Triple AAA List

Review: Low - C'Mon

Joris, Zondag 17 04 2011, 12:22

Review: Low - C'Mon

Low - C'Mon

Het was vier jaar geleden toch even schrikken, van het toen nieuwe album van ‘slowcore’-trio Low genaamd Drums and Guns. Het trio rond echtpaar Alan Sparhawk (zang/gitaar) en Mimi Parker (drums/zang) dook volop in de grillige, elektronischer geluidsexperimenten, maar een boos klinkende band – onder meer vanwege Amerikaanse oorlogen in Afghanistan en Irak – vergat daarbij op slag te ontroeren met écht mooie, vertrouwd emotioneel geladen liedjes, enkele geslaagder uitzonderingen daargelaten. Dat lukte op het toch hardere, bijna smerig rockende The Great Destroyer, de vorige zoektocht naar een mogelijk andere identiteit, nog wel volop. En in de jaren na Drums and Guns was het helaas verontrustend stil rond de band: was dat het einde van Low?

Daar kunnen we gelukkig een volmondig ‘neen!’ op antwoorden, nu Low ronduit majestueus terugkeert met nieuw, negende album C’Mon, wederom uit op Sub Pop. De geluidsexperimenten laten Sparhawk en Parker hier varen; bij het maken van de plaat in een tot studio verbouwde kerk in thuisstaat Minnesota - waar ook Trust uit 2002 werd gemaakt - moest het duidelijk weer draaien om de doeltreffende warme songs met hoge emotionele pieken. Dit terwijl het koppel - bijgestaan door nieuwe bassist Steve Carrington - hoorbaar in een opvallend positieve bui is.

Niet eerder hoorde je Low zo optimistisch en onbezorgd als in prachtig openingsnummer Go To Sleep, met gemak een van de mooiste liedjes van het jaar tot nog toe. Een loom ritme, warme gitaren een rustig tinkelend glockenspiel zet te toon, terwijl de uit duizenden herkenbare samenzang van Sparhawk en Parker meteen weer helemaal raak is. Weinig zangstemmen passen zo goed bij elkaar en vullen elkaar zo fraai aan, ook nog na achttien jaar Low.

Hoewel iets ‘vrolijker’ – het is bij het bespreken van een Low-album bijna een vies woord –, neigt de toonzetting van C’Mon weer meer naar oudere albums Long Division of Things We Lost In The Fire. Maar dan dus wel met een voller, toegankelijker geluid, met volop oor voor details. Zeker in de eerste helft van C'Mon, met een belangrijker rol voor de zang Mimi Parker in het al net zo prachtige, rustig wiegende You See Everything en het wel vertrouwd melancholieke  Especially Me, met de mooie regels ‘cry me a river, so I can float over to you’. Een groter gitaargeluid is er in Witches, met een tokkelende banjo ter verlichting op links en het moment waarop de plaat meer de diepte ingaat. Sparhawk dropt er een opmerkelijke, verbeten quote van rapper Kool Keith: ”All you guys trying to be like Al Green.” Vooruit, Keith gebruikte liever 'motherfuckers' dan 'guys'...

Voor duisterder vertwijfeling en intieme melancholie is pas in het tweede deel van de tien nummers tellende plaat meer ruimte. Krijg maar eens geen kippenvel op je armen van het hemelsmooie Nightingale of het slechts door enkele dreigende gitaarakkoorden gedragen $20 (‘my love is for free, my love’), waarna alle registers nog eens open mogen in het schitterend uitgesponnen, laag voor laag uitgebouwde Nothing But Heart. Zo’n hemelbestormende, gelukzalige climax schonk Low ons niet eerder. Met onder meer wat hulp van Wilco-gitarist Nels Cline.

Als mooi afsluitend tegenwicht na deze hoge piek is er nog het kleine Something’s Turning, het lichte, opgetogen slotstuk van dit beste Low-album in tenminste tien jaar. In deze vorm is het te hopen dat we niet nog eens vier jaar moeten wachten op nieuw werk van deze nog altijd unieke Amerikaanse band.

Low is eind mei in Nederland voor concerten:

23 mei: Doornroosje, Nijmegen
24 mei: Catharinakerk, Eindhoven

, ,

Momentje, de reacties worden opgehaald...

Reageer
Je reageert op ..
Van




Inhoud