Short Kicks: albumreviews van Roosbeef, Ganglians, Wooden Shjips en Male Bonding
Omdat het bespreken van de interessantste nieuwe platen van het moment niet altijd in 600 woorden of meer hoeft, introduceert Kicking the Habit vanaf dit drukke releasenajaar meer recensies in het kort; Short Kicks! U heeft immers ook niet de hele dag de tijd. En wij al helemaal niet. Deze week in Short Kicks: recensies van de nieuwe albums van Roosbeef, Ganglians, Wooden Shjips en Male Bonding.
Roosbeef – Omdat Ik Dat Wil
Roos Rebergen loog niet toen ze aankondigde dat de tweede Roosbeef-plaat Omdat Ik Dat Wil meer dan debuut Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten zou aanvoelen als een bandplaat. Dat ligt niet alleen aan enkele steviger vormgegeven liedjes als Niet Uitmaken of Sneeuw – die pittiger klinken dankzij robuust drumwerk –, maar ook omdat Roos’ stem niet meer zo nadrukkelijk op de voorgrond ligt. Dat is mede te danken aan Belg Tom Pintens, die bas speelt en de nieuwe liedjes produceerde in een studio in de Ardennen. Dat betekent ook dat je soms beter moet luisteren naar wat ze zingt, zeker in enkele subtiel ingekleurde liedjes waarin ze als contrast met het steviger werk bijna fluisterzingt (Nachtauto, Hersens).
Een ding is zeker: Roos zingt zelfverzekerder en met meer controle over haar opmerkelijke stem, in composotorisch vernuftig in elkaar stekende liedjes. Die mogen ook een enkele keer donkerder uitpakken, in de ballade Sirene bijvoorbeeld. Door dat directere bandgeluid met de piano meer naar de achtergrond, smelt haar stem fraai samen met mooie popliedjes als ontspannen opener Twijfelaar, het luchtige Pulpo (‘Hij wilde graag homo worden, maar er kwam steeds iets tussen’) en het mooi uitgesponnen Als Je Me Zoekt. Het is intussen verleidelijk om op deze plek uitgebreid te strooien met citaten uit Roos’ dit keer wat diepgaandere teksten, met dit keer veel onzekerheden over die vermaledaaide liefde. Haar zinnen zitten net als op het debuut vol spitsvondigheden en zijn toch zelden geforceerd. Maar zelf luisteren en je laten verrassen werkt toch het beste. Eentje dan? “Ik zit vol van verlangen, net als een bonbon. Soms barst ik open en smelt op je tong” (Niet Uitmaken). Amai. Met deze mooie, knappe plaat moet je Roosbeef wel een warm hart toedragen. Omdat je dat wilt. (JR)
Ganglians – Still Living
Wat maken sommige bands zich toch vreselijk druk om hun imago en hoe ze zullen overkomen op hun publiek. Verschrikkelijk, vorm verkiezen boven inhoud. Gelukkig niets van dat alles bij Ganglians. Deze Californische lofi indie-/surfrockers zien er bepaald niet perfect gestyled uit voor de bladen, maar weten een veel hoger doel te bereiken: op Still Living brengt de band aanstekelijke popliedjes, inventief opgebouwd en met prachtige zoete zangharmonieën in de traditie van Beach Boys. En dat terwijl de liedjes niet té doordacht klinken, wel steeds heerlijk nonchalant en spontaan, zoals je dat bijvoorbeeld van Stephen Malkmus gewend bent.
Als minpuntje zou je kunnen zeggen dat het album met bijna een uur op de teller wel erg aan de lange kant is, maar tot aan het eind van het album blijven de nummers erg sterk. Zo krijg je in ieder geval meer dan waar voor je geld. Van zonnige, onbezorgde swingende indieliedjes (zoals albumopener Drop the Act, “This is a sad, sad song for all you sad, sad people”) tot meer slepende psychedelische pop van Sleep en zelfs een funky liedje als Things to Know, dat af en toe doet denken aan de latere My Morning Jacket. Still Life is een heerlijke afwisselende en verslavende lo-fi plaat, waarop je het plezier waarmee het album is gemaakt door de nummers heen hoort. (BS)
Ganglians - Jungle
Wooden Shjips - West
Na de afgelopen jaren een hele trits singles, EP’s en enkele op EP’s lijkende albums te hebben gemaakt, presenteert psychedelische spacerockband Wooden Shjips uit San Francisco nu een eerste album op groter indielabel Thrill Jockey. En dat is te horen aan West, waarop de hypnotiserende, vuige gitaarriffs en in bakken dikke galm gedoopte zang scherper en viezer klinken dan voorheen, dankzij die net wat betere studio. De hevige psychedelica klinkt intenser maar lijkt nog steeds door een wolk van dikke mist omhuld, zoals Wooden Shjips ook op het podium kan klinken. En toch een stukje toegankelijker, omdat de stukken van meer dan tien minuten de deur zijn uitgedaan.
Deze erfgenamen van Velvet Underground en The Doors hebben dan ook lang niet meer zoveel tijd nodig om je compleet te bedwelmen. Vanaf opener Black Smoke Rise (kale riff, spooky orgeltje) heb je helemaal geen drugs meer nodig om in een stevige roes te raken, een van het soort die heviger wordt als de band zichzelf opjaagt en flink versnelt met Lazy Bones. Aan het slot doet Wooden Shjips er nog een schepje vervreemding bovenop door in Rising de drums achterstevoren af te spelen. Is een zeven nummers tellend, kort album niet eerder een EP? Kan zijn, maar de bij deze muziek altijd op de loer liggende eentonigheid krijgt zo geen enkele kans.Wel wil je West na afloop tenminste nog één keer op repeat, nadat je je afvroeg wat er net eigenlijk gebeurd is. Verplichte kost voor spacerockfans. Wooden Shjips speelt 11 september in Vera en op 17 september op Incubate in Tilburg. (JR)
Wooden Shjips - Lazy Bones
Male Bonding – Endless Now
Londens trio Male Bonding was een van de verrassingen van vorig jaar met een hele trits je speakers uit knallende indiepunkliedjes op debuut Nothing Hurts. Om de een of andere reden heeft de band voor het tweede album Endless Now besloten stukken minder hard van leer te trekken, met meer ruimte voor opvallend kalm gezongen melodieën ten koste van een dosis agressie. Een keus die op over de hele linie helaas te veel dertien-in-een-dozijn punkrockliedjes zonder echte stootkracht of memorabele deuntjes oplevert. En waarom moet een nummer gebouwd op slechts één aardige riff als Bones maar liefst zes en een halve minuut doorzeuren? De poging tot een ballad van anderhalve minuut met akoestische gitaar en piano (The Saddle) had ook achterwege mogen blijven.
Daar tegenover staan wel enkele sterke liedjes als Carrying, What’s That Scene en Mysteries Complete, maar de opruiende, felle impact van het debuut blijft dit keer uit. Het is bovendien jammer dat met dit makkere geluid en minder variatie het onderscheid met de Blink-182’s en Amerikaanse punkpopbands van deze wereld op deze manier vervaagt, ondanks de onderkoelde manier van zingen en de (gelukkige) afwezigheid van puberale teksten. Hier geldt: voor enkel een ‘aardige plaat’ doen we het niet. Hopelijk blijft de energie op het podium behouden. (JR)



