Hegarty. Enige minpunt waren de nogal banale gitaarlijnen, maar als aan de arrangementen nog een beetje gesleuteld wordt, zou dit wel eens een verbluffend debuut kunnen opleveren later dit jaar. Iets om in de gaten te houden dus.
Of the Wand and the Moon (3,0/5) stond met een maar liefst achtkoppige band in de Pavillion, en serveerde folk noir met een orchestraal kantje. De zanger hintte bij momenten naar Stuart Staples enGainsbourg, en dat zijn uiteraard geen verkeerde referenties. De sfeer van het concert werd echter teniet gedaan door de idiote new wave keyboardriedels die als een vette laag boven de sound hingen. Je kan nu eenmaal niet tegelijk Tindersticks en The Cure willen zijn, heren.
Verder was er in diezelfde Gloria nog een opmerkelijke passage te noteren: Touchy Mob, alias Ludwig Plath, is een bastaardzoon van Four Tet en Bradford Cox. Zijn met gitaarspel opgeleukte electronica is tegendraads. Zo tegendraads zelfs dat de bouncende hipsters onder ons al snel voor schut werden gezet door de compleet aritmische bas. De vreemde man praatte er wat lullig doorheen, en onderbrak zelfs tot twee keer toe een song ‘because it didn’t work‘; wat er dan precies niet werkte, zullen we wellicht nooit weten. Al met al een optreden dat de middelmaat makkelijk achter zich liet en dat meer dan eens prikkelde door zijn enigmatiek.
Headliner van de avond was de onverwoestbare Jack White (4,0/5). Net zoals op Rock Werchter gaf de man een dwarsdoorsnede van zijn oeuvre, maar ditmaal met enkele extra publieksfavorieten en met zijnfemale band. Geopend werd uiteraard met ‘Dead Leaves and The Dirty Ground’, dat een uitzinnig publiek meteen een eerste keer deed ontploffen. Wat hem op Werchter niet lukte (de scherpte van weleer vertonen), bleek hem hier niet de minste moeite te kosten. Misschien heeft White het donker gewoon nodig om optimaal te presteren. Verrassen deed hij met een ongelooflijke versie van onze absolute White Stripes-favoriet ‘Ball and Biscuit’. Daar was hij weer; de gesel voor zijn gitaar. Met blinde woede ramde hij de alom bekende solo aan stukken, gevolgd door iets wat wij van Jack White anno 2012 niet meer verwachtten: zich richtend naar de drums brieste hij zijn hoed af en trok hij met de kop van zijn gitaar de drums van een verbouwereerde Carla Azar aan diggelen. Rock ‘n roll Jack is back. Afsluiter ‘Seven Nation Army’ was as usual de bom die het publiek volledig liet ontsporen. Zo bewees White meer dan ooit de headliner spot waard te zijn.
De Pavilion is vaak een plek waar aangename verrassingen te vinden vallen, en dat was met Bluegrass band The Punch Brothers ook niet anders. Ze konden zelf niet geloven dat een oer-Amerikaanse band een tent vol dansende Denen kon trekken, dus het werd vanaf minuut 1 een dik feest. Als klap op de vuurpijl coverde het vijftal Kid A van Radiohead volledig instrumentaal. Zien om te geloven.
Daughter (4,5/5) is het muzikaal vehikel van de Britse schone Elena Tonra (de vergelijkingen met Cat Power gaan verder dan haar verschijning), die het talrijk opgekomen publiek prikkelde met haar bitterzoeke popfolk-songs. Voor eens geloofden we haar wanneer ze vertelde dat het publiek werkelijk ‘the most awesome audience we’ve ever had’ was, want ondanks het vele gepraat waren er een heel aantal devote fans die uitzinnig werden bij nummers als ‘Youth’ en ‘Love’. Deze dame heeft veel in haar mars, en wij kijken alvast reikhalzend uit naar dat eerste album.

In de Gloria stage, misschien het mooiste festivalpodium op aarde na de ATP stage op Primavera Sound, moest en zou het optreden van Oneohtrix Point Never (3,5/5, foto boven) om 3 uur s’nachts voor een magische ervaring zorgen. Aan hem zal het niet gelegen hebben, en ook het publiek was trouw aanwezig -een schreeuwende Deen met te veel XTC niet meegerekend. Maar uniek voor dit festival: een technisch probleem. Tien minuten lang moesten we het met monitorgeluid stellen, waardoor zelfs de onwaarschijnlijk virtuoze mix van ‘Replica’ en de premiere van nieuw ambient-materiaal niet konden verhinderen dat de set gekraakt werd.
Deze dag twee bracht onverhoopt veel goeds met zich mee. Enkele nieuwe beloften lieten zich opmerken, enkele oudgedienden lieten zich gelden; kortom, een dag om niet snel te vergeten. Morgen kondigt zich echter nog steviger aan met -adem even diep in: Bruce Springsteen, Refused, M83, Bon Iver, Mew,Alison Krauss en Julia Holter. Genieten geblazen dus.
Geschreven door Marc Puyol-Hennin, Stef Claes en Victor-Jan Goemans.


