De reünie van At The Drive-In: Tu quoque, Omar?
Na enkele vage geruchten kondigde semi-legendarische posthardcoreband At The Drive-In deze week een reünie aan. Tot blijdschap van velen, maar niet perse tot blijdschap van Marc Puyol-Hennin, groot The Mars Volta-liefhebber die At The Drive-In pas drie jaar na hun split leerde kennen...
Ik voelde het al enkele maanden aan mijn theewater: Cedric Bixler had het in waanzinnige wiet-vlagen over 'future punk' en een nieuw album van The Mars Volta, dat al zeker een jaar af is, kwam er maar niet. Ondertussen ging baas boven baas Omar Rodriguez-Lopez verder met zijn halsbrekend ritme van één nieuwe soloplaat per trimester en was de legendarische toetsenist Isaiah Owens definitief vertrokken naar Free Moral Agents, terwijl er ook nog maar eens van drummer werd gewisseld. Inderdaad: mijn jarenlang favoriete band verkeert in crisis.
Een split zou ik dan niet erg vinden, want het is verdomd mooi geweest en eerlijk gezegd kon het ook niet beter worden. Niet als je The Mars Volta drie uur lang bezig zag in de Parijse Olympia of uitgejouwd zag worden als voorprogramma van de Red Hot Chili Peppers. Niet na twee van de allerbeste albums van het vorige decennium: Frances the Mute en De-loused In The Comatorium.
Ooit zaten Omar en Cedric in dat andere baanbrekende bandje, At The Drive-In. Een vreselijk bijproduct van hun muzikale genialiteit in de jaren '90 is wat we vandaag de daag 'emo' noemen, maar dat maakte de verdienste niet minder. En toen het vet van de soep was, net op een hoogtepunt, hielden ze ermee op (in 2001, en nota bene in Groningen). De rest is geschiedenis: The Mars Volta overtrof moeiteloos de erfenis van At The Drive-In en ontpopte zich tot één van de beste livebands van het afgelopen decennium.
Dus zou een derde project van deze twee heren ook iets briljants kunnen brengen, zelfs al deden ze dat niet meer samen. “To baldly go where no effect pedal has gone before” zou Omars credo worden en elke melodieuze noot zou onherroepelijk verwrongen worden tot dissonantie en omhuld zijn met Cedric's tekstuele moeilijkdoenerij. Dat principe van steeds vooruit kijken en eindeloos trachten te vernieuwen, sierde met name Omar Rodriguez-Lopez de afgelopen vijftien jaren. Hij, een bassist die gitaren haat, ontpopte zich tot één van de allerbeste gitaristen op aarde, zonder ook maar één akkoord te spelen.
Maar genoeg gemijmerd, want we weten allemaal waarover dit hier gaat. At The Drive-In is weer een band. De oorspronkelijke (overlevende) leden zetten hun ruzies aan de kant, en dus ook Jim Ward en Paul Hinojos van Sparta kiezen voor wat ongetwijfeld een ontzettend gevraagde en lucratieve reünie zal worden. Deze hereniging is uniek omwille van één simpel feit: iedereen kent At The Drive-In, maar iedereen miste ze indertijd omdat het een marginaal fenomeen was. Dus volgt er nu een herkansing. En dat vind ik een ronduit slechte zaak.
Precies de romantiek van een ongrijpbare band, die ook ikzelf nooit mocht aanschouwen en pas drie jaar na de split leerde kennen, vormt hier de inspiratie. Ja, ik ga ze ook bekijken in een AB of op een Primavera Sound, net zoals ik dat deed met pakweg Primus. En het zal verdomd goed worden, want deze muzikanten zijn veel beter dan de dertien-in een-dozijn meuk die vandaag de festivals domineert. Maar toch betekent zo'n reünie een zeer negatief effect op de verdere ontwikkeling van muziek, en vooral vernieuwing in de muziek.
Dat ligt voor de hand: daar waar teloorgegane bands die verder leven in de herinnering en YouTube mateloze inspiratiebronnen betekenen voor veel jonge muzikanten, plamuren reünies gaten daar waar het niet moet: leemtes die moeten opgevuld worden door nieuwe Omars of Les Claypools. Die deden wat ze deden, precies omdat ze genoeg hadden van een verzadigde muziekscene die enkel draaide rond radiovriendelijkheid. Maar reünies passen niet in dat plaatje. Begin jaren '90 brachten die überhaupt niet veel op, omdat livemuziek niet de gigantische business was dat het nu is geworden.
Helaas lijkt dat nu ook de enige beweegreden te zijn voor deze bijeenkomst. We zullen ervan genieten en zeggen dat het vroeger zoveel beter was, maar telkens opnieuw vergeten we dat het vandààg beter moet. Vermoedelijk kan Rodriguez-Lopez dit beamen, hoewel harde nuchterheid bij hem op 36-jarige leeftijd lijkt te hebben toegeslagen.
Spinvis zei het al: Geschiedenis herhaalt zich nooit, maar rijmt altijd een keer.
Rijmen, meer is het niet. Weg met reünies. Nu.

