Short Kicks: albumreviews van LPG, Lee Ranaldo, Grimes en The Experimental Tropic Blues Band
Omdat het bespreken van de interessantste nieuwe platen van het moment niet altijd in 600 woorden of meer hoeft, schrijft Kicking the Habit meer recensies in het kort; Short Kicks! U heeft immers ook niet de hele dag de tijd. En wij al helemaal niet. Deze week in Short Kicks: recensies van de nieuwe albums van LPG, Lee Ranaldo, Grimes en The Experimental Tropic Blues Band.
LPG - The Village
De leden van het oorspronkelijk Groningse LPG mogen dan intussen naar Amsterdam zijn verhuisd, het dorpsgevoel is niet uit deze jongens te slaan. Dus heet een langverwacht nieuw album The Village, een plaat van veertig keurige minuten waarop de band nadrukkelijk op zoek gaat naar de eigen wortels. Tegelijkertijd is het album de laatste release van hun multidisciplinaire kunstmagazine De Speech. In die vorm bevat het artwork in kartonnen doos een kaart van het bezongen dorp, plus allemaal weetjes over de (jeugd van de) bandleden en een fanfareversie van het nummer The Village op een flexidisc.
Inderdaad: dat is mooi inkijkje, maar wat levert de muzikale zoektocht op? Wel, de derde fraaie, eigenzinnige LPG-plaat op rij, met het grootste verschil dat er binnen de verschillende, méér afgeronde liedjes minder van de hak op de tak gesprongen wordt. Dat gaat misschien ten koste van wat grilligheid die vorige platen I Fear No Foe en With The Earth Above Me spannend maakten, maar je krijgt er wel een erg mooie liedjesplaat met strakkere spanningsboog voor terug. Alsof LPG meer dan ooit de tijd heeft genomen om eens goed te bedenken hoe het verhaal verteld moet worden.
Een verhaal over een zoektocht met nostalgische trekjes dus, ondersteund door nog wat knappere en inventievere melodieën en invullingen dan voorheen. Zo ronduit mooi en teder als in Love Will Surround You hoorden we de band niet eerder, alsof ze wat meer naar labelgenoten Moss en Alamo Race Track hebben geluisterd. Een vergelijking die de wederom strakke productie van Frans Hagenaars ook in de hand helpt. Middelpunt Creation bouwt op naar prachtige samenzangclimax, maar de eigenwijzere fratsen binnen een liedje zijn gelukkig ook niet verdwenen. Fijn zijn de tempo- en sfeerwisselingen in Kids, het prettig dwarse ritme van E. of de ontspoorde gitaren en het kekke orgeltje in Paulus. Of anders zijn er wel wat southern blues-invloeden te bespeuren in de samenzang van het rustiger Say No. Laat deze unieke Nederlandse band maar zoeken en die niet eerder bezochte paden verkennen; het levert weer veel prachtigs op. Data van album-presentaties deze week alhier. (JR)
Lee Ranaldo - Between the Times and the Tides
Hoe moet het nu verder met Sonic Youth? Het zal een vraag zijn die de afgelopen tijd vaak is gesteld na het uiteenvallen van het stel Thurston Moore en Kim Gordon. Tot we er een antwoord op hebben, brengt gitarist Lee Ranaldo eerst zijn achtste soloalbum uit. Een echte liedjesplaat (niet voor niets is de hoes een knipoog naar Neil Young’s After the Gold Rush) in navolging van Demolished Thoughts van Thurston Moore vorig jaar. Eerste single Off The Wall liet een iets rauwer geluid dan van Moore op diens plaat horen en lag eigenlijk niet eens zover af van Sonic Youth’s meest toegankelijke werk. Het album opent op dezelfde manier met Waiting On A Dream en Xtina As I Knew Her met vrij volle invulling, met op toms gespeelde drums, toetsen en gitaren die tegen het gruizige aan leunen. Dat laatste overigens inclusief fantastisch gitaarwerk door Wilco-gitarist Nels Cline, zoals gelukkig veel voorkomt op deze plaat. Het mooiste is: net zoals Sonic Youth’s meest poppy liedjes, bevat deze plaat meteen memorabele melodieën.
