Review: Radiohead - The King of Limbs
Zelden zo’n mooi Valentijnscadeau gehad als vorige week. En dat was op die maandag 14 februari alleen nog maar de plotselinge áánkondiging van het langverwachte nieuwe Radiohead-album The King Of Limbs, en niet eens de plaat voor het grijpen zelf. Het opgewonden, verraste gevoel bij het vernemen van zulk nieuws over je favoriete band, dat kent natuurlijk iedere muziekliefhebber. En is altijd weer heerlijk. Zelfs al wisten we van Radiohead weldegelijk dat het vijftal alweer een flinke tijd bezig was met nieuwe muziek. De vraag was niet of, maar wannéér er iets nieuws zou komen. En op welke manier, na de bliksemrelease van voorganger In Rainbows in oktober 2007.
Vijf dagen kon er vervolgens volop gespeculeerd worden over de eerste feitjes – The King of Limbs verwijst naar een duizend jaar oude eikenboom – en een enkele vage verwijzing naar een plein in Tokyo. En natuurlijk over hoe Radiohead nu weer zou gaan klinken: kwam er weer een prachtig verzorgde liedjesplaat als In Rainbows? Terug naar de rock? Of toch weer elektronisch en zwaar experimenteel? Waarna het album alsnog op vrijdag heel pesterig een dag eerder dan gepland aan de wereld werd geschonken. Nu ja, geschonken; kiezen of je wel of niet voor de plaat als download wilde betalen, zoals bij In Rainbows in 2007, is er dit keer niet bij.
Maar los van hoe Radiohead muziek aan de man brengt of van de unieke positie van Radiohead die de band uiteindelijk toestaat om op deze manier hun eigen gang te gaan; wat is The King Of Limbs nu eigenlijk geworden? Wel: acht nieuwe nummers binnen 38 minuten, geheel volgens een soort aloude LP-formule: The King of Limbs is met goede wil duidelijk op te delen in een flink van elkaar verschillende A- en B-kant, met ieder vier nummers.
Vanaf de eerste seconden van opener Bloom is eigenlijk al glashard duidelijk dat een door sommigen zo verlangde, grootse gitaarplaat er wederom niet in zit. Sowieso duidt voorlopig niets erop dat de band überhaupt nog eens naar deze vorm zal terugkeren. Neen: The King of Limbs dompelt je in eerste instantie onder in de repetitieve, ijle elektronische melodieloops van Bloom, met daar overheen een nét iets naast de maat roffelende, jazzy ritme uit de koker van drummer Phil Selway. Dat ongrijpbare gevoel van grote schoonheid houdt de song wonderlijk bij elkaar: met een Thom Yorke die vanaf zijn eerste regels voluit zingt (over een oceaan, het lijkt een soort tekstueel vervolg op Arpeggi/Weird Fishes van In Rainbows) en in galm gedoopte strijkers en blazers die plotseling vanuit het niets nog meer kleur geven aan deze onnavolgbaar knap geproduceerde en gemixte track, boordevol onrust, grote schoonheid en details inéén. Zelden hoor je muziek waarin onder de oppervlakte zoveel gaande is.
Meer van die onrustige, gejaagde ritmiek hoor je in van oorsprong oudere song Morning Mr. Magpie, met een boze tekst gericht tegen een zekere, niet benoemde dreiging (‘you’ve got some nerve coming here’). Aanwezig gitaarspel is slechts heel subtiel aanwezig in het rechteroor, ondergesneeuwd door onheilspellende geluiden en de doordravende beats. Het instrumentale Feral is qua muzikale claustrofobie het hoogtepunt van de plaat: flarden elektronica en Yorke’s stem vechten om de aandacht over alweer zo nerveus voortratelende, fiks door de sampler gehaalde drums, terwijl diepe dubstep-bassen trommelvliezen dan wel de maagwand – op hoog volume alhans – indeuken.
Op de eerste gehoren lijkt vooral deze eerste helft van The King Of Limbs meer een vervolg op Yorke’s soloplaat The Eraser uit 2006 dan op liedjesplaat In Rainbows. Domweg omdat de muziek net als op sommige momenten van Kid A of Amnesiac niet klinkt alsof er een vijfmansband aan het werk is geweest. Op de eerste gehoren, want bij herhaald luisteren hoor je steeds meer ideeën, al dan niet vervormde of achterstevoren opgenomen gitaarpartijen (Little by Little) die wat verborgen zijn in het geluid, een staande bas van Colin Greenwood in Bloom en laatste liedje Seperator, complexe ritmes met het duidelijke stempel van Phil Selway, en zo meer. Het knappe blijft dat je weet dat de band maanden naar de perfecte studio-uitvoeringen gezocht moet hebben, maar dat alles toch klinkt alsof het volkomen natuurlijk, bijna vanzelf tot stand is gekomen.
