concertverslag

Jack White en zijn vrouwen maken er soms een potje van in de HMH

Joris, Dinsdag 26 06 2012, 11:50

Jack White en zijn vrouwen maken er soms een potje van in de HMH

Jack White en zijn Peacocks. Foto: Jo McCaughey

De echte Jack White-volgers vroegen het zich natuurlijk al lang van tevoren af: zou het drukke baasje in de Heineken Music Hall met zijn ruige mannenband of verleidelijke vrouwenband optreden? White gaf het voor zijn tournee immers zelf aan in interviews: beide begeleidingsbands gaan mee en pas luttele uren voor ieder optreden wordt de knoop doorgehakt of hij zich laat omringen door de heren of de dames.

En wat werd het maandagavond in de uitverkochte Heineken Music Hall? Geen twijfel mogelijk als de eerste witte jurken het podium op schuifelen: de dames dus, ofwel The Peacocks mogen aan de bak vanavond. De heren – die volgens eerdere liveverhalen over de tour harder en strakker zouden spelen – kunnen backstage aan het bier. En voor de minder grote fans in de zaal die dit hele verhaal rond de last minute keuzes van Jack White niet volgden: die zien verrast hoe Jack White zich laat omringen door zes dames en vinden dat vooral heel cool.

Terecht: want het zíét er ook heel cool uit, laat dat duidelijk zijn. Zelfs het gereed maken van het podium gaat overigens in stijl: de roadies dragen zwarte pakken met overhemden en hoeden op. Voor wie het allemaal niet zo fanatiek volgt was het misschien ook een verrassing dat White niet enkel put uit de liedjes van zijn prima doch niet meesterlijke soloplaat Blunderbuss. Een blik op de uiteenlopende setlists van de afgelopen tijd laat ook de succesnummers van Jack’s vorige bands The White Stripes en The Raconteurs zien, en zelfs wat vuig spul van The Dead Weather.

Dus krijgt Amsterdam nota bene als opener Dead Leaves On The Dirty Ground van de White Stripes-plaat White Blood Cells. In de HMH niet zo zeer een vuil rockende opener als op dat album, maar wel eentje die met zeven muzikanten meteen heel vol klinkt en de toon zet voor wat komen gaat. Dat is in eerste instantie een heel rijtje prijsnummers van Blunderbuss, inclusief het vuile Sixteen Saltines en de soulvolle hartenzeer van Love Interruption al vroeg in de set. Een nieuw herkenningspuntje voor White Stripes-fans is Hotel Yorba, gespeeld als een razendsnelle countrystamper.

De grootste vocale acrobaat is White natuurlijk nooit geweest, maar hij laveert vanavond goed tussen gekwelde uithalen, neurotischer schreeuwzang en half gefluisterde stukjes. De sfeer op het podium is intussen ontspannen en lekker los, zoals een goedgemutste White iedere dame om zich heen geregeld de aandacht geeft door even grijnzend naar haar toe te stappen of door haar de ruimte te geven met haar stem of instrument. De glansrollen binnen The Peacocks blijken hier al gauw te zijn voor Lillie Mae Rische en haar aanstekelijke spel op de fiddle en de onophoudelijk hard meppende drumster Carla Azar (Autolux) op links.

Een stevig en vol energie spelende band met White als grote baas dus, maar live lijken The Peacocks wel opvallend genoeg slechts op het standje ‘voluit’ te willen spelen, met veel minder dynamiek en subtiliteiten dan op White’s plaat. Er wordt ook opvallend gehaast gespeeld, een en ander wordt zelfs slordig en in een te hoog te tempo afgeraffeld. Dat gaat in combinatie met die losse sfeer wel ten koste van écht intens vuurwerk op het podium. Dat begint pas halverwege een beetje te knetteren bij een heerlijk ruig middenstuk, inclusief The Dead Weather-stamper Blue Blood Blues en een bezielde uitvoering van grote rocker Weep Themselves To Sleep.

Goed voor de variatie zijn dan toch wat relatieve rustpunten: een zorgvuldig gearrangeerd, lief White Stripes-liedje We’re Gonna Be Friends, de Hank Williams-cover You Know That I Know en de piano-honkytonk I Guess I Should Go To Sleep bijvoorbeeld. Beheerster momenten waarin opvalt dat de dames opeens zorgvuldiger en beter musciseren dan wanneer het er steviger aan toe gaat. Nu kan er aan de vol gierende gitaarsolo’s zitten White Stripes-kneiter Ball & Biscuit (van Elephant) niet veel stuk, maar dit blijkt na nog geen uurtje het slot van de reguliere set te zijn.

En nu? Komt Jack dan toch nog eens terug met de mannen, zoals het gerucht eerder op de avond ging? Dat niet, maar er komt nog een flinke toegift. Ja hoor, daar zijn voor de bevrediging van de massa The Raconteurs-hit Steady As She Goes en welbekend anthem Seven Nation Army, maar allebei wel weer slordig, zelfs haperend gespeeld zodat het zelfs wat doodslaat. Dan is het lange verhaal van Carolina Drama (ook The Raconteurs, “If you must know the truth about the tale, go and ask the milkman”) een gewaagder en beter klinkende keuze, net als de luchtige countryversie van Leadbelly-classic Goodnight Irene, waarvan het refrein zelfs door een hele HMH meegezongen wordt.

En dan zit het er binnen anderhalf uur op. Dat valt toch iets tegen van een man met zo’n grote discografie die twee uitgebreide bands meeneemt op tournee. Alsof er vanavond in Amsterdam grote haast was dus. Maar waarvoor? Ja, om nog een veelbelovende aftershow van pittige, jonge Eindhovense rockband Mozes and the Firstborn te zien in de 'lounge', maar daar hebben we White en zijn dames niet meer gezien. Zodoende levert Jack White geen memorabele show die we ons over vijf jaar nog zullen herinneren, maar nog altijd wel een degelijk, zelfs amusant concert met enkele onverwoestbare momenten uit het pré-Blunderbuss-tijdperk.  Want ook al is dit beslist geen slecht album, het viel deze avond nog eens op dat de hoogtepunten cq. beste nummers in dit concert dateerden uit een verder verleden...

Momentje, de reacties worden opgehaald...

Reageer
Je reageert op ..
Van




Inhoud