Kicking the Habit

Review: Florence and the Machine - Ceremonials

Florence and the Machine-debuut Lungs van twee jaar terug liet behalve een krachtpatsster van een zangeres en karrenvrachten aan talent, muzikaliteit en bombast nog iets anders horen: hier presenteerde een mogelijke wereldster in wording zich. Zeiden we daar mogelijke? Als vreemde, spierwitte Britse eend in de bijt met haar lange rode haar is ze het zelfs al geworden in de Verenigde Staten, waar ze behalve op de grote podia ook in de modebladen staat. In Europa werd intussen geen enkel groot festival overgeslagen. Met de status zit het kortom al helemaal goed voor de 25-jarige Florence Welch, maar dankzij dit nieuwe, tamelijk overweldigende album Ceremonials gaat haar ster nog véél hoger rijzen.

Om met de deur in huis te vallen: de toevoeging The Machine doet de bandnaam op deze bijna ongelooflijk gróte plaat pas echt eer aan. Vergeleken met Ceremonials wordt het al niet kleine Lungs bijna gereduceerd tot een intieme liedjesplaat met een nog heel bescheiden zingende zangeres. Wie op het debuut de bombast en de dramatische loeistem van Welch al slecht trok, hoeft zich misschien niet eens aan Ceremonials te wagen.

Hoewel: Van de eerste tot de laatste seconde in een klein uur en twaalf nummers tijd dendert Florence and the Machine zonder stoppen heel zelfverzekerd door. Het vijftal (weet iemand uit z'n hoofd wie de andere muzikanten zijn?) wordt nog enigszins in het gareel gehouden door producer Paul Epworth, die Florence en haar band nog iets in het gareel heeft weten te houden, zo lijkt het. Dankzij hem klinkt Ceremonials ondanks die gigantische hoeveelheden geluid in ieder geval toch transparant, zeer toegankelijk en zelden topzwaar. Dat laatste is natuurlijk ook te danken aan Welch' liedjes, die meestal zeer poppy zijn en het zonder uitzondering van grote, knap geschreven meegalmrefreinen moeten hebben.

Ja: van een liedje van het meezingbare kaliber Shake It Out staan er zo nog zes, zeven op dit album. Al heten ze dan All This And Heaven Too, Heartlines (gedragen door zware drums en tribale percussie), Lover To Lover, Only If For A Night of Breaking Down. Intussen gooit Welch al haar vocale registers open en maakt ze indruk door knap heen en weer te schakelen tussen fluisterend zingen en voluit uit te halen. Horen is geloven.

Al die kathedralen van liedjes zouden enkel gezongen met een akoestische gitaar ook wel overeind blijven, maar in Florence Welch' wereld zijn ze nu eenmaal volgepropt met knap gearrangeerde strijkers (nooit opportunistisch, altijd functioneel), orgels, toeters en bellen, klaterende harppartijen en volop achtergrondkoortjes. Bij dit bijna gothische geluid vol melodrama horen uiteraard thema's als de verheerlijking van de dood ('laat mij maar in het water zakken met man jaszakken vol stenen!' in stuwend muzikaal hoogtepunt What The Water Gave Me), de zenuwinzinking ("oh hemeltje, ik stort weer in', in het door een juist heel luchtige pianoriedel gedragen Breaking Down) of het uit het eigen lichaam treden (Leave My Body). Thematiek die zeker veel van Welch' vrouwelijke fans van onder de 18 waanzinnig zullen aanspreken. En ja, het is bij vlagen theatrale aanstelleritis van het hévigste soort, maar toch: het wérkt meestal wel.    

Meestal, want op den duur begint het toch te knagen dat een paar schepjes minder bombast en hysterie ten gunste van enkele rustpunten Ceremonials nog beter hadden kunnen maken. Al die grootsheid maakt op den duur nogal weeïg en enige kans op oprechte ontroering blijft zo uit. Of had twee, drie liedjes geschrapt; terug naar de oude LP-lengte van negen tot tien nummers. Want bij ondergetekende moet het album bij track tien Spectrum toch echt onherroepelijk af, als onze Florence steeds weer een tandje harder 'say my name' in het oor begint te loeien. Overdaad schaadt, en dan blijken Welch' krachtstem en manier van liedjes schrijven net als op Lungs wederom net geen volledig album te kunnen boeien. Jammer, want de slotstukken (het luchtiger All This And Heaven Too en finale Leave My Body) blijken bij gedoseerder beluistering van Ceremonials (af en toe een plaathelft) nog eens een sterke slotstukken te zijn. De verzadiging treedt echter tegen die tijd onvermijdelijk op.

Al deze overdaad zal Florence Welch en haar Machine echter geenszins beschadigen. Integendeel: de jongere generatie heeft er een nieuwe, eigen Kate Bush en een gegarandeerde nieuwe wereldster bij, dankij deze ondanks de gebreken imponerende dan wel vermoeiende, doch razendknap gemaakte krachtproef. Geniet, maar neem met mate.

Kijk hier naar Florence and the Machine live bij Jools Holland.

What The Water Gave Me

Reacties

Mo | Donderdag 03 November 2011 16:18

Goeie recensie. Na acht nummers heb je het gevoel dat je al twee uur aan het luisteren bent. Niettemin geen slechte cd.

Stonehead | Donderdag 03 November 2011 18:08

1 voor het woord 'aanstelleritis'. Typisch een plaat voor filosofisch ingestelde poezenvrouwen op hakken die graag véél over zichzelf praten.

Stonehead | Donderdag 03 November 2011 18:09

+1 stond daar, maar dat snapte het reactieformulier niet.

JorisR | Donderdag 03 November 2011 19:59

Ik hou dan weer wel best van poezenvrouwen.

Stonehead | Vrijdag 04 November 2011 13:55

Daarentegen is er een chronisch gebrek aan recensies over cd's voor psychologiemutsen op deze site, maar dat had je vast al door.



Kattebel
Persoonlijke info onthouden?