concertverslag, nieuws

Het grote Eurosonic-verslag van vrijdag, met oa. Stay+, Zulu Winter, Niki & The Dove, Iceage ea.

Redactie, Zondag 15 01 2012, 16:30

Het grote Eurosonic-verslag van vrijdag, met oa. Stay+, Zulu Winter, Niki & The Dove, Iceage ea.

Niki & The Dove op Eurosonic 2012. Foto: Hanneke Goldsteen

Alsof het een emmer is die maar niet leeg wil. De laatste avond van Eurosonic biedt wederom keuze uit grofweg 120 optredens op zo'n dertig podia, en dan tellen we de losse, gratis te bezoeken zijprogramma's (oa. Altersonic, Subsonic) nog niet eens mee. Ready? Steady? Go! Te beginnen in Simplon, waar het Deense When Saints Go Machine de avond aftrapt met glashelder klinkende, soms bombastische elektropop met theatrale randjes.

Ook live hoeft zanger Nikolaj Manuel Vonsild - type zachtaardige viking met lange blonde lokken - maar één noot te zingen en een naam van een groot, excentriek zanger schiet je te binnen: Vonsild zingt met een falset net als Antony Hegarty, inclusief de nodige vibrato en een intense presentatie, doch zonder geforceerd te klinken. Na een eerste helft met midtempo werk, blijken de laatste nummers vol opzwepende percussie een stuk vlotter, en kan When Saints Go Machine met deze zanger ook als The Juan Maclean klinken, die eerder met Hegarty samenwerkte. Goede set, sterk optreden.

In Huize Maas is de gedreven indiefolkrock van Cashier No. 9 uit het Ierse Belfast het eerste dat op het programma staat. Wat deze band nu zo goed maakt, is eigenlijk heel lastig te omschrijven: liedjes worden stug achter elkaar doorgespeeld, waarbij er zonder enige schijnbare moeite verschrikkelijk catchy liedjes langskomen, zonder dat het ergens geforceerd klinkt. Vooral als de band tegen een steviger rockgeluid aanleunt en de vaart er lekker in houdt, komt Cashier No. 9 heel goed uit de verf. Vertellende zang, vol klinkend akoestisch gitaarspel en extra percussie plus die sterke songs maken dat de zaal zonder problemen meegaat. Met de toevoeging van een mondharmonica is de jaren ’70-vibe ook nog eens compleet. Vergelijkingen met een band als The Byrds liggen voor de hand. Cashier No. 9 krijgt op Eurosonic zo'n warm onthaal, dat de band later dit jaar vast terug te zien is.

De bandnaam Zulu Winter is de laatste tijd veel gevallen op het wereldwijde web. Erg verwonderlijk is dat ook niet, omdat managers van The Vaccines en Kaiser Chiefs zich nu al me de band bemoeien. Dat schept toch behoorlijke verwachtingen, met nog slechts één officiële single op zak. Maar jawel: Zulu Winter serveert swingende, soulvolle en soms ietwat pretentieuze indiepop, die werkelijk de zaal in wordt geblazen. Zanger Will Daunt lijkt met zijn kleine ronde brilletje en de korte zijscheiding op een oudere Harry Potter of een jonge bibliothecaris, maar gelukkig is de muziek een stuk minder stoffig. Dankzij zijn falsetto heeft de band wel wat weg van landsgenoten Wild Beasts. Zulu Winter lijkt gemaakt te zijn voor het podium; de band voelt zich er zichtbaar op zijn plek en weet precies de juiste combinatie te maken van swingende grooves dankzij bas en drums, falsetto zanguithalen, dikke bassounds en scherpe gitaarlijnen. Plus: de groep blijkt heel veel meer sterke nummers op zak te hebben dan Never Leave en Let’s Move Back To Front, dat live zo mogelijk overtuigender is dan op plaat) van die eerste single. Mindere songs komen er eigenlijk niet aan te pas. Dat gaat een prachtig debuut worden straks. Zelfs een dag later, toch na zoveel meer bands te hebben gezien, spoken de liedjes nog steeds rond in herinnering.