Intussen kun je her en der lezen dat producer Flying Lotus met zijn voorlopige pièce de resistance Cosmogramma van vorig jaar een groot stempel heeft gedrukt op dit Radiohead-geluid, net als vooruitstrevende elektronicamuzikanten als dubsteppionier Burial of Four Tet. Dat zijn artiesten die geregeld opdoken in ‘office charts’ die de band de afgelopen tijd geregeld op de eigen website postte. Ja, deze elektronica-muzikanten zijn ongetwijfeld van invloed op het geluid dat The King of Limbs laat horen, maar laten we vooral niet vergeten dat Radiohead begin vorig decennium al stoeide met abstracte elektronica in unheimische, claustrofobische sferen, met name in Amnesiac-stuk Pull/Pulk Revolving Door of het dreunende The Gloaming van Hail To The Thief uit 2003. Tracks die mét het baanbrekende werk op Kid A juist iemand als Flying Lotus weer inspireerden tot wat hij nu doet, en die nog het meest en grondslag liggen aan deze eerste helft van The King of Limbs. Echt nieuwe wegen slaat Radiohead hier kortom zelf ook niet in, wel worden de grenzen van het eigen geluid weer een stukje verder opgeschoven, deels met dank aan een jongere generatie muzikanten.
Maar The King of Limbs biedt dus meer dan deze nieuwe, spannende verkenningen. Op naar ‘kant B’, waarop het evengoed sterke Lotus Flower een soort overgangsnummer is van de gejaagde hectiek naar de rust, met een duidelijker songstructuur en opener zangmelodie van Yorke en met beats die meer rechtdoor wandelen. Het is de opmaat naar drie conventionelere, opvallend subtiel vormgegeven maar wel vertrouwd bloedmooie Radiohead-liedjes. Sobere piano-akkoorden vormen de leidraad op Codex, met aanzwellende blazers die de emotionele snaar het best raken. En opeens zitten we met de akoestische gitaar van het intieme Give Up The Ghost rond een kampvuur in een groot bos, misschien wel dat woud waar die koning der bomen staat. Yorke’s immer cryptische, lastig te ontcijferen teksten zijn hier opeens opvallend berustend en onbezorgd, mooier en rustiger dan ooit gezongen bovendien, over een eenzame duik in een meertje bijvoorbeeld: ‘No one gets hurt, you’ve done nothing wrong (...) Jump off the end, the water’s clear and innocent.’ Zijn hang naar milieu en natuur komt ondanks de albumtitel nog niet eens zo naar voren in The King of Limbs, al horen we op twee momenten opmerkelijk genoeg wel vogeltjes fluiten, als overgang van Morning Mr. Magpie en Little by Little en van Codex naar Give Up The Ghost.
Separator beëindigt dan dit opmerkelijk bondige Radiohead-album in dezelfde berustende, vrij ontspannen sfeer, gekenmerkt door een verslavende drumloop en mooi galmend, aanzwellend gitaarwerk van Jonny Greenwood en Ed O’Brien. ‘If you think this is over, you are wrong’, zingt Yorke, net wakker geworden uit een levendige droom. Een boodschap die door fans al wordt opgevat als hint naar een tweede deel van The King of Limbs, wat de vrij korte speelduur van deze achtste Radiohead-plaat zou verklaren. Wel onderga je met deze acht nummers kortom een nagenoeg perfecte spanningsboog met halverwege een sterke stemmingswisseling, waar ongetwijfeld lang en goed over is nagedacht. Bij die wegstervende klanken van Seperator verlang je echter toch naar meer en hoop je dat de hardnekkige geruchten over ‘The King of Limbs 2’ waar zijn. Er moet na een jaar, anderhalf jaar van opnames wel veel meer muziek gemaakt zijn, niet waar? In dat geval zou de plek van The King of Limbs in het totale Radiohead-oeuvre zeker nog niet te bepalen zijn.
Of je zet ‘m gewoon voor de zoveelste keer opnieuw aan: de kracht van een korter album is hier door Radiohead volledig benut, terwijl hoogtepunten als Bloom, dat eindeloos dwingende Feral, Lotus Flower en Codex nog bij elke draaibeurt aan kracht winnen. Je best doen is voor Radiohead kortom wederom noodzaak, bij deze kluif die toch weer zwaarder is uitgepakt dan de voorganger. Het loont de moeite voor een wederom ongekend boeiende en bij vlagen onnavolgbaar mooi album, los van alle details en vondsten die The King of Limbs in alle bondigheid zo’n rijke plaat maken.
The King of Limbs ligt vanaf 28 maart als cd in de winkels, maar is intussen voor zeven euro te downloaden via de Radiohead-website. Wij kijken uit naar de Newspaper Edition, vanaf 9 mei te bemachtigen voor degenen die dit voor 36 euro bestellen. Uw mening over The King of Limbs? Die wordt bijzonder gewaardeerd in onderstaande reactiesectie.