Hoe verder de plaat vordert, hoe meer Between The Times and The Tides traditioneel begint te klinken - als een soort vroege R.E.M. zelfs -, vooral vanaf Hammer Blows dat net als Stranded Ranaldo als echte singer-songwriter neerzet. Fire Island (Phases) op zijn beurt is een countryrocker die op een plaat van Drive-By Truckers had kunnen staan. Teksten worden ook veel directer: ‘Every time I look up, I smile and see your pretty face’ (Fire Island) en ‘I have come here for your heart, tell me what’s a good place to start’. Het is even wennen om een Sonic Youth-lid zo open te horen zijn, maar het is een fijne gedachte dat hoe het Sonic Youth ook zal vergaan, we altijd nog dit soort mooi solowerk van de individuele leden hebben. (BS)
Grimes - Visions
Dat vooraanstaand label 4AD het nieuwe album van Grimes (project van de Canadese Claire Boucher) uitbrengt, maakte het vooraf al duidelijk: Visions klinkt een stuk poppier dan voorgangers Geidi Primes (2010) en Halfaxa (2011). Dat betekent niet dat Grimes er minder eigenzinnig op is geworden: op Visions is een opmerkelijke dosis futuristische electro-/synthpop te horen. De manier waarop Boucher haar zang brengt, met wat soms lijkt op flink omhoog gepitchte vocalen en gecombineerd met robotstemmen (Eight), de stoïcijnse beats met kille synths (Oblivion) en de vervreemdende echo’s en samples (Circumambient): onverminderd draagt het allemaal duidelijk het stempel van Grimes.
Vooral op singles als Genesis en Oblivion (beiden meteen vooraan op de plaat, na een kort intro) is Grimes overtuigend en creëert Boucher aanstekelijke melodieën en zanglijnen die de luisteraar deze wonderlijke geluidswereld inzuigen. Soms kan Visions een klein beetje doorslaan in het wat naïeve geluid en iets langdradig worden, vooral in de tweede helft met nummers als Nightmusic of Symphonia IX (my wait is u). Dan borduurt Grimes net te lang voort op dezelfde eentonige synthlijn. Maar tegenover zulke nummers staan aan het eind van de plaat ook net zoveel sterke songs: Visiting Statue met Aziatisch aandoende toetsen, het opzwepende Be A Body en Skin. Hoogstens zou je kunnen zeggen dat Visions prima met een of twee liedjes minder had gekunt, maar over het geheel blijft de conclusie: Visions schept een geheel eigen elektronisch geluid dat soms niet van deze wereld lijkt. (BS)
The Experimental Tropic Blues Band - Liquid Love
De drie Belgen van The Experimental Tropic Blues Band zijn afkomstig uit 'Liège Rock City'. Zij noemen zich Devil D'Inferno, Dirty Wolf en Boogie Snake. Zij maken alles behalve gezellige tropische muziek voor in je Hawaii-barretje, maar leveren met Liquid Love wel de beste en felste Jon Spencer Blues Explosion-plaat in vele jaren af. Geen toeval: voor hun derde plaat reisden deze drie smeerpijpen namelijk af naar New York om hun nieuwe nummers te laten produceren door Jon Spencer himself.
En die weet hoe een explosieve, knetterende bluespunkplaat met het rock 'n' roll-hart op de juiste plaats moet klinken: volvet, overstuurd en alsof 'ie al tig jaar geleden gemaakt is. Ouwe helden als Bo Diddley, Elvis Presley, The Cramps of Pussy Galore (nog een Spencer-band) worden nooit vergeten, maar The Experimental Tropic Blues Band gaat wel van begin tot eind hondsrauw en vol gas vooruit. De eerste klap in je gezicht heet The Best Burger. En net als je vol begeertje je andere wang toekeert, komen deze plaaggeesten opvallend luchtig en misdadig catchy uit de hoek met de sexy rockabilly van Keep This Love. Instant vuigheid volgt snel met het funky Worm Wolf of de belachelijk harde drumklappen van Can't Change. Aan het einde van de plaat verliezen de drie wat te veel melige onderbroekenlol-rockabilly ('I've got a hardon man!'), maar je houdt dan nog altijd een dik half uur gruwelijk opzwepende en ontspoorde bluespunk 'n' roll over. (JR)
Best Burger