Blijven ook goed hangen: de luchtige indiepopliedjes van het eveneens Engelse Citizens!. onlangs getekend door dat oh zo hippe Franse Kitsuné-label. Betekent dat iets? Toch wel, want dit dansbare indiepop spelende vijftal heeft als troefkaart al zeker een handvol potentiële hits (True Romance, Girlfriend, dat live wat minder elektronisch klinkt), plus een frontman met een wat hoge stem die zelden stilstaat en de ogen van het publiek op zich weet te vestigen met zijn effectieve showmanmaniertjes. Maar toch: om zich een echte belofte te mogen noemen, moet zo'n live-optreden echt wat minder tam, de andere jongens staan er te veel als aardappelzakken bij. Op zo'n ontspannen manier je even pakkende als dansbare liedjes spelen, dat past echt niet bij een jonge, aanstormende band met nota bene een uitroepteken achter de naam. Gretigheid willen we zien, bezieling! Maar wat nog niet is...

Het eerste dat opvalt aan het Londense The History of Apple Pie is hoe mooi symmetrisch de band er live uitziet. Twee kleine meisjes midden op het podium, met daarnaast aan ieders zijde een lange, slungelige jongen op gitaar. Samen brengen ze een poppy shoegazegeluid met een overdosis aan rammelende gitaren. Helaas is het zaalgeluid in Het Paleis niet al te best; het kale, vierkante hok zonder isolatie zorgt ervoor dat al het geluid overal weerkaatst zodat er een brij ontstaat. Maximale shoegaze, dat wel, ook dankzij de feedback die er hierdoor ontstaat. Gevolg hiervan is dat de soms iets te naieve meisjeszang - niet altijd honderd procent zuiver - bedolven wordt onder de gitaarmuur. Wel een lekker opgewekt bandje met een goede no-nonsense uitstraling, dat is The History of Apple Pie.

Oudere, ervaren rotten op Eurosonic? Die zijn zeldzaam, maar het Engelse New Build herbergt enkele ervaren leden van Hot Chip (Al Doyle als zanger en ook toetsenist Felix Martin). Het is een volle boel op het bescheiden podium van Simplon, met vijf man op het podium plus twee achtergrondzangeressen, nuttig voor vocale versterking in de Talking Heads-achtige zangharmonieën van setopener Finding Reasons. Het livegeluid van deze in de jaren tachtig gewortelde synthpopliedjes klinkt mooi vol, met losjes swingende drums en veel percussie en koebel, al slaagt New Build er bij dit vierde optreden ooit nog niet om met tragere nummers in het middenstuk van de set de aandacht vast te houden. Gelukkig heeft de korte set een goede finale met een flink funkend brok energie waarin de bassist mag schitteren met mooi opjuttend spel, en de sterke single Misery Loves Company. Over het geheel staat New Build voor ontspannen meedeinen met voor het oor enkele goede melodieën; voor nu is deze liveset nog niet iets te bedeesd. Of is dat gekomen door die avond stappen in Amsterdam, zoals de band zelf opmerkt? Dit was hoe dan ook vast niet de laatste keer dat we New Build zagen.


French Films. Foto: Hanneke Goldsteen

Hoe romantisch de naam French Films misschien ook mag klinken, er is weinig Frans te herkennen aan dit typisch energieke indiepopbandje, met een erg ‘Engels’ geluid, maar intussen afkomstig uit... Finland. Vanaf de eerste noten is het verdomd lastig om niet mee te bewegen dan wel knikken op de hoekige, opgewekte indierock met een gezonde recht-zo-die-gaat mentaliteit. French Films wekt een broederlijk gevoel op als alle bandleden vol overtuiging de refreintjes luidkeels meebrullen. Een working class punkgevoel dringt zich soms op, maar dan wel van het meest aanstekelijke en vrolijke soort. Hitje na hitje worden achteloos achter elkaar door gespeeld. Hoogstens zou je kunnen opmerken dat na een klein half uurtje de formule van de band wel duidelijk is, maar dat mag de pret niet drukken. French Films is niet wereldschokkend, maar bouwt wel een mooi feestje waarin iedereen meegezogen wordt. En dan is ook het geluid in de bovenzaal van Het Paleis eindelijk eens  op peil. Iedereen die na afloop de zaal verlaat, heeft het een glimlach op het gezicht.

