Review: The Walkmen - Heaven
Het hart maakte spontaan een sprongetje toen vorig jaar naar buiten kwam dat Amerikaanse band The Walkmen een nieuw album ging maken met producer en mixer Phil Ek. Dit is de man die als geen ander gitaarplaten van The Shins, The Dodos, Fleet Foxes, Built To Spill en Band of Horses kraakhelder, sprankelend en heerlijk warm liet klinken, terwijl hij genoemde bands geregeld boven zichzelf uit liet stijgen. Wat voor moois zou hij voor The Walkmen kunnen betekenen?
Jawel, je hoeft maar een eerste setje nummers van het nieuwe, zesde The Walkmen-album Heaven te horen, of je hoort Ek’s signatuur in het behaaglijke, open geluid waarin de liedjes dit keer gegoten zijn. Niet eerder klonken vooral de Rickenbacker-gitaarpartijen van Paul Maroon en die altijd intense vocalen van frontman Hamilton Leithauser zo helder en mooi, zeker vergeleken met de droge, minimale doch meesterlijke voorganger Lisbon en het sinisterder klinkende You & Me. Een iets gepolijster geluid ook misschien, maar zo’n rondere, minder grillige sound past wel weer bij de achterliggende thematiek van Heaven, over een nieuw, rustiger leven nu de vijf bandleden allemaal kinderen hebben.
En over terugblikken, nadenken over wat het betekent om in deze vluchtiger muziektijden vol rap opkomende en nog sneller afstervende hypes als band in dezelfde bezetting alweer ruim twaalf jaar mee te gaan. Niet voor niets is het artwork van Heaven doorspekt met zwart-wit foto’s van de bandleden in pak, met hun vrouwen en jonge kinderen in een soort jaren vijftig-setting. Sentimenteel getrut, zegt u? Niets daarvan: des te knapper is het juist dat de bijbehorende muziek misschien kalmer en – o wee - volwassener klinkt, maar dat valse of kleffe sentimenten volledig buiten de deur zijn gehouden.
Ja, de intense, soms boze ‘sturm und drang’ van vroegere albums Bows + Arrows en de donkerder trip You & Me is zo goed als verdwenen, maar dan wel ten gunste van een heel aangename rust binnen de band, die je aan het materiaal op dit goudeerlijk klinkende Heaven afhoort. Dat vertaalt zich aan de ene kant in beheerst gespeelde, soms steviger gitaarliedjes, maar toch: paradoxaal genoeg weten The Walkmen toch altijd weer een intens gevoel in alle nummers te leggen dankzij knap studiowerk. Het op de millimeter nauwkeurig plaatsen van microfoons, dat soort werk. Meeslepend klinkt het, of er nu steviger gerockt wordt (Heartbreaker met dissonante gitaren als stoorzender, het wél ouderwets gejaagde The Love You Love), of kleiner en intiemer dan ooit gespeeld wordt.
Die rustigste liedjes van Heaven zijn misschien wel de sterkste stukken. Met hulp van Fleet Fox Robin Pecknold is opener We Can’t Be Beat naast een sober, effectief hoogtepunt met mooie, meerstemmige doowop-achtige zangharmonie, meteen ook een statement over waar dit album over gaat. “The world is ours, we can’t be beat”, zingt men in koor, na een nog weinig hoopvol begin dat mogelijk refereert aan de tijd dat het niet zo lekker ging met The Walkmen, of Leithauser zelf: “I was the Pony Express, but I ran out of gas {...} oh, give me a life that needs correction.” Nog zo’n kalme kippenvelsong zit precies halverwege: het mysterieuze Line By Line is volledig gebouwd op een oneindig door twinkelende, galmende gitaarlijn en de zang van Leithauser, totdat enkele strijkers in de climax het geheel magistraal doenaanzwellen.
Dat een enkel midtemponummer (The Witch) niet meteen zo’n niveau haalt, doet nauwelijks iets af aan het krachtige geheel dat Heaven is, duidelijk meer dan de som der losse delen en zo net nog wat consistenter dan Lisbon. Ogenschijnlijk eenvoudiger, net wat gangbaarder gitaarliedjes als Song For Leigh (als warm bad na Line By Line perfect getimed) of Love Is Luck kruipen na meerdere keren luisteren je zenuwstel binnen.
Hooguit had Heaven zonder lichtere bonustracks als No One Ever Sleeps en Dreamboat aan het einde gekund, juist na het oersterke, ontroerende slot dat het titelnummer is: een niet te stoppen en door heerlijk in elkaar geweven gitaarlijnen gedragen titelnummer, gezongen voor de kinderen van alle bandleden, had het afgelopen mogen zijn. “Remember, remember, what we fight for?” Een regel die precies aansluit op die andere kernwoorden aan het begin van de plaat. Want inderdaad: op dit moment verslaat niemand The Walkmen en kent Heaven in de hoek van warme, melancholische gitaarplaten dit voorjaar zijn gelijke niet.



