Review: Wilco - The Whole Love
Wilco heeft het inmiddels allemaal. Een eigen studio in thuisstad Chicago, een eigen label genaamd dBpm, godbetert zelfs een eigen broodjeszaak, en nog het belangrijkste: een door de jaren heen flink uitgedijde fanschare, zeker in de VS. Een luxepositie waarin de zeskoppige band rond songachrijver Jeff Tweedy hoorbaar plezier heeft, afgaande op de jongste, uitzonderlijk ontspannen klinkende platen, zoals Wilco (The Album) en nu ook het nieuwe, achtste studioalbum The Whole Love. Alles kan en alles mag (behalve echt muzikaal ontsporen dan): Tweedy uitte zelfs even het plan om van The Whole Love een echte dubbelaar te maken, net zoals Being There uit 1996. Dat is uiteindelijk niet gebeurd, al krijg je er bij de deluxe-versie van The Whole Love vier nummers op cd bij, waaronder de leuke Nick Lowe-cover I Love My Label.
Al is dat uiteindelijk allemaal bijzaak: het gaat hier om die reeks ogenschijnlijk zorgeloze midtempo rockliedjes en rustiger Americana-ballades waarin het onder de oppervlakte echter volop broeit, die op het zelfgeproduceerde The Whole Love ook weer gezelschap van wat experimenteerzucht krijgt zoals op de meesterstukken Yankee Hotel Foxtrot (’02) en A Ghost Is Born (’04).
Vanaf de eerste seconde nog wel: de zeven minuten klokkende opener Art Of Almost is meteen de minst traditionele song op de plaat. De muziek vertrekt met een door ruis opgesierd, dwars drumritme en aanzwellende synthstrijkers richting een herkenbare Jeff Tweedy zangmelodie over die drums en toegevoegde elektronica. Waarna de boel na minuten van spanning opbouwen tegen het einde alsnog overgaat in voor Wilco’s doen behoorlijk ziedende gitaarrock, voortgedreven door de pompende bas van John Stirrat en een uitzinnige priegelsolo van stergitarist Nels Cline. Wilco rockte op plaat niet zo hard sinds Spiders (Kidsmoke) uit 2004 in deze technische, enerverende krachtpatserij, die je met open mond achter laat.
Is daar de toon mee gezet? Toch niet, Art Of Almost is eigenlijk een misleidende start, want hierna worden de liedjes zelf er alleen nog maar mooier op. In een dik half uur beweegt Wilco zich achteloos vaardig en knap musicerend tussen midtempo rockliedjes en landeriger stukken met een toefje meer Americana-gevoel erin. Vlotte liedjes als I Might (ferme beat, sterke riff, kek orgeltje), Born Alone (eenvoudig maar zo mooi gitaarmotiefje, goedgemikte banduitbarstingen), Dawned On Me (onrustige feedback als stoorzender, zalige koortjes) en snelle rocker Standing O benaderen qua sfeer soortgelijk werk op Being There, maar dan wel wat verfijnder geproduceerd. Minder knallend, zo u wilt, maar met tal van geluiden en ideetjes op de achtergrond. Er valt een boel te ontdekken. Ook de donkere kant van Tweedy, die hier meer dan ooit verstopt lijkt, maar nog steeds aanwezig is als hij wat droef 'I was born to die alone' zingt.
Vleugjes ontroering zijn vervolgens te vinden in warme, ingetogen nummers Sunloath en het van slidegitaar en strijkers voorziene Black Moon. Die gaan wonderwel goed samen naast een vreemdere eend als het frivole Capitol City, alsof Wilco even een Amerikaans swingorkestje uit de jaren dertig nabootst, maar dan wel met het gebruik van fietsbellen. En als je het even niet meer verwacht, is daar na bijna drie kwartier een sluitstuk om een diepe buiging voor te maken: het folkliedje One Sunday Morning (Song for Jane Smiley's Boyfriend) klokt twaalf minuten en leunt op tien behaagelijke, door Tweedy zacht gezongen coupletten en een steeds terugkerend, briljant gevonden gitaarmotiefje. Alleen al hierdoor krijgt verveling geen seconde kans, maar intussen zijn er nog de subtiele glockenspiel-aanslagjes, zachte pianopartijen die vanuit een ander liedje aan lijken te waaien en een rustige drumbeat die per minuut steeds een tikje aan lijkt te zwellen. Een van de mooiste en knapste Wilco-liedjes ooit, en dan een héle lange die echter gewoon als vier à vijf minuten aanvoelt, zodat je One Sunday Morning het liefst meteen nog eens aanzet. Om erachter te komen dat die ogenschijnlijke lichtvoetigheid bedrieglijk is, met menselijke tekortkomingen als thema...
Wat een besluit van deze beste Wilco-plaat sinds Yankee Hotel Foxtrot. En wat een boel favorieten hebben we er weer bij voor de marathonconcerten van komend najaar. De grootste prestatie: Jeff Tweedy en de rest nemen in de op het oog eenvoudige, maar toch complexe composities nooit de makkelijkste weg, maar lijken het allemaal uit de mouw te schudden alsof het niets is. De reeds grote bewondering voor deze band is met The Whole Love nóg een stukje gegroeid.
Wilco speelde veel nieuw werk live tijdens een set van een uur bij David Letterman, hier terug te zien.
Wilco - One Sunday Morning (Song For Jane Smiley's Boyfriend)