En zo is French Films een veel leukere 'Engelse' band dan eerder op de avond Citizens!, een ook een stuk beter dan rockband Tribes. Bij deze jonge Engelse krullenbollen - jawel, het London Calling-gehalte was achteraf hóóg deze avond - komen we alsnog terecht vanwege wat logistieke problemen. Lees: volle zalen en lange rijen ruim 20 minuten voor aanvang van optredens van de weliswaar al bekendere namen Lisa Hannigan (zong met Damien Rice) en Baxter Dury (zoon van Ian, gelukkig een nacht eerder nog gespot in de Groningse Bowling). Aanbeland bij Tribes blijken stevig aangezette, Libertines-achtige rockliedjes van debuutplaat Baby werkelijk te doorsnee en clichématig om ook maar enige indruk te maken, op fuzzy single When My Day Comes na dan. In de saaie ballads krijgt Tribes juist dan weer een Amerikaans rock randje. Maar voor Tribes geldt bovendien nog veel meer dan bij Citizens!: waar is de gretigheid om hier een nieuw publiek in te pakken? Waar is de pit die soms een gebrek aan echt sterke liedjes nog wat kan verhullen? In de bus gelaten na de lange rit uit Londen wellicht.... Op deze manier zien we Tribes misschien nog één keer terug op een London Calling-editie, maar de revanche daar zou dan wel heel sterk moeten zijn om nog veel verder te komen.

Vooraf al een stuk spannender: de in de KtH-kolommen reeds uitvoerig behandelde elektropop van het Zweedse Niki & The Dove. Het duurt even voordat het geluid is zoals het blijkbaar hoort, maar als de band uit Stockholm eenmaal inzet is het dan ook meteen raak. Een meer afgemeten livegeluid hoorden we op Eurosonic nog niet. Alle samples, effecten, elektronica, percussie en de zang klinken perfect op elkaar afgestemd. De band laat een inmiddels niet heel nieuw geluid meer horen: de theatrale synthpop heeft duidelijke connecties met bands als Austra en Class Actress, maar dan met een flinke scheut dramatiek toegevoegd. Het is soms behoorlijk over de top en bombastisch, maar wat laat Niki & The Dove een ongekend vet livegeluid horen, met stadionpretenties nog wel. De theatrale, quasi-spirituele dansjes en bewegingen met de geschminkte gezichten van de bandleden zullen niet iedereen liggen, maar toch past het prima bij Niki & The Dove. Tegelijkertijd wordt duidelijk wat een kneiter DJ, Ease My Mind eigenlijk is, zeker als het wordt gespeeld met dit dikke geluid. Niki & The Dove is de perfecte band op deze tijd en plek. Dat een deel van het publiek zijn heil ergens anders opzoekt is vooral het gevolg van het tijdschema vanavond, en zeker niet van het optreden zelf: daar valt nu al weinig tot niets op af te dingen.

Het Oostenrijkse M185 lijkt muzikaal gezien een van de uitdagender bands op het programma, maar live blijft daar niet zoveel van over. Het Oostenrijkse vijftal combineert softe postrock met popliedjes, waardoor de randjes er allemaal netjes afgeschaafd worden. Waar het hier vooral over spanningsopbouw zou moeten gaan, kabbelt de muziek te rustig voort. Soms is een aanzet tot een iets experimenteler stuk te horen, maar nergens wordt het consequent uitgebouwd. Helaas, M185 is hierdordoor niet meer dan een aardig tussendoortje.

Het is vervolgens goed om eens iets uit België te zien zonder dat het meteen artistieke of catchy popmuziek is, buiten de breed uitgebaande KtH-paden welteverstaan. Voormalig Humo's Rock Rally-winnaar Steak Number Eight presenteert zich in het onvolprezen gore studentenhok Vindicat als een strakke, topzware rockband op het snijvlak van metal, stoner en een vleugje postrock. De ritmesectie davert onverstoorbaar door, de killerriffs vliegen ons om de oren en de doorleefde brulstrot van de zanger is imposant. Ondanks de ietwat lullige bandnaam is dit kwartet van begin tot eind compromisloos, al doen de welgemeende 'dank u's van de zanger sympathiek aan. Het is prima voor te stellen dat deze band het goed zou doen op Europese festivals voor steviger muziek.

In de grote zaal van Simplon lopen we nog even snel binnen bij Clock Opera. Een goed gevulde zaal is duidelijk geboeid; wij horen echter vooral veilige popliedjes met een hoge dosis aanstelleritis. In de bovenzaal van Simplon hopen we daarom tegen het einde van de avond nog eens uitgedaagd te worden met de duistere dance van Stay+. Over de podiumsetting en –aankleding is duidelijk nagedacht: in het midden staat een groot scherm met visuals, met daarnaast aan elke kant het minimale van een laptop. Stay+ wordt vertegenwoordigd door twee gebogen jongens, waarvan de gezichten spaarzaam wordt uitgelicht door hun eigen schermen, maar het zijn vooral de beelden die de aandacht naar zich toe trekken.

De band start met een dronegeluid dat dwars door het lichaam trilt, met stroboscopische lichten voor nog meer effect. Kort daarna worden liedjes als Fever en Stay Positive gebracht, waarbij de meerwaarde hem vooral zit in visuele omlijsting - van abstracte lichteffecten via ruwe beelden van prostituees naar professioneel geschoten videoclips - en in het harde volume; de bassen doen de hele zaal resoneren. Helaas wordt er live muzikaal weinig toegevoegd aan de liedjes, maar dat maakt het publiek vanavond niets uit. Gretig gaan de handen de lucht in en de band heeft geen enkel probleem de zaal in beweging te krijgen met een heerlijk dynamische mix van soundscapes en kille beats, omlijst met melodieuze, elektronische klanktapijten. Even wanen we onszelf in de tijden van de Hacienda in Manchester, dankzij het extatische gevoel dat het publiek hier uitstraalt. De droom is kort maar krachtig: aan het eind van de set is er even kort overleg tussen de twee heren, waarna ze het podium verlaten. Hoe dan ook: droomeinde van de avond in Simplon.


Iceage. Foto: Hanneke Goldsteen

Dat ligt verderop in Vera dan toch net even anders, waar een kort doch hevig slotakkoord in het verschiet ligt met afsluiter Iceage, de Deense punkband die afgelopen november op Le Guess Who? een boel stof deed opwaaien. Hoe deze jongens dáár precies speelden, weten we niet. Maar na gematigde verhalen over het verrassingsoptreden in Het Paleis een avond eerder, mag de hype nu definitief worden doorgeprikt. Ja, de punk met new wave-echo's van IceAge kan live ziedend klinken en nee, punkbandjes hoeven niet goed te kunnen spelen. Maar dit blitzkrieg-optreden van twintig minuten met straalbezopen zanger en stoïcijns en hopeloos slordig meespelende kornuiten ontstijgt het schoolbandjesniveau geen seconde. Dat er op debuutalbum New Brigade heus scherpe liedjes staan, daar is in Vera niets van te horen. Als er melodietjes zijn, verzuipen ze in een brij van geluid. Wat eigenlijk gewoon heel zonde is, al zal dit de fanatieke pogo'ers voorin - inclusief Vera-programmeur Peter Weening! - een dikke worst zijn. Zij zorgden dan ook voor het spektakel bij dit slotoptreden van Eurosonic, niet IceAge zelf. Next!

Next? Nee, niet meer deze avond in elk geval, of we hadden nog naar café de Spieghel moeten gaan om zanger Rinus in levende lijve te kunnen aanschouwen, als novelty act geboekt op een van de afterparties. Maar ach, wie heeft na zo'n bewogen, over het geheel sterke tweede Eurosonic-avond nu écht behoefte aan die flauwekul?

Verslag: Barry Spooren (oa. French Films, Niki & The Dove, Stay+, Zulu Winter, The History Of Apple Pie ea.) en Joris Rietbroek (oa. When Saints Go Machine, New Build, Citizens!, Iceage ea.). Lees ook het verslag van de Eurosonic-donderdag.

, , , , , , , , , ,

Momentje, de reacties worden opgehaald...

Reageer
Je reageert op ..
Van




Inhoud